Russisch-Zweedse oorlogen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zweden bereikte haar grootste omvang in 1658

De Russisch-Zweedse oorlogen waren militaire conflicten tussen Rusland (waaronder de voorlopers Moskovië en Novgorod) en Zweden. De oorlogen bestreken een periode van zo'n zeven eeuwen, van de 12e eeuw tot 1809.

Na de Zweedse verovering van Finland in de 12e eeuw waren de Russen en Zweden regelmatig in conflict over het Fins-Russische grensgebied. Daarnaast vochten de Russen en Zweden over controle over de lucratieve handel in de Oostzee en de havens die toegang tot deze handel gaven.

In de 17e eeuw werd Zweden een Europese grootmacht dat een groot deel van de gebieden rond de Oostzee in bezit kreeg. Rusland verloor bijna al haar bezittingen aan de Oostzee aan Zweden, tot de Russen in de Grote Noordse Oorlog (1700-1721) de Zweden versloegen. Hiermee kwam een einde aan het Zweedse imperium en werd Rusland de nieuwe grootmacht in oost-Europa. Tsaar Peter de Grote stichtte de Russische hoofdstad Sint-Petersburg in 1703 aan de Oostzee in het Fins-Russische grensgebied.

Zweden verloor ook het laatste conflict met Rusland, de Finse Oorlog (1809-1810), en moest daarna Finland aan de Russische tsaar afstaan.