Rwenzori-gebergte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Landschap in het Rwenzori-gebergte

Het Rwenzori-gebergte (voorheen Ruwenzori-gebergte) is een bergketen in Centraal-Afrika. Dit gebergte ligt op de grens van Oeganda en Congo-Kinshasa.

De hoogste bergtoppen zijn permanent met sneeuw bedekt en zijn daarmee samen met Kilimanjaro en Mount Kenya de enige in Afrika. Van de 42 in 1906 bestaande gletsjers waren er in 2005 al minder dan de helft over, met een gebied van 1,5 km².

Geschiedenis[bewerken]

In het late Plioceen, ongeveer 3 miljoen jaar geleden, is dit gebergte ontstaan. Het gebergte is ongeveer 120 km lang en 65 km breed. Het is verdeeld in zes massieven: Mount Stanley (5.109 m), Mount Speke (4.890 m), Mount Baker (4.843 m), Mount Emin (4.798 m), Mount Gessi (4.715 m) en Mount Luigi di Savoia (4.627 m). Mount Stanley is de hoogste en heeft meerdere toppen, waarvan Margherita Peak het hoogste punt is.

Margherita Peak

Van origine leefden hier de mensen van Konjo en Amba. In begin 1900 werden ze toegevoegd bij het koninkrijk Toro door de toen heersende koloniale macht, het Verenigd Koninkrijk. De eerste moderne Europeaan die het Rwenzori-gebergte heeft gezien, was Henry Morton Stanley in 1889. Op 7 juni dat jaar klom William Grant Stairs, een ander lid van de expeditie, naar een hoogte van ongeveer 3255 meter. In de zomer van 1906 werd het gebied volledig in kaart gebracht door de Italiaan Luigi de Savoia, Hertog der Abruzzen. De zes toppen van het gebergte boven de 5000 meter werden alle beklommen.