Russische Burgeroorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Russische Burgeroorlog
Met de klok mee vanaf boven: Soldaten van het leger van de Don in 1919; een Witte infanteriedivisie in maart 1920; soldaten van het 1e cavalerieleger; Leon Trotski in 1918; arbeiders worden opgehangen door het Oostenrijks-Hongaarse leger in Jekaterinoslav in april 1918
Met de klok mee vanaf boven: Soldaten van het leger van de Don in 1919; een Witte infanteriedivisie in maart 1920; soldaten van het 1e cavalerieleger; Leon Trotski in 1918; arbeiders worden opgehangen door het Oostenrijks-Hongaarse leger in Jekaterinoslav in april 1918
Datum 25 oktober 1917 - oktober 1922
Locatie Voormalige Keizerrijk Rusland, inclusief de Russische SFSR, Baltische staten, Oekraïne, Georgië, Polen, Finland, Kazachstan, Azerbeidzjan, Armenië, Mongolië, Perzië
Resultaat Bolsjewistische overwinning in Rusland, Oekraïne, Georgië, Armenië, Azerbeidzjan, Kazachstan en Mongolië
Poolse, Finse, Litouwse, Letse en Estse overwinning in de respectievelijke landen
Territoriale
veranderingen
Oprichting van de Sovjet-Unie in 1922; onafhankelijkheid van Estland, Finland, Letland Litouwen en Polen
Strijdende partijen
Flag of Russian SFSR (1918-1937).svg Russische SFSR en andere Sovjetrepublieken
Red flag.svg Linkse SRP (1917)
RPAU flag.svg Zwarte Leger (tot 1919)
Darker green and Black flag.svg Groene Leger (tot 1919)
Flag of Russia.svg Witte Leger, waaronder:
Kolchak (blason).jpg Voorlopige Al-Russische Regering
Bandera de Bakio.svg Autonoom Siberië
Flag of Russia.svg Strijdkrachten van Zuid-Rusland
Flag of Russia.svg Leden van de Grondwetgevende Vergadering
Flag of Don Cossacks.svg Don-Kozakken (tot 23 februari 1919)
Flag of Kuban People's Republic.svg Koeban-Kozakken (vanaf 1919)
Nieuw ontstane republieken, waaronder:
Flag of Finland.svg Finland
Flag of Estonia.svg Estland
Flag of Latvia.svg Letland
Flag of Lithuania.svg Litouwen
Flag of Poland.svg Polen
Flag of Ukrainian People's Republic (non-official, 1917).svg Oekraïne
Flag of Georgia (1918-1921).svg Georgië
Flag of the Democratic Republic of Armenia.svg Armenië
en andere pro-onafhankelijkheidsbewegingen
Geallieerde interventie (1918-1922), waaronder:
Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Flag of Czechoslovakia.svg Tsjecho-Slowakije
Merchant flag of Japan (1870).svg Japan
Flag of France.svg Frankrijk
US flag 48 stars.svg Verenigde Staten
RPAU flag.svg Zwarte Leger (vanaf 1919)
Darker green and Black flag.svg Groene Leger (vanaf 1919)
Anarchist flag.svg Kronstadt
Red flag.svg Linkse SRP (1918)
Flag of the Emirate of Bukhara.svg Buchara
Bandera de Khiva 1917-1920.svg Xiva
en andere Centraal-Aziatische landen
Basmatsji
Centrale mogendheden (1917-1919), waaronder:
Flag of the German Empire.svg Duitsland
Flag of Austria-Hungary (1869-1918).svg Oostenrijk-Hongarije
Ottoman flag.svg Ottomaanse Rijk
Baltic German.svg Baltisch-Duitse vrijwilligers
Eiserne Division.JPG Freikorps
Flag of Azerbaijan 1918.svg Azerbeidzjan
Commandanten
Flag of Russian SFSR (1918-1937).svg Vladimir Lenin
Flag of Russian SFSR (1918-1937).svg Leon Trotski
Flag of Russian SFSR (1918-1937).svg Michail Toechatsjevski
Kolchak (blason).jpg Aleksandr Koltsjak (†)
Flag of Russia.svg Lavr Kornilov (†)
Flag of Russia.svg Anton Denikin
Flag of Russia.svg Nikolaj Joedenitsj
Flag of Russia.svg Pjotr Wrangel
Flag of Don Cossacks.svg Alexei Kaledin (†)
Flag of Don Cossacks.svg Pjotr Krasnov
Flag of Finland.svg Carl Gustaf Mannerheim
RPAU flag.svg Nestor Machno
Flag of the German Empire.svg Max Hoffmann
Flag of the German Empire.svg Rüdiger von der Goltz
Ottoman flag.svg Nuri Pasja
Troepensterkte
3.000.000 2.400.000 Witte Russen,
155.000 geallieerden
50 Duitse divisies
14.500 Ottomaanse troepen
Verliezen
1.212.824 slachtoffers Minstens 1.500.000 840 Baltisch-Duitse vrijwilligers en Freikorps dood
3.000 gewonden
2.000 Ottomaanse slachtoffers

De Russische Burgeroorlog (Russisch: Гражданская война в России; Grazjdanskaja vojna v Rossii) (25 oktober 1917 - oktober 1922/juni 1923) was een meerpartijenoorlog in het voormalige Keizerrijk Rusland die uitgevochten werd tussen het bolsjewistische Rode Leger en het Witte Leger, de losjes geallieerde anti-bolsjewistische troepen. Veel buitenlandse legers streden tegen het Rode Leger, met name de geallieerden en de pro-Duitse legers. Het Rode Leger versloeg de Witte Strijdkrachten van Zuid-Rusland in Oekraïne en het leger onder leiding van Aleksandr Koltsjak in Siberië in 1919. De overblijfselen van de Witte troepen onder leiding van Pjotr Wrangel werden verslagen op de Krim en werden geëvacueerd in de herfst van 1920. Een aantal onafhankelijke landen - Finland, Estland, Letland, Litouwen en Polen - kwamen voort uit de oorlog.

Inleiding[bewerken]

De Russische Revolutie had in 1917 de bolsjewieken onder leiding van Lenin aan de macht gebracht. Zij genoten slechts steun van ca. 25% van de bevolking, maar wisten door krachtig optreden toch de macht te grijpen. Uit voormalig tsaristische legers begonnen zich nu echter de Witte legers te vormen: anti-communistische troepen, geleid door tsaristische generaals, waarin monarchisten, liberalen, mensjewieken, sociaal-revolutionairen, Kozakken en de adel meevochten. Het Witte Leger vocht voornamelijk tegen het Rode Leger van de bolsjewistische revolutionairen. Naast deze twee grote legers bestonden verschillende onafhankelijke legers van anarchisten en etnische minderheden. De Witten werden bijgestaan door geallieerde troepen.

Verloop van de oorlog[bewerken]

Eind 1918 moesten de Roden, die geconcentreerd waren in een relatief klein gebied rond Moskou en Petrograd, de volgende tegenstanders het hoofd bieden:

De oorlog verliep aanvankelijk zeer slecht voor de Roden. De Witten namen heel Siberië, Oekraïne, het zuidoosten en het westen en noordwesten in bezit. In een aantal landen die zich onafhankelijk verklaarden, zoals Finland, vonden kleine burgeroorlogen plaats tussen Roden en Witten. Petrograd (Sint-Petersburg) werd vanuit het noorden en westen in de tang genomen, terwijl Denikin en Koltsjak Moskou en Tsaritsyn (het latere Stalingrad) bedreigden. De Polen namen op een gegeven moment Kiev in.

Een aantal factoren deden de Burgeroorlog toch in het voordeel van de bolsjewieken omslaan:

  • Er was weinig samenwerking tussen de Witten. Iedere generaal wilde de eer voor zichzelf, waardoor men weigerde aan gezamenlijke aanvallen deel te nemen. Dit gaf de Roden de gelegenheid één voor één met hun tegenstanders af te rekenen;
  • Het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken verzekerde de bolsjewieken in Petrograd (na keizerlijke goedkeuring op 28 juni 1918) dat noch de Duitse troepen in de Baltische landen noch de Finse bondgenoten zouden oprukken naar Petrograd - dat ze moeiteloos hadden kunnen innemen. Hierdoor konden de enige inzetbare formaties, de Letse fusiliers, door Lenin en Trotski vrijgemaakt worden voor het oprollen van het verzet langs de Trans-Siberische spoorlijn in de Oeral en Siberië. Hierdoor werd uiteindelijk deze gehele spoorlijn veroverd;[1]
  • Trotski wist uit het ongedisciplineerde allegaartje dat hij ter beschikking had een leger van 5 miljoen man te vormen: het Rode Leger;
  • Het wegen- en spoorwegnet was in het voordeel van de Roden. Zoals in het Romeinse Rijk alle wegen naar Rome leidden, zo leidden in Rusland alle spoorwegen (stervormig) naar Moskou. De Roden konden hierdoor hun troepen makkelijk van het ene naar het andere front verplaatsen;
  • De buitenlandse interventie was te klein om veel invloed te hebben op de strijd, maar genoeg om de bevolking in de armen van de Roden te drijven;
  • Lenin schafte het desastreus gebleken oorlogscommunisme af en verving dit door de Nieuwe Economische Politiek, waarin een aantal harde communistische economische maatregelen werden verzwakt of teruggenomen, ten gunste van kleinschalig particulier initiatief.

Een voor een werden de tegenstanders van de Roden verslagen. Archangelsk viel de Roden zonder slag of stoot in handen, nadat de Britten waren vertrokken en het verdedigende Witte leger uiteengevallen was. De Roden rukten op in Siberië, waar de Tsjechen hun vrije aftocht naar Vladivostok kochten met een geheime schat van de tsaar en de overdracht van admiraal Koltsjak. De Amerikanen hadden zich al teruggetrokken, in 1922 moesten de Japanners dit voorbeeld volgen. Joedenitsj' troepen werden van Petrograd weggeslagen. Denikin en Wrangel werden teruggedreven met de Fransen op de Krim, waar uiteindelijk de laatste Witten zich overgaven. De Polen werden tot Warschau teruggedreven, waarna ze echter toch nog onafhankelijkheid en een zeer ruim afgemeten gebied verkregen (de Roden wilden de handen vrij hebben). Finland, Estland, Letland en Litouwen werden opgegeven, maar Oekraïne, Armenië, Azerbeidzjan, Georgië en Turkestan werden weer stevig onder de Russische plak gebracht. In 1921 was de oorlog feitelijk al door de Roden gewonnen, maar de Japanners verlieten Siberië pas in 1922, en de binnenlandse onrust was pas in 1924 geheel onderdrukt.

Een trieste balans[bewerken]

De oorlog werd aan weerszijden zeer wreed uitgevochten. De Witten vermoordden ca. 100.000 joden in georganiseerde pogroms. Generaal Wrangel liet Rode officieren executeren om hun soldaten over te halen zich bij zijn legers aan te sluiten, terwijl generaal Koltsjak in Omsk een compleet Rood leger liet vermoorden. Witte kozakken sleepten Rode gevangenen aan lasso's over de grond, en kookten lastige guerrilla's in de ketels van locomotieven. De Roden roeiden hele dorpen uit en stichtten op de grondvesten van de tsaristische geheime politie Ochrana de Tsjeka, die duizenden mensen doodde – als vergelding of als waarschuwing. Priesters werden op palen gespietst, en Witte officieren werden kooien met ratten op het lichaam gebonden, die vervolgens verhit werden waardoor de ratten zich door de lichamen heen een uitweg vraten. Klagers werden zonder pardon tegen de muur gezet. Ook werden de tsaar en zijn gezin vermoord, vermoedelijk op persoonlijk bevel van Lenin. Een van de grootste slachtpartijen vond plaats door de racistische[bron?] Tasjkentsovjet, die na de verovering van Kokand meer dan 10.000 soldaten en - vooral - burgers ombracht.

Kind van de rekening werden uiteraard de burgers. Rode en Witte terreur eisten miljoenen levens. Tevens braken er hongersnoden en ziekten uit. Alsof burgers van de Roden en Witten nog niet genoeg te vrezen hadden, moesten ze ook bang zijn voor elkaar: plunderingen, moord, berovingen en zelfs kannibalisme werden gesignaleerd. Men schat dat tussen 1918 en 1923 circa 15 miljoen Russen het leven hebben gelaten.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. John Keegan, De Eerste Wereldoorlog 1914-1918, pag. 430-431, Uitg. Balans, Amsterdam (2000), ISBN 90-5018-533-9