SBM Offshore

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
SBM Offshore N.V.
Beurs Euronext: SBMO
Oprichting 1965
Sleutelfiguren Bruno Chabas, CEO
Peter van Rossum (CFO)
Hoofdkantoor Schiedam
Werknemers 7.493 (jaareinde 2012)
Producten Installaties voor de productie en opslag van olie- en gasproducten
Omzet Gestegen $ 4.803 miljoen (2013)
Winst Gestegen $ 114 miljoen (2013)
Website SBM Offshore
Portaal  Portaalicoon   Economie

SBM Offshore N.V. is een Nederlandse onderneming die zich richt op de productie van installaties voor de productie en opslag van olie- en gasproducten. Het bedrijf is vooral actief op het gebied van de bouw, lease en exploitatie van drijvende opslag- en productieplatforms (FPSO).

Activiteiten[bewerken]

Het bedrijf is ontstaan uit diverse Nederlandse scheepswerven en heeft zich ontwikkeld tot een offshore specialist. SBM Offshore ontwerpt, exploiteert en verkoopt of least grote installaties en schepen voor de olie- en gasindustrie. Het levert vooral drijvende platforms voor de productie, opslag en overslag van olie en gas, ofwel Floating Production and Storing Offloading Systems. Deze schepen kunnen ook geschikt worden gemaakt als drijvende overslagsystemen voor LPG en vloeibaar aardgas (LNG). Ook levert SBM Offshore speciale componenten voor boorschepen en offshore hef- en hijssystemen. SBM Offshore beschikt zelf niet over werven of fabrieken voor het maken van deze installaties, dit wordt (wereldwijd) uitbesteed.

Geschiedenis[bewerken]

SBM Offshore is in 1965 ontstaan uit de fusie van verschillende Nederlandse scheepswerven, die toen verder samen gingen onder de naam IHC Holland. In eerste instantie richtte de productie zich op olietankers, maar dat werd spoedig uitgebreid naar de productie van boorplatforms. In 1969 werd (als afsplitsing van IHC-Gusto) hiervoor een speciale maatschappij opgericht: Single Buoy Mooring Inc. (SBM)

Door de malaise in de scheepsbouwwereld brak vervolgens een onrustige periode aan, waarin verschillende bedrijfsonderdelen werden afgestoten en andere juist werden toegevoegd. Uiteindelijk ontstonden twee maatschappijen: IHC Inter Holdings en Caland Holdings. In 1984 fuseerden beide bedrijven tot IHC Caland N.V. Uiteindelijk werden in 2004 de laatste scheepswerven verkocht en werd per 1 mei 2005 de naam gewijzigd in SBM Offshore. De scheepswerven gingen verder onder de naam IHC Merwede.

Yme-platform[bewerken]

In 2006 tekende SBM een contract voor de bouw van een platform gebaseerd op een olieopslagtank die rust op de zeebodem voor het Yme-olieveld in het Noorse deel van de Noordzee.[1] De opdrachtgever was het Canadese energiebedrijf Talisman. Het contract voor het platform had een waarde van $ 500 miljoen en de oplevering was gepland in 2008.[1] SBM wilde een nieuwe markt betreden, maar had geen ervaring met de bouw van dit soort platforms en met de strenge regelgeving van de Noorse overheid. De bouw werd uitbesteed aan een scheepswerf in Abu Dhabi.

In 2008 werd reeds duidelijk dat het project alleen uitvoerbaar was tegen hogere kosten, de opleveringsdatum werd verschoven naar begin 2009. De kwaliteit van het geleverde werk was volgens de koper onvoldoende en vereiste extra werkzaamheden anders zou het platform niet worden geaccepteerd. In 2011 moest SBM al voor $ 850 miljoen aan afboekingen doen op het Yme-platform door kostenoverschrijdingen, productiefouten en vertraging in de oplevering van het project.[1] Eind december 2012 nam SBM nog eens een buitengewone last van $ 400 miljoen. Hiermee is volgens SBM de waarde van het platform tot nul afgeboekt.[1]

Talisman en SBM maken nog ruzie over het project. Beide bedrijven zijn in onderhandeling over een schikking. Op 11 maart 2012 had SBM hiervoor een bedrag gereserveerd van $ 200 miljoen. Als dit bedrag daadwerkelijk uitgekeerd moet worden dan komt de totale financiële schade voor SBM uit op $ 1,5 miljard.[1]

Als gevolg van deze grote verliezen is de financiële positie van SBM uitgehold. Medio december 2012 werd ook bekend dat SBM nieuwe aandelen gaat uitgeven. HAL Investments zal $ 193 miljoen betalen voor 17 miljoen nieuwe aandelen. Deze uitgifte ter grootte van 9,95% van het uitstaande aandelenkapitaal geeft HAL een belang van ruim 13% in SBM. HAL had al bijna 5% van de aandelen in handen.[1] HAL staat ook garant voor een mogelijke claimemissie in 2013, maar deze komt alleen als SBM een schikking weet te bereiken met Talisman voor 11 maart.[1]

In maart 2013 hebben SBM en Talisman een definitieve schikking getroffen met betrekking tot het Yme-project.[2] SBM betaalt $ 470 miljoen, dat is $ 270 miljoen meer dan in december 2012 nog werd verwacht, aan Talisman als bijdrage aan de kosten van de ontmanteling van het platform.[2] Alleen het deel dat boven het water uitkomt wordt verwijderd, de rest zal worden overgedragen aan de licentiehouders van Yme die naar alternatieve ontwikkelingsmogelijkheden van het olieveld willen kijken. SBM zal toezien op het transport en de uiteindelijke ontmanteling van het platform.[2]

Afstoten niet kern-activiteiten[bewerken]

Door de slechte gang van zaken bij het Yme-project is Bruno Chabas sinds januari 2012 de CEO bij SBM Offshore gevolgd door Peter van Rossum (CFO) per medio 2012. Om de financiële positie te verbeteren wil SBM Offshore voor $ 400 miljoen aan niet-kernactiviteiten afstoten.

Een van de eerste acties was de verkoop van GustoMSC. De ontwerp- en engineeringafdeling van Gusto vormt sinds 2011 met Marine Structure Consultants (MSC) GustoMSC in Schiedam. GustoMSC is marktleider van jack-upsystemen voor offshore constructie-equipment en telt ongeveer 130 medewerkers. Eind november 2012 werd de verkoop van GustoMSC aan Parcom Capital voor $ 185 miljoen afgerond.[3] Op de verkoop werd een winst geboekt van ruim $ 120 miljoen. Na deze verkoop zal SBM Offshore zich volledig richten op zijn kernactiviteit: de bouw, lease en exploitatie van drijvende opslag- en productieplatforms (FPSO).

Veronderstelde omkooppraktijken[bewerken]

Op 18 oktober 2013 publiceert een anonieme ex-werknemer van SBM Offshore op de Engelstalige wikipedia een document waaruit naar voren komt dat SBM Offshore tussen 2005 en 2011 ruim $ 250 miljoen aan steekpenningen betaald zou hebben in een groot aantal landen. De ex-werknemer zou hebben geprobeerd het bedrijf met dit document te chanteren. Nadat het bedrijf niet inging op de dreigementen werd het document gepubliceerd. SBM Offshore heeft naar aanleiding van het naar buiten komen van het gelekte document externe accountants ingehuurd om de zaak te onderzoeken.[4] Vanwege de betrokkenheid van staatsoliebedrijf Petrobras willen vier Braziliaanse oppositiepartijen dat er een delegatie naar Nederland afreist om de affaire tot op de bodem uit te zoeken.[5]

Bestuursvoorzitter Graça Foster van Petrobras presenteert op 15 april 2014 de uitkomst van het eigen onderzoek naar vermeende omkoping door SBM Offshore in het Braziliaanse parlement.

Op 1 april 2014 kwam naar buiten dat het bedrijf een hoge boete boven het hoofd hangt wegens omkooppraktijken in 2 Afrikaanse landen.[6] Een dag later bleek uit een eigen verklaring van SBM dat de omvang van de smeergeldaffaire in Afrika circa $ 42 miljoen betreft, hierdoor vallen de te verwachten boetes waarschijnlijk veel lager uit dan eerder verwacht. [7] Op 6 augustus 2014 bracht het bedrijf zelf naar buiten 240 miljoen te reserveren voor de kosten van smeergeldaffaires.[8]

Resultaten[bewerken]

In de onderstaande figuur een overzicht van de resultaten van SBM sinds 2006 zoals gerapporteerd in de jaarverslagen. In 2011 realiseerde het bedrijf een record aan nieuwe orders, een significant bedrag was het gevolg van een nieuwe opdracht voor een drijvend productie en opslagplatform voor de Braziliaanse oliemaatschappij Petrobras. SBM zal FPSO Cidade de Ilhabela gedurende 20 jaar verhuren aan Petrobras hetgeen een waarde vertegenwoordigd van $ 3,5 miljard. Het grote verlies was het gevolg van een last van $ 857 miljoen met betrekking tot het Yme-platform en een daaraan gerelateerd project.

in miljoenen
Jaar[9] Omzet Nieuwe orders Orderportefeuille
(einde jaar)
Nettoresultaat Aantal
werknemers
(gemiddeld)
2006 $ 1.990 $ 4.916 $ 6.992 $ 216 2.356
2007 $ 2.871 $ 3.822 $ 7.955 $ 267 2.715
2008 $ 3.060 $ 4.365 $ 9.247 $ 228 3.263
2009 $ 2.956 $ 3.800 $ 10.032 $ 230 3.539
2010 $ 3.056 $ 4.532 $ 11.502 $ 276 3.787
2011 $ 3.157 $ 8.552 $ 16.910 $ (441) 4.385
2012 $ 3.695 $ 1.322 $ 14.538 $ (75) 5.275
2013 $ 4.803 $ 10.081 $ 19.700 $ 114 n.b.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e f g Het Financieele Dagblad, SBM schrijft $ 400 miljoen af, 21 december 2012, p. 11
  2. a b c Volkskrant: SBM Offshore sluit Noors hoofdpijndossier Yme, 12 maart 2013 [1], geraadpleegd op 13 maart 2013
  3. Beurs.nl: SBM Offshore rondt verkoop GustoMSC af Geraadpleegd op 2012-12-25
  4. Volkskrant SBM betaalde 185 miljoen aan steekpenningen, 7 februari 2014, geraadpleegd op 27 februari 2014
  5. Telegraaf Brazilië wil onderste steen boven bij SBM, 18 februari 2014, geraadpleegd op 26 februari 2014
  6. 'SBM krijgt boete 200 tot 400 miljoen dollar'
  7. Opluchting over omkoopzaak SBM
  8. http://www.telegraaf.nl/dft/bedrijven/sbm_offshore/22937972/__SBM_Offshore_neemt_last_voor_smeergeldaffaire__.html
  9. Diverse jaarverslagen van SBM Offshore