SBB RAe TEE II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
RAe TEE II

De RAe TEE II-treinstellen zijn door de Zwitserse industrie ontwikkeld voor de Schweizerische Bundesbahnen (SBB). Ze waren de eerste meersysteem-treinstellen.

Trein en techniek[bewerken]

In de jaren vijftig van de twintigste eeuw waren grote delen van het Europese spoorwegnet nog niet geëlektrificeerd, terwijl op de geëlektrificeerde trajecten vier verschillende stroomsystemen bestonden. Daarom werden op het TEE-net dieseltreinen gebruikt. Toch wilden de Franse, Zwitserse en Italiaanse spoorwegen gezamenlijk een elektrisch treinstel ontwikkelen voor de Simplonroute (CAlais SImplon MIlano ROma), het CASIMIRO-project. Op het traject Parijs - Milaan worden alle vier verschillende Europese stroomsystemen gebruikt, zodat een meersysteemtrein moest worden gebouwd.

De verschillende stroomsystemen op de Simplonroute
land west oost stroomsysteem kleur op de kaart
Vlag van Frankrijk Frankrijk Parijs Gare de Lyon Dole 1500 V = blauw
Vlag van Frankrijk Frankrijk Dole Vallorbe 25 kV 50 Hz rood
Vlag van Zwitserland Zwitserland Vallorbe Domodossola 15 kV 16 2/3 Hz oranje
Vlag van Italië Italië Domodossola Milano Centrale 3000 V = groen

Het CASIMIRO-project liep echter stuk en SBB besloot in 1959 om de Zwitserse fabrikanten MFO en SIG opdracht te gegeven vier treinstellen te bouwen. De treinstellen moesten in heel geëlektrificeerd Europa kunnen worden ingezet, de primeur van de meersysteemtreinen.

De omschakeling van het ene systeem naar het andere kon door de machinist met behulp van een drukknop in de cabine worden aangestuurd. Een schakelwals in de machinewagen zorgde voor de juiste instelling van de elektrische installatie en zorgde ervoor dat de juiste pantograaf omhoog ging. De fabrikanten namen uitgebreide proeven in heel Europa waarbij het onder alle stroomsystemen behouden van trekkracht een probleem bleek. Een ander probleem was de 1500V-pantograaf. Omdat ook de bovenleidingloze bruggen in Nederland genomen moesten worden, moest de verticale druk worden beperkt zonder dat dat ten koste van de stroomtoevoer zou gaan.

De treinstellen zijn afgeleverd als vijfwagenstel met restauratierijtuig. In 1967 is nog een vijfde stel gebouwd met zes wagens, de andere treinstellen zijn in 1968/1969 ook met één rijtuig verlengd. Na een aantal beschadigingen werden 1052 en 1054 reeds in 1995 in Kaiseraugst gesloopt. Eind 1999 volgden de 1051 en de 1055. SBB Historic heeft één treinstel, de 1053, als historisch materieel aangemerkt en weer in de oorspronkelijke TEE-staat gebracht.

Trans Europ Express[bewerken]

De treinstellen hadden tussen 1 juli 1961 en mei 1974 de volgende omloop:

Dag 1: 's morgens leeg uit depot Zürich naar Bazel en dan als TEE-Gottardo van Bazel naar Milaan via de Gotthardtunnel. Na een pauze van 2,5 uur, 's middags als TEE-Cisalpin van Milaan naar Parijs via de Simplontunnel.

Dag 2: 's middags als TEE-Cisalpin van Parijs naar Milaan.

Dag 3: 's morgens als TEE-Ticino een retourrit van Milaan naar Zürich en aan het eind van de middag als TEE-Gottardo terug naar Zürich.

Dag 4: Depot Zürich.

TEE-Iris in Zürich in 1979

Op drukke dagen werd soms in dubbeltractie gereden. Op mei 1974 werd de RAe TEE II in de TEE-Cisalpin vervangen door getrokken rijtuigen en werd de TEE Ticino opgeheven. De vrijgekomen treinstellen zijn daarna ingezet op het traject Zürich - Brussel als TEE-Edelweiss en TEE-Iris. Nadat TEE Edelweiss op 26 mei 1979 was opgeheven en de TEE Iris op 30 mei 1981 overgegaan was op getrokken rijtuigen, bleef alleen de, inmiddels tot Zürich ingekorte TEE-Gottardo over als TEE-dienst. De overtollige treinstellen zijn toen door Swissair gebruikt voor de verbinding Bazel - Zürich-Flughafen en door SBB als aanvoertrein voor TGV-reizigers tussen Frasne en Bern. Als laatste internationale TEE reed de TEE Gottardo op 24 september 1988 voor de laatste maal van Milaan naar Zürich.

EuroCity[bewerken]

«Graue Maus» in Bern

Ten behoeve van de Eurocity-dienst zijn de treinstellen verbouwd en voorzien van tweedeklasrijtuigen. De typeaanduiding werd RABe, maar door de grijs-witte Eurocitybeschildering kregen ze de bijnaam "Grijze muis". De treinstellen reden in de volgende omloop:

Dag 1: Als EC-Gottardo van Zürich naar Milaan via de Gotthardtunnel. Vervolgens als EC-Cisalpin van Milaan naar Lausanne via de Simplontunnel en als EC-Lemano terug naar Milaan.

Dag 2: Als EC-Lutetia van Milaan naar Genève en als EC-Cisalpin terug maar Milaan.

Dag 3: Als EC-Manzoni een retourrit van Milaan naar Winterthur en ten slotte als EC-Gottardo terug naar Zürich.

Na een ontsporing in juli 1994 zijn de Grijze muizen op 7 augustus 1994 uit de EC-dienst genomen. In 1999 viel het doek definitief toen de TGV doorgetrokken was tot Bern.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Great Trains, jaargang 1973 nummer 19
  • SBB Historic, Ikone der Luxuszüge, Zürich 2003