Sabine Dardenne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
zaak-Dutroux

Daders

Slachtoffers

Magistratuur

Overig

Sabine Dardenne (Doornik, 28 oktober 1983) is een Waalse vrouw die op twaalfjarige leeftijd, op 28 mei 1996, toen zij op weg was naar school werd ontvoerd door de Belgische crimineel Marc Dutroux. Dardenne was een van de laatste slachtoffers van Dutroux. Zij overleefde een gevangenschap van 80 dagen; na haar bevrijding werden vier andere slachtoffers, allen jonge meisjes, dood gevonden.

Bevrijding[bewerken]

Op 15 augustus 1996 werden Dardenne en de veertienjarige Laetitia Delhez, die een aantal dagen daarvoor ontvoerd werd, bevrijd door de Belgische politie. Dutroux was twee dagen eerder gearresteerd, en gaf toe hen beiden verkracht en seksueel misbruikt te hebben. Haar bevrijding is tot stand gekomen nadat enkele getuigen, waaronder een non, Dutroux en zijn busje hadden gezien tijdens de ontvoering van Laetitia.

Proces[bewerken]

Er ontstond publieke verontwaardiging door de getuigenissen van Dardenne en andere slachtoffers van Dutroux, en door de traagheid waarmee het proces tegen hem verliep. Dardenne en Delhez getuigden beiden tegen Dutroux. Hun getuigenis speelde een belangrijke rol bij zijn veroordeling. Tijdens het proces vroegen zij hem waarom hij hen misbruikt en verkracht had. Sabine stelde rechtstreeks de vraag waarom Dutroux haar niet had vermoord. In haar boek beschrijft ze dat de rollen nu omgedraaid zijn, Dutroux durfde haar niet eens aan te kijken.

Boek[bewerken]

Dardenne publiceerde haar getuigenis in J'avais douze ans, j'ai pris mon vélo et je suis partie à l'école (2004) (Nederlandse titel: Ik was twaalf en ik fietste naar school). Het boek wordt geprezen als een buitengewone getuigenis van de jonge vrouw die tachtig dagen doorbracht in gevangenschap voordat zij werd gered.

Ze beschrijft in dit boek hoe zij op de vroege ochtend van 28 mei 1996 door twee mannen van haar fiets in een langzaam rijdend busje wordt getrokken. Na een korte rit brengen zij haar dubbelgevouwen in een koffer ergens naar binnen, wat achteraf een woning van Dutroux blijkt te zijn. Daar wordt zij vervolgens 80 dagen lang door Dutroux vastgehouden, mishandeld en verkracht. Sabine verblijft de meeste tijd in een ruimte van 99 bij 334 cm, die door een zware betonnen deur is afgescheiden van de kelder onder het huis. Het is er donker, er is geen raam of opening naar buiten. Voor verse lucht is zij afhankelijk van een kleine ventilator aan het plafond. Op de grond ligt een oud en vies matras en er hangen twee lampjes. Regelmatig neemt Dutroux haar mee om haar te misbruiken. Dutroux laat haar geloven dat haar vader, die rijkswachter is geweest, de 'chef' van Dutroux iets had geflikt waardoor deze chef zich op Sabine zou willen wreken. Dutroux maakt haar wijs dat hij door haar te ontvoeren haar leven heeft gered. Sabine beschrijft in het boek haar schuldgevoelens tegenover haar moeder, vader en oma vanwege haar gedrag, zoals het halen van een onvoldoende voor wiskunde. Van de brieven die Dutroux haar toestaat aan haar ouders – die volgens hem niet bereid zijn om losgeld te betalen – te schrijven, heeft de politie een aantal in het huis teruggevonden. Deze brieven zijn in het proces tegen Dutroux voorgelezen. Op enig moment zegt Sabine tegen Dutroux, dat zij graag 'een vriendin' wil: zij kan niet langer tegen de eenzaamheid. Kort daarna wordt Sabine door Dutroux geconfronteerd met een meisje, dat net zoals Sabine kort na haar ontvoering naakt ligt vastgebonden op het stapelbed in de woning. Dit blijkt Laetitia Delhez te zijn, die naar later bleek op 6 augustus 1996 door Dutroux werd ontvoerd terwijl zij te voet op weg was naar het zwembad. Haar ontvoering zal uiteindelijk leiden tot hun ontdekking en bevrijding. Twee getuigen hadden los van elkaar het busje van Dutroux gezien en een van hen had een deel van het kenteken genoteerd. Aan het einde van het boek beschrijft Sabine dat zij over het schuldgevoel dat zij vanwege de ontvoering van Laetitia had, tijdens het proces in 2004 met haar heeft gesproken. "Toevallig was ik het, maar de ergste dingen die heeft hij me aangedaan en niet jij!", was de reactie van Laetitia.

Ze schreef het boek opdat de stem van de slachtoffers gehoord zou worden en de fascinatie voor de daders zou verdwijnen. In meerdere vertalingen werd dit boek een bestseller. Van de Nederlandse vertaling is in januari 2009 de 35e druk verschenen.