Section Française de l'Internationale Ouvrière

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf SFIO)
Ga naar: navigatie, zoeken
SFIO

De Section Française de l'Internationale Ouvrière (Nederlands: Franse Sectie van de Arbeiders Internationale), was een Franse socialistische partij.

Geschiedenis[bewerken]

Het Franse socialisme voor de oprichting van de SFIO[bewerken]

Barricades tijdens de Commune van Parijs

Eén van de eerste belangrijke socialistische leiders van Frankrijk was Louis Blanqui die lid was van de Commune van Parijs, een revolutionair comité die de stad Parijs bestuurde in maart 1871 en tal van socialistische doorvoerde. Na de onderdrukking van de opstand (28 maart) werden talrijke socialistische leiders geëxecuteerd of gevangengezet. Het socialisme raakte hierna korte tijd in verval.

Tijdens het Congres van Marseille in 1879, een congres van arbeiders en werkers, werd besloten tot de oprichting van de gematigde, niet-marxistische Fédération des Travailleurs Socialistes de France (FTSF, Federatie van Socialistische Arbeiders van Frankrijk). Ongeveer in de zelfde periode werd door Édouard Vaillant en andere geestverwanten van Blanqui het Comité Révolutionnaire Central (CRC, Revolutionair Centraal Comité) opgericht. Het CRC greep in de eerste plaats terug op de Franse revolutionaire traditie en wat minder op het socialisme. Het gematigde karakter van de FTSF leidde er in 1882 toe dat Jules Guesde en Paul Lafargue (schoonzoon van Karl Marx) de partij verlieten en de radicale, marxistisch georiënteerde Parti Ouvrier Français (POF, Franse Arbeiderspartij) oprichtten.

In de jaren '80 van de negentiende eeuw werden er voor het eerst op grote schaal socialisten in gemeenteraden en regionale vergaderingen gekozen. Als gevolg van deze successen laaide de discussie binnen de socialistische beweging op of men aan verkiezingen kon meedoen. Jean Allemane en andere FTSF leden meenden van niet en wilden dat de socialistische partijen zich zouden toeleggen op agitatie ten einde een revolutie uit te kunnen lokken. In 1890 werd de Parti Ouvrier Socialiste Révolutionnaire (POSR, Socialistisch Revolutionaire Arbeiderspartij) opgericht. De POSR, andere socialistische partijen en socialistische individuen deden mee aan de parlementsverkiezingen van 1898. In totaal werden 57 socialisten in de Franse Nationale Vergadering (Assemblée Nationale) gekozen[1].

In 1898 werd het CRC opgeheven en vervangen door de Parti Socialiste Révolutionnaire (France) (PSR, Socialistisch Revolutionaire Partij). Édouard Vaillant werd de leider van de PSR.

In 1899 trad de onafhankelijke socialist Alexandre Millerand (de latere president) toe tot het kabinet van premier René Waldeck-Rousseau en werd zo de eerste socialistische minister van Frankrijk. Zijn toetreden tot het kabinet werd fel bekritiseerd door zijn medesocialisten die het ongehoord vonden dat één van hen tot een "bourgeois"kabinet deel uitmaakte.

Totstandkoming van de SFIO[bewerken]

  • In 1902 fuseerden de Parti Ouvrier Français (POF) en de Parti Socialiste Révolutionnaire (PSR) tot de Parti Socialiste de France (PSdF, Socialistische Partij van Frankrijk). De PSdF ontwikkelde zich tot een marxistische partij en stond onder leiding van Jules Guesde.
  • In 1902 fuseerden ook de Socialiste Indépendants (onafhankelijke socialisten), de Fédération des Travailleurs Socialistes de France (FTSF) en de Parti Ouvrier Socialiste Révolutionnaire (POSR). De nieuwe partij kreeg de naam Parti Socialiste Français (PSF, Franse Socialistische Partij) en stond onder leiding van Jean Jaurès en was reformistischer dan de PSdF.

Tijdens het Congres van Globe (bij Parijs), het tweede congres van de Socialistische Internationale[2] werd er door de deelnemers aanzienlijke druk op de PSdF en PSF delegaties uitgeoefend om te fuseren zodat er maar één echte Franse socialistische partij zou zijn. Uiteindelijk werd besloten dat beide partijen zouden samengaan en de Parti Socialiste Unifié - Section Française de l'Internationale Ouvrière (PSU-SFIO, Verenigde Socialistische Partij - Franse Sectie van de Arbeiders Internationale) was geboren. De onafhankelijke socialisten en enkele andere socialisten keerden zich tegen de fusie en vormden de Parti Socialiste Indépendant (1907) en de Parti Républicain Socialiste (1910).

De SFIO werd geleid door Jean Jaurès, Jules Guesde, Édouard Vaillant en Paul Lafargue, personen met totaal verschillende opvattingen. Om de ideologische verschillen te overbruggen werd gekozen voor het "integralistisch socialisme" van Jaurès[3]. Bij de eerste verkiezingen waaraan de SFIO deelnam, die van 1906, behaalde de partij 75 zetels in de Franse Nationale Vergadering.

De SFIO positioneerde zich tussen de burgerlijke liberalen van de Parti Radical-Socialiste (Radicaal-Socialistische Partij) enerzijds en de ultralinkse anarchistische en revolutionair-socialistische groeperingen anderzijds. De SFIO keerde zich heftig tegen de koloniale politiek en het Franse nationalisme.

Aristide Briand van de SFIO was in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog enkele malen premier (1909-1911, 1913). Later brak hij met de partij en werd lid van de nationaal georiënteerde Parti Républicain Socialiste (Republikeins Socialistische Partij).

De SFIO tijdens de Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Ondanks haar afkeer voor het nationalisme, koos de overgrote meerderheid van SFIO afgevaardigden in het Franse parlement (Parlement Française) aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog (1914) voor het verlenen van de oorlogskredieten aan de regering. Dit was in strijd met de afspraken die waren gemaakt op de congressen van de Socialistische Internationale[4]. De zogenaamde "anti-oorlogssocialisten"[5] waren in de minderheid, maar lieten gedurende de oorlog flink van zich horen. De spreekbuis van de anti-oorlogssocialisten en pacifisten was Le Bonnet Rouge. Deze krant stond onder leiding van Miguel Almereyda, een uiterst linkse socialist. In Le Bonnet Rouge verschenen antimilitaristische en - zolang de censuur het toeliet - defaitistische artikelen[6]. Toen bleek dat Le Bonnet Rouge werd gefinancierd door de Duitse regering, werd Almereyda gearresteerd en de krant verboden. Almereyda pleegde later zelfmoord in de gevangenis[6].

De meeste socialisten waren van mening dat de oorlog werd begonnen door de "reactionaire monarchieën" (Oostenrijk-Hongarije en Duitsland). Dit was overigens een onhoudbaar standpunt als men bedenkt dat de meest reactionaire monarchie, tsaristisch Rusland aan de zijde der Entente mogendheden streed. De socialisten Guesde, Marcel Sembat en Albert Thomas maakten deel uit van de Regering van Nationale Eenheid.

Bij de parlementsverkiezingen van november 1919 leed de SFIO een nederlaag ten opzichte van 1914. Toen behaalde de SFIO 103 zetels, in 1919 maar 67. Vooral de anti-oorlogskandidaten en de pacifistische socialisten werden verpletterd verslagen. Voor een groot deel valt de nederlaag te verklaren door het feit dat de (centrum-)rechtse partijen en "historisch links" (de republikeinse partijen) tijdens de verkiezingscampagne zinspeelden op een socialistische revolutie zoals in Rusland.

Oprichting van de Parti Communiste Français[bewerken]

Na de Eerste Wereldoorlog traden tegenstellingen aan het licht tussen pro- en anti-communistische leden van SFIO. De eerste groep wilde dat SFIO lid bleef van de Tweede Internationale (Socialistische Internationale), terwijl de tweede groep wilde dat SFIO zich aansloot bij de in 1919 opgerichte Derde Internationale (Comintern). Tijdens het Congres van Tours (december 1920) traden de voorstanders van aansluiting bij de Derde Internationale uit SFIO en stichtten de Section Française de l'Internationale Communiste (SFIC, Franse Sectie van de Communistische Internationale, de latere Parti Communiste Français). Léon Blum, de latere premier, trad tijdens het Congres op als pleitbezorger van de groep die bij de Tweede Internationale wilde blijven.

Blum en Paul Faure werden na het Congres van Tours de nieuwe leiders van SFIO en onder hun leiding werd een Cartel des Gauches (Links Kartel)[7] gevormd dat de parlementsverkiezingen van 1924 won. Het daarop gevormde centrum-linkse kabinet hield maar kort stand.

Volksfront[bewerken]

Uitslagen parlementsverkiezingen van 1936 die grote winst opleverden voor het Volksfront

Binnen de SFIO rezen aan het begin van de jaren '30 weer conflicten op over de te volgen koers. In 1935 stapten een aantal niet-marxistische socialisten uit de SFIO en richtten de Parti Socialiste de France - Union Jean Jaurès (PSF-UJR, Socialistische Partij van Frankrijk - Unie Jean Jaurès). Onder de oprichters waren Marcel Déat, Pierre Renaudel en Adrien Marquet die tegen de toenadering tot de communisten waren.

De toenadering tot de communisten was het gevolg van de door Moskou voorgeschreven "Volksfront" tactiek, een samenwerking met sociaaldemocraten (tot dan toe door de communisten "sociaal-fascisten" genoemd) en burgerlijk links. In 1936 vormden SFIO, de SFIC en de PRS, alsmede enkele andere progressieven, het Front Populaire (Volksfront). Het Volksfront stond onder leiding van Léon Blum en won de parlementsverkiezingen van 3 mei 1936. Het Volksfront verkreeg 376 van de 618 zetels in de Franse Nationale Vergadering (Assemblée Nationale). In totaal kreeg SFIO 146 zetels (tegen 129 zetels in 1932) en een Volksfrontkabinet onder Blum werd gevormd (4 juni 1936) dat tot 22 juni 1937 standhield. Hierna regeerde een Volksfrontkabinet onder premier Camille Chautemps (PRS) tot 13 maart 1938. Hierna volgde het laatste Volksfrontkabinet dat weer onder leiding stond van Blum en standhield tot 10 april 1938. Hiermee eindigde ook het linkse experiment in Frankrijk en regeerden er weer conservatieve kabinetten.

In 1938 scheidde Marceau Pivert zich van SFIO af en vormde de Parti Socialiste Ouvrier et Paysan (PSOP, Socialistische Arbeiders en Boerenpartij).

Van de Tweede Wereldoorlog tot de opheffing van de SFIO[bewerken]

Het overgrote merendeel van de SFIO kopstukken trad tijdens de Duitse bezetting van Frankrijk toe tot het verzet. Enkele kopstukken steunden het Vichy-regime van maarschalk Henri Pétain (Paul Faure, Charles Spinasse). SFIO leider Blum werd in een Duits concentratiekamp opgesloten.

Na de Franse bevrijding van 1944 herleefde de SFIO onder het leiderschap van Guy Mollet, maar werd nooit meer echt succesvol. Aanvankelijk nam de SFIO deel aan de zogenaamde Tripartismecoalities bestaande uit de SFIO, de PCF en de christendemocratische Mouvement Républicain Populaire (MRP). Blum leidde één van deze Tripartismekabinetten (1946-1947). In 1947 werd de Vierde Franse Republiek uitgeroepen en was er geen plaats meer voor de communisten in de regering. Hierna regeerden kabinetten waarin de SFIO meestal was vertegenwoordigd. In het centrum-linkse Kabinet-Mendès France van premier Pierre Mendès France (PRS) vervulde de SFIO een sleutelrol. In 1956 werd Guy Mollet premier van een minderheidskabinet. Mollet was een antikolonialist maar steunde desondanks de harde aanpak van het Franse leger in Algerije. Mollet bleef tot 13 juni 1957 aan de macht.

Tijdens de crisis van 1958 steunde Mollet de machtsovername van generaal Charles de Gaulle en trad zelfs toe tot diens kabinet (1 juni 1958), hetgeen kritiek uitlokte van de linkerzijde van de SFIO. Een aantal leden van SFIO stapte uit de partij en vormde samen met enkele dissidente communisten de Parti Socialiste Unifié (PSU, Verenigde Socialistische Partij). Mollet trad in 1959 als minister af. Hij bleef echter secretaris-generaal van de partij.

Tijdens de jaren zestig raakte de SFIO verder in verval. Bij de verkiezingen tijdens de Vijfde Franse Republiek behaalde SFIO de minste zetels ooit.

In 1965 vormden SFIO, de Union des Groupes et Clubs Socialistes, de PRS en de Convention des Institutions Républicaines de alliantie Fédération de la Gauche Démocrate et Socialiste. François Mitterrand (CIR) leidde de Fédération. Bij de parlementsverkiezingen van 1968 behaalde de Fédération echter niet het verwachte resultaat.

Gaston Defferre van SFIO behaalde bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van 1969 maar 5% van de stemmen en werd als zodanig uitgeschakeld. Hierna fuseerden op initiatief van Alain Sarvay SFIO en de Union des Clubs pour le Renouveau de la Gauche (Unie van de Clubs voor de Vernieuwing van Links) tot de Parti Socialiste, de huidige socialistische partij. Alain Sarvay werd de eerste voorzitter van de PS. Hiermee kwam een einde aan bijna 65 jaar SFIO.

Lijst van secretarissen-generaal[bewerken]

Persoon Periode
Louis Dubreuilh 1905 - 1918
Ludovic-Oscar Frossard 1918 - 1920
Paul Faure 1920 - 1940
Daniel Mayer 1943 - 1946
Guy Mollet 1946 - 1969
Alain Savary 1969

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. FRAVAL1
  2. Het eerste congres van de Socialistische Internationale was het Congres van Amsterdam
  3. Grote Winkler Prins Encyclopedie, 7de druk, (1976), dl. 17, blz. 317, red. Winkler Prins Encyclopedie
  4. De Duitse socialisten (SPD) deden overigens hetzelfde
  5. w.o. Jean Jaurès, die op 31 juli 1914 door een gestoorde nationalist werd vermoord
  6. a b 14-18, De Eerste Wereldoorlog, dl. 4, blz. 1221 (1976), hoofdred. Dr. R.L. Schuursma e.a.
  7. Het Cartel des Gauches bestond uit de SFIO, de Parti Républicain, Radical et Radical-Socialiste, Radicaux Indépendants, Parti Républicain Socialiste en de Socialistes Indépendants