Sachsenhausen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
De ingang van Sachsenhausen
De ingang van Sachsenhausen
De poort van Sachsenhausen
De poort van Sachsenhausen
De joodse barakken
De joodse barakken
Gedenkteken
Gedenkteken

Sachsenhausen was tijdens de Tweede Wereldoorlog een concentratiekamp in Nazi-Duitsland. Het kamp lag op ca. 35 kilometer van Berlijn en werd in 1936 gebouwd door zijn gevangenen. Het kamp lag in de wijk Sandhausen (tegenwoordig Sachsenhausen, net als het kamp zelf) in het plaatsje Oranienburg.

[bewerk] Voor de oorlog

In Sachsenhausen zijn ca. 30.000 tot 35.000 mensen omgekomen. Het kamp werd door het Rode Leger bevrijd op 22 april 1945.

Het kamp werd in 1936 gebouwd door gevangenen uit Esterwegen. Als gevolg van de wreedheden van de SS bewakers en ondervoeding overleefden de meesten dit niet. Eind september van dat jaar was Konzentrazions Lager Sachsenhausen klaar, en werden de eerste politieke gevangenen gedetineerd. De eerste gevangenen waren Duitse communisten, "werkschuwen" en joden. Na de Kristallnacht werden 1800 joden naar Sachsenhausen getransporteerd, en in de weken daarna vermoord.

Eind september 1939 waren er 8384 gevangenen in het kamp. Het waren communisten, sociaaldemocraten, vakbondsbestuurders, Jehovah's Getuigen, homoseksuelen en joden. In november van dat jaar was het aantal gevangenen al toegenomen tot 11.311. Als gevolg van een tyfusepidemie en hongersnood stierven honderden gevangenen binnen enkele weken. Tot april 1940 werden overledenen gecremeerd in Berlijn, Sachsenhausen beschikte na april 1940 zelf over een crematorium.

[bewerk] Tijdens de oorlog

De omstandigheden in Sachsenhausen waren barbaars. Zo werden dagelijks gevangenen doodgeschoten of opgehangen: 33 Polen en 88 Nederlanders in mei 1942. Na de Nazi-invasie in de Sovjet-Unie werden duizenden Sovjetsoldaten als krijgsgevangene naar Sachsenhausen gebracht, waarvan de meesten omkwamen.

In 1942 werd Station Z aangelegd, een installatie voor vernietiging van gevangenen. Op 29 mei van dat jaar werden Nazikopstukken uitgenodigd voor de opening van Station Z. Als demonstratie van de efficiëntie van de installatie werden 96 joden doodgeschoten. In maart 1943 werd Station Z uitgebreid met een gaskamer, die tot het einde van de oorlog dienst zou doen. Het aantal slachtoffers van vergassing is niet bekend, omdat de transporten voor de gaskamer niet werden geadministreerd.

Begin 1945 moest het kamp worden ontruimd als gevolg van het oprukken van de geallieerden. 33.000 gevangenen moesten te voet het kamp verlaten, waarbij ze werden verdeeld in groepen van 400. Het SS-plan was om de groepen in te schepen naar Denemarken en deze schepen vervolgens te laten zinken. Duizenden gevangenen kwamen onderweg om het leven, door uitputting of omdat ze werden doodgeschoten. Ook raakte bekend dat zich hier tijdens de oorlog het hoofdkwartier bevond van 'operatie Bernhard', waar op grote schaal vals geld werd gedrukt (voor ongeveer 132 miljoen aan Engelse ponden).

[bewerk] Na de oorlog

Op 22 april 1945 werd het kamp door het Rode Leger bevrijd. Er waren slechts 3000 gevangenen achtergebleven, waaronder 1400 vrouwen. De meesten waren op sterven na dood, en te zwak om hun bevrijders te verwelkomen. Zoals in veel andere kampen kwamen na de bevrijding nog vele gevangenen om het leven, ondanks de medische zorg die hen door hun bevrijders werd gegeven. In de jaren 1945-1950 werd het kamp ook deels gebruikt door het Russische leger voor Duitse krijgsgevangenen maar ook voor tegenstanders van het Russische regime. In deze jaren hebben er in totaal ongeveer 60.000 gevangenen gezeten, waarvan er ca. 12.000 zijn overleden door ziekte en honger. Ten tijde van de Duitse Democratische Republiek werd het kamp ingericht als museum en monument.


52° 45' 57" NB, 13° 15' 51" OL

 
Persoonlijke instellingen