Rust en Werk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lithografie van Rust en Werk naar een schilderij van de zendeling Andreas Bau, tweede helft 19e eeuw

Rust en Werk was een koffieplantage aan de Commewijnerivier in het district Commewijne in Suriname. De plantage is in 1750 aangelegd door Wigbold Crommelin, die op dat moment gouverneur van Suriname was. Ook de naastgelegen plantages Lust tot Rust en Einde Rust werden op hetzelfde moment door hem aangelegd. Stroomopwaarts liggen de plantages aan de linkerkant van de rivier. De volgorde is Johannesburg, Lust en Werk, Lust tot Rust, Einde Rust en Pieterszorg. De drie plantages zijn altijd gezamenlijk beheerd en hadden bij uitgifte een gezamenlijke oppervlakte van 1000 akkers. Crommelin legde de plantages aan als een koffieplantage. Dit betekende dat hij minder tijd en geld kwijt was aan het aanleggen van kanalen en sloten (trenzen), die wel nodig waren voor de suikercultuur. Op de plantage Einde Rust was er geen bebouwing. Deze plantage was vermoedelijk een annex van de plantage Lust tot Rust. Vanwege zijn functie als gouverneur van Suriname werd de plantage ook wel Granman gron genoemd en Lust tot Rust werd dan ook Pikien Gron genoemd. In 1770 krijgt Crommelin eervol ontslag en vertrekt hij naar Nederland. De plantages worden in 1774 verkocht aan Pieter Constantijn Nobel, samen met de houtgrond Remoncourt. De plantages werden beheerd door de administrateur J.F. Andree, die het bewind voerde over 35 plantages In 1783 werden de drie plantages elk met 250 akkers uitgebreid.

Familie Gülcher[bewerken]

Op 18 mei 1800 trad de koopman-bankier Theodor Gülcher in het huwelijk met Constantia Gerhardina, een dochter van Nobel. Na het overlijden van de weduwe van Nobel in 1808 wordt Gülcher de volgende eigenaar. In 1821 werd op de plantages koffie en cacao verbouwd; de totale oppervlakte van de drie plantages bedroeg op dat moment 800 plus 600 plus 792 is 2192 akkers. In 1843 wordt er koffie verbouwd. Er werken dan 296 slaven. Daarna wordt deels overgeschakeld op katoen en Rust en Werk groeit uit tot één van de welvarendste katoenplantages in Suriname. Zijn oudste zoon Pieter Constantijn had andere plannen met de plantage en liet in 1844 op Rust en Werk een zendelingenschool door de Evangelische Broedergemeente inrichten. In het Teylers Museum is een door hemzelf geïllustreerd reisverslag van zijn reis naar Suriname in 1829 te zien. Vanaf ongeveer 1820 mochten zendelingen op de plantages hun werk onder de slaven verrichten. De Herrnhutters werden niet als een groot risico voor de planters en het koloniaal bestuur gezien; men beschouwde ze als de besten om aan de slaven, naast de kennis van de bijbel, de christelijke waardes van werk, discipline en gezinsleven bij te brengen. Op Rust en Werk werd de grote katoenloods ingericht als woning voor de zendelingen, school en werklokaal. De scholieren werden zelfs in gelegenheid gesteld om later op andere plantages te onderwijzen.

Oogst van suikerriet

Bij de emancipatie in 1863 komen 430 slaven vrij. Na de emancipatie stapte men over op contractarbeid. In totaal werden 938 Hindoestanen en 1401 Javanen gecontracteerd. Dit waren er misschien wat minder, want er werd samengewerkt met plantage Alliance, of de Nederlandsche Handel-Maatschappij, zodat het niet altijd duidelijk is waar een contractant terecht kwam. Na de dood van Pieter Constantijn neemt zijn neef Jan Marie de plantage over. In 1889 richt hij de Cultuurmaatschappij Rust en Werk op en schakelt hij over op suiker. Daarom moesten er eerst allerlei sloten en kanalen worden aangelegd. Deze omschakeling vond in dit gebied vaker plaats omdat de grond uitgeput raakte omdat de grond nog niet regelmatig bemest werd. Suikerriet kan echter met armere grond nog steeds een goede opbrengst geven. Op de plantage zelf werd een suikerfabriek, waar een vacuümpan gebruikt werd, opgericht. Door de relaties, die de familie Gülcher had met suikerondernemingen in Nederlands-Indië, was zij in staat inlichtingen te winnen over de techniek van de suikerraffinage. Hierbij ging het om oom Jan Marie Gülcher (neef van de eerder genoemde Jan Marie) die in Deventer de Tropische Landbouwschool had bezocht en jaren in Nederlands-Indië actief was in de suiker. In 1934 werd deze onderneming door Carel Frederik Gülcher (broer van laatstgenoemde Jan Marie) geliquideerd.

Jamin[bewerken]

In 1947 worden de plantages samen met Elisabeth's Hoop, Maasstroom, Berlijn, Johannesburg, Pieterszorg en Andrea's Gift tot één grote onderneming, de Verenigde Cultuur Maatschappijen N.V., samengevoegd met als doel cacaoproductie voor de Rotterdamse snoepfabrikant Jamin en zonen. Later kwam daar een deel van plantage De Resolutie bij. Een aantal extreem droge seizoenen in de jaren zestig ruïneerde de oogsten en maakte aan deze poging een einde.  

Van Alen[bewerken]

In 1979 worden de plantages opgekocht door Armand van Alen. Hij heeft 8 aaneengesloten plantages heringericht als veeteeltbedrijf en is een viskwekerij begonnen. Het bedrijf heet Comfish: Commewijne Fish and Shrimp Culture Company, een experimenteel bedrijf voor het kweken van vis. Eerst was het tilapia die in de vijvers van Comfish rondzwom, maar omdat andere landen goedkoper konden produceren zakte de markt in elkaar. Daarom is hij overgestapt op de kweek van garnalen. Ook in die markt bleek de internationale concurrentie groot.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Aa, A.J. van der (1839-1851) Historisch-geografisch woordenboek van Suriname. Gorinchem: Jacobus Noorduyn.
  • Amson, F.W. van (1961) Bodemonderzoek naar de oorzaken van groeiverschillen in cacao op de plantages De Maasstroom en Berlijn, Landbouwproefstation Suriname, mededeling nr. 23.
  • Dikland, P. Oud archief der burgerlijke stand in Suriname.
  • Hove, O. ten & H.E. Helstone & W. Hoogbergen Surinaamse emancipatie 1863, familienamen en plantages. Amsterdam: Rozenberg Publishers ISBN 978 90 5170 777 9
  • Oudschans Dentz, F. (1944) "De herkomst en betekenis van Surinaamse plantagenamen", De West-Indische Gids, jrg 26, nr. 27, pp 147-161.
  • Notariële archieven van Suriname. Den Haag: Nationaal Archief.
  • (1820- 1930) Surinaamsche Almanak. Paramaribo: Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.