SN 1604

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
SN 1604
Supernovarestant van SN 1604
Supernovarestant van SN 1604
Type Supernova type Ia[1]
Datum ontdekking Oktober 1604
Overige aanduidingen Kepler's Supernova, V 843 Ophiuchi
Fysische gegevens
Restant Supernovarest
Waarnemingsgegevens
Standaardepoche J2000
Rechte klimming 17u30m40,80s
Declinatie -21° 29' 11"
Galactische coördinaten G4.5+6.8
Sterrenstelsel Melkweg
Afstand 13.000 lj
Portaal  Portaalicoon   Astronomie

SN 1604, ook wel Keplers supernova genoemd, was een supernova die in het jaar 1604 te zien was.

De eerste waarneming[bewerken]

Brunowski, een assistent van Johannes Kepler, bracht Kepler op de morgen van 11 oktober 1604 het nieuws van een nieuwe ster die hij de avond ervoor gezien had. Kepler wilde er niets van weten, de hemel bleef een week bewolkt, en zo lang kon Kepler in zijn ongeloof volharden. Deze gang van zaken maakt al duidelijk, hoe moeilijk het verschijnen van een nieuwe ster te aanvaarden was. Tycho Brahe had een generatie eerder al zoiets ongelooflijks als een nieuwe ster meegemaakt, in 1572, maar de "volmaaktheid" van de hemel had ook voor Kepler door één tegenbewijs nog niet afgedaan.

Johannes Keplers oorspronkelijke tekening met de locatie van de stella nova, gemarkeerd met een N (8 vakjes omlaag, 4 van links).

De volmaaktheid van de hemel[bewerken]

Die zogenaamde volmaaktheid bestond sinds Pythagoras hierin, dat de volmaakte godheid alleen een volmaakte kosmos met volmaakte objecten geschapen kon hebben. Vanaf de maan waren alle planeten en sterren volmaakte ronde bollen, die in volmaakte cirkels om de aarde liepen. Sinds Copernicus geloofde de avant-garde van de geleerdenwereld wel dat de zon in het midden van de kosmos stond. Het meest overtuigende argument daarvoor was echter, dat daarmede de banen van de planeten als cirkels te verklaren waren. Ook Kepler geloofde in het jaar waarin hij “zijn” supernova zag nog altijd in de volmaaktheid van de hemel en de cirkelbeweging van de planeten (pas in 1605 zou hij inzien dat de consequentie van Tycho's observaties is dat de planeten zich niet in cirkels bewegen). Het verbijsterde Europa in 1604 dat er een nieuwe ster aan de hemel schitterde.

De vurige driehoek[bewerken]

De ster stond in de Schutter, samen met Jupiter, Saturnus en Mars. Dat wil zeggen in de vurige driehoek, zoals de astrologen de driehoek Ram-Leeuw-Schutter noem(d)en. De astrologen deelden/delen de 12 sterrenbeelden van de dierenriem in vier groepen van drie. De eerste groep was/is de Ram, dan 4 beelden verder de Leeuw en dan weer 4 verder de Schutter. Die staan dus ten naaste bij 120* uiteen, een grote gelijkzijdige driehoek aan de hemel, de vurige driehoek. De volgende 3 zo gecombineerde sterrenbeelden van de dierenriem vormden dan de aardachtige of aarden-driehoek, het volgende drietal werd met het element lucht en het laatste met het element water verbonden.

Dat samenkomen van Jupiter en Saturnus daar in die zogenaamde vurige driehoek gebeurt maar eens in de 800 jaar. (800 jaar eerder was Karel de Grote keizer en 800 jaar daarvoor werd Christus geboren). Zouden Jupiter en Saturnus in de vurige driehoek het zaakje in brand gestoken hebben? Zou dit misschien een teken voor de bekering van Amerika zijn? Dat soort dingen opperden de sterrenwichelaars onder andere. De schok was nog groter dan die door Tycho's stella nova van 1572 veroorzaakt was.

Keplers publicaties over de nieuwe ster[bewerken]

Alle waarnemingen vonden plaats met het blote oog. Pas in 1609 gebruikte Galileo een telescoop om naar de hemel te kijken en pas in 1610 publiceerde hij hierover.

Kepler keerde zich in 1604 in een Duits boekje tegen alle astrologische speculaties, maar had zelf geen idee waarom het dan wel ging. 2 jaar later gaf hij een Latijns werk uit: De Stella Nova in Pede Serpentarii, et ... ... Trigono Igneo (Over de Nieuwe Ster in de Voet van de Slang, en ... ... de Vurige Driehoek). Ook hier bleef hij uiterst vaag: "Misschien heeft zich daar boven sterrenmateriaal samengebald", was zo ongeveer zijn overweging. Hij begreep wel dat het een verschijnsel van de sterrenhemel was en dat het niet binnen ons zonnestelsel plaatsvond. In 1604 verweet zijn vriend Herwart von Hohenburg hem meteen al dat hij erg vaag bleef.

In datzelfde werk had Kepler het ook over het juiste geboortejaar van Christus. (Max Caspar, Johannes Kepler blz 163 etc.)

Keplers dilemma[bewerken]

Kepler zocht naar een verklaring voor een verschijnsel, dat volgens alle ideeën van die tijd onmogelijk was, maar in één generatie toch twee keer plaatsgevonden had. Hij probeerde een zakelijk antwoord te vinden maar vond geen oplossing. Volgens Herwart von Hohenfels verwarde hij zich in zijn eigen woorden. Hij zocht zijn toevlucht tot verklaringen die nauwelijks van astrologie verwijderd waren, hoe zeer hijzelf daarvoor ook altijd waarschuwde.

Moderne gegevens van Keplers supernovarest[bewerken]

In 1941 konden astronomen eindelijk met gebruik van de 2,5 m telescoop op Mount Wilson Keplers supernovarest lokaliseren. (Dit is ook de telescoop waarmee Edwin Hubble de uitbreiding van het heelal geconstateerd had, aan de hand van supernovae Ia in andere sterrenstelsels.) Sindsdien wordt de vage zwakke wolk van ongeveer 40 boogseconden met een helderheid van 19 magnituden (een object dertigmaal zo klein als de maan en dertigmaal zo zwak als het beste oog kan zien) door sterrenkundigen bestudeerd met behulp van allerlei grote telescopen op de aarde. Maar ze kunnen nu gebruikmaken van rond de Aarde cirkelende ruimtetelescopen om zo SN 1604 over het hele spectrum in kaart te brengen. Het blijkt een Type Ia supernova te zijn, tussen de 16 000 en 20 000 lichtjaren verwijderd.[2]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics. Kepler's Supernova Remnant: A Star's Death Comes to Life. Chandra X-Ray Observatory (13 februari 2009) Geraadpleegd op 13 december 2009
  2. Kepler's Supernova Remnant: Was Kepler's Supernova Unusually Powerful?. Chandra X-ray Observatory (11 september 2012) Geraadpleegd op 15 September 2012