SCHUNCK

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Glaspaleis.

SCHUNCK is een voormalig mode- en warenhuis in Heerlen en Geleen, de Firma Schunck. Het is ook de naam van een serie gebouwen waar de Firma Schunck in gehuisvest is geweest, waarvan het bekendste het Glaspaleis is, dat tot een van de meest invloedrijke gebouwen van de 20e eeuw is uitgeroepen door de Union of International Architects en tegenwoordig een cultureel centrum is.

De Firma Schunck groeide uit van een kleine weverszaak tot het grootste warenhuis in Heerlen en het innovatieve centrum toen de kolenmijnen verdwenen. Gedurende meer dan een eeuw is het gerund door vier opeenvolgende generaties van de familie Schunck.

Prelude - een weversfamilie[bewerken]

In Kettenis in het Duitstalige deel van België, nabij Eupen, is in de archieven te lezen dat daar in 1776 een wever genaamd 'Schunck' gevestigd was. Zijn zoon, Nikolaus Severin Schunck, had vijf zonen, waarvan er uiteindelijk maar een in die zaak zou blijven en een andere, genaamd Arnold, later de firma in Heerlen zou stichten. Tot op de dag van vandaag is er een weverij in Kettenis in handen van nakomelingen van Nikolaus.

Wanderbursche[bewerken]

De familiediscussies over of traditioneel of gemechaniseerd weven de toekomst had deed Arnold besluiten zijn verplichte reizen als 'Wanderbursche' (reizende leerjongen) te gebruiken om voor zichzelf te beslissen. Nadat zijn moeder stierf in 1858 ging hij naar Eupen in België om het vak te leren en een 'Meisterweber' te worden. Daarna, in 1860, reisde hij (grotendeels te voet) naar Silezië (een centrum voor mechanisch weven), Mannheim, München, Neurenberg, Berlijn en Hamburg, maar dat resulteerde slchts in een paar baantjes als handwever en hij kwam nooit in een mechanische weverij te werken omdat de eigenaren van deze moderne fabrieken weinig respect hadden voor de traditionele Wanderburschen. Bijgevolg bleef hij van dat moment trouw aan het handweven. Hij keerde terug naar Kettenis om bij zijn vader te werken. Zijn broer Nicolas, die in Aken bij de Delius textielfabriek had gewerkt, die belangrijke internationale connecties had, werd in 1863 overgehaald om een weeffabriek op te zetten in Białystok in Rusland (nu Polen), een belangrijk centrum van de textielindustrie op het kruispunt van de belangrijke routes Sint-Petersburg - Berlijn en Kaliningrad - Odessa. Maar hij wilde niet alleen gaan, dus gingen Arnold en een derde broer mee. Maar Arnold keerde een jaar later terug, een nuttige ervaring rijker.

Toen vader Schunck stierf in 1865, wilde Severin-Joseph, die de zaak over zou nemen, mechaniseren, maar ontbeerde het geld daarvoor. Dus besloten zijn broers hem de erfenis te laten. Nu hij niet langer de handweefgetouwen nodig had, kregen zij er ieder een en vijf jaar later zouden zij daarenboven 1000 Rheinische thaler en door Severin-Joseph geweven stoffen ontvangen. Gelukkig gaf de unificatie van Duitsland in 1870 de economie zulk een impuls dat hij makkelijk zijn belofte kon houden.