Salomon Jean René de Monchy

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf S.J.R. de Monchy)
Ga naar: navigatie, zoeken
Salomon Jean René de Monchy
Salomon Jean René de Monchy
Salomon Jean René de Monchy
Algemene informatie
Naam Salomon Jean René de Monchy
Geboren Rotterdam, 9 maart 1880
Overleden 's-Gravenhage, 26 juni 1961
Partij VVD
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Salomon Jean René de Monchy (Rotterdam, 9 maart 1880 - 's-Gravenhage, 26 juni 1961) was een Nederlands esperantist en burgemeester van Arnhem en Den Haag.

In 1921 werd De Monchy burgemeester van Arnhem. In 1930 gaf András Cseh een Esperantocursus in Arnhem waardoor De Monchy erg geboeid werd en besloot esperantist te worden. Zo liet hij aan de rand van de stad het Arnhems Esperantohuis bouwen. In het voorjaar van 1931 werd het gebouw door hem geopend met een toespraak in het Esperanto en een loterij waarin zes moderne automobielen de hoofdprijzen waren.[1]

In 1934 werd hij benoemd tot burgemeester van Den Haag. In die functie sloot hij in 1937 het huwelijk tussen Prinses Juliana en Bernhard van Lippe-Biesterfeld.

De burgemeester is als hoofd van de politie nauw betrokken bij de gang van zaken bij de politie. Daartoe had hij wekelijks een uitvoerig gesprek met de hoofdcommissaris. De hoofdcommissaris op zijn beurt stuurde rechtstreeks de Inlichtingendienst aan zonder tussenkomst van een commissaris. Zodoende was de burgemeester nauw betrokken bij het functioneren van de Haagse Politie Inlichtingendienst. In 1935 werd in analogie met andere politiekorpsen in grote gemeenten onder de coördinernde leiding van de Amsterdams commissaris Karel Henri Broekhoff een samenwerking met de Gestapo in Berlijn aangegaan. De Gestapo mocht vrijuit in Nederland communisten bespioneren. In Den Haag werd onmiddellijk medewerking verleend om via zijn zoon het voormalige communistische Tweede Kamerlid Kees Schalker te bespioneren; een actie die tot 1939 zou voortduren. Informatie over communisten werd door de Inlichtingendienst naar het hoofdkwartier van de Gestapo in Berlijn gestuurd. De Monchy gaf opdracht om die correspondentie per speciale koerier te verzenden, een voor een tijd van zeer rigoureuze bezuinigingen een buitengewoon kostbare operatie. Deze kostbare methode werd toegepast om de wettelijk voorgeschreven registratie van poststukken te omzeilen. De Monchy liet ook rechtstreekse contacten leggen met de Gestapo in Wuppertal. Omdat dit niet publiek bekend mocht worden, werd de politiemannenzangvereninging Entre Nous als dekmantel gebruikt. Daartoe werden verschillende leden van de Inlichtingendienst opeens op bestuursposten als voorzitter en secretaris gezet. Op deze manier werd contact gelegd met Kurt Döring die na de bezetting de eerste Sicherheitsdienst-medewerker was die zich in Den Haag vestigde.

In 1938 hield de NSB schietoefeningen op de terreinen van Shell in Den Haag. Vanwege klachten uit de omgeving moesten die door de Inlichtingendienst stilgelegd worden, maar De Monchy accepteerde dat er geen arrestaties plaatsvonden en dat de vuurwapens niet in beslag werden genomen.[2]

Oorlogsjaren[bewerken]

Bij het uitbreken van de oorlog liet De Monchy na om de archieven van de Inlichtingendienst, met veel gegevens over de CPN, te laten vernietigen. Meteen na de Nederlandse capitulatie gaf De Monchy opdracht aan de Inlichtingendienst om ten behoeve van de Duitsers de communisten te blijven observeren. Ook gaf hij opdracht om de illegale CPN met vooroorlogse infiltranten te blijven infiltreren. Als uitvloeisel hiervan hebben meer dan 150 Haagse communisten het leven verloren; iets wat men al in mei 1940 had kunnen verwachten. De Monchy benoemt twee contactmannen tussen de politie en de Sicherheitsdienst: Jan Hopman voor het overbrengen van informatie over de communisten tussen de 13 leden van de Inlichtingendienst en de Sicherheitsdienst en Henricus van Looij voor de overige 1500 man politie.[3]

Tijdens de eerste raadsvergadering na de capitulatie (20 mei 1940) besteedde hij veel aandacht aan het Joodse raadslid M. Joels jr. die zich van het leven had benomen. In de toespraak verheerlijkte hij ook het Koninklijk Huis en riep de bevolking op zich niet te verzetten en de Duitsers te gehoorzamen. Enkele regionale kranten drukten de toespraak geheel af.[4]

Op Anjerdag, 29 juni 1940 de verjaardag van Prins Bernhard, gaf De Monchy uit vrees van conflicten met de Duitsers opdracht om alle demonstraties de kop in te drukken. Echter de bevolking legde spontaan bloemen op het bordes van paleis Noordeinde. Een politieman gaf vanwege de opdracht van De Monchy opdracht aan de paleismedewerkers om de bloemen binnen te leggen. Vervolgens kwam De Monchy langs om de situatie te bekijken en gaf toestemming om de bloemen weer buiten te leggen. Later verscheen er een afgevaardigde van generaal Winkelman om het felicitatieregister te tekenen. Het publiek begon te joelen, Duitsland te beschimpen en het Wilhelmus te zingen. Dit zinde de Duitsers niet en ze verjoegen het publiek. Als represaille werd Winkelman gearresteerd en kreeg secretaris-generaal Frederiks opdracht om De Monchy, die er niets aan kon doen, per 1 juli te ontslaan. De Monchy was er hevig verontwaardigd over.[2] De Monchy was een van de eerste burgemeesters die door de bezetter de laan werd uitgestuurd. De Monchy trok zich terug uit Den Haag en bemoeide zich ook niet met het verzet.

Na de oorlog[bewerken]

Meteen na de bevrijding ging De Monchy weer aan de slag als burgemeester. Toen moest hij ook een gesprek aan gaan met een vertegenwoordiger van de Raad van Verzet (RVV). De RVV stond te boek als een door communisten gedomineerde verzetsorganisatie. Na afloop was De Monchy opgelucht dat die man hem behoorlijk meegevallen was en de man best sympathiek was. Echter, in Den Haag was de RVV door de Duitse contraspionage overgenomen en de communisten vermoedden dat, zodat ze buiten die organisatie gebleven waren. De sympathieke man was waarschijnlijk een voormalige Sicherheitsdienst-agent.[5]

Op 31 december 1946 trad De Monchy af. Hij werd opgevolgd door Willem Visser die later veroordeeld werd voor een diefstal om de Binnenlandse Veiligheidsdienst van geld voor geheime operaties te voorzien. De Monchy bleef nog vier jaar Statenlid voor de VVD.

Trivia[bewerken]

  • In de Graslaan in Arnhem staat de De Monchyschool - de Malburcht (sinds 2006).
  • In de Lupinestraat in Arnhem staat de De Monchyschool - de Spil (sinds 2007).
  • In Arnhem-Zuid is het De Monchyplein (zonder voorvoegsel). Hier werd op 8 augustus 1936 een groot monument ter ere van de voormalige burgemeester onthuld. Er zat ook een klok in het monument [6]. Tijdens de reconstructie van het plein in 1967 werd het monument afgebroken en niet meer herbouwd [7].

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Biografisch Woordenboek van Nederland - biografie
  2. a b R. Harthoorn; Vuile oorlog in Den Haag.
  3. Jan Hopman werd na de oorlog hoofdcommissaris van politie in Arnhem.
  4. Nieuwsblad van het Noorden; Rede van burgemeester De Monchy: De veranderde toestand.
  5. Op 5 mei 1945 werd Ab van Straaten, de leider van de Haagse RVV, op de hoek van de Javastraat en Koninginnegracht vanuit een auto neergeschoten. Het vermoeden bestaat dat hij door de Duitse contraspionage is doodgeschoten, omdat men bang was dat hij opnieuw zou overlopen en dan veel over vooraanstaande Nederlanders zou vertellen.
  6. Monument in Arnhem, met klok, foto [1]
  7. Monchyplein in Arnhem [2]
Voorganger:
Jhr D.J. de Geer
Burgemeester van Arnhem
1921-1934
Opvolger:
H.P.J. Bloemers
Voorganger:
L.H.N. Bosch ridder van Rosenthal
Burgemeester van Den Haag
1934-1940
Opvolger:
C.L. van der Bilt
Voorganger:
H.C. van Maasdijk
Burgemeester van Den Haag
1945-1946
Opvolger:
W.A.J. Visser