Safety car

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De safety car is in de autosport een wagen die de snelheid van deelnemende wagens op het circuit beperkt, in geval van een gevaarlijke situatie zoals een groot ongeluk of object op de baan. Gedurende deze periode rijdt de wagen voor de raceleider. Op enkele uitzonderingen na mogen deelnemers aan de race niet voorbij de safety car rijden. Wanneer de gevaarlijke situatie opgelost is, verlaat de wagen het circuit en de deelnemers mogen verder racen.

Gevolgen[bewerken]

Bij het inzetten van de safety car worden alle verschillen tussen de deelnemers ongedaan gemaakt. Hierdoor komt er ook meer competitie tussen de deelnemers. Er worden ook vaak pitstops gemaakt tijdens een safety car-situatie.

Formule 1[bewerken]

Safetycar (rechts) en medicalcar (links)

In de Formule 1 wordt de safety car ingezet na zware ongelukken, bij zware regen of in omstandigheden waarbij er niet veilig geracet kan worden. De leiding van de wedstrijd zal aan de marshalls opdracht geven om borden te tonen met "SC" op, waarmee ze de rijders waarschuwen dat de safety car ingezet wordt. Vanaf 2007 moeten alle Formule 1-wagens LEDs op het stuur hebben die de rijder informeren welke vlaggen er gezwaaid worden. Een gele LED licht op wanneer de safety car ingezet wordt.

De safety car heeft zowel gele als groene lichten op het dak. Het groene licht geeft de rijders achter de safety car de toestemming om voorbij te rijden. Eenmaal de raceleider de eerste wagen achter de safetycar ligt, gaan de gele lichten aan en mag niemand nog voorbij rijden. De wagen wordt bestuurd door een professionele rijder, momenteel Bernd Mayländer, en moet een zekere snelheid aanhouden zodat de banden van de racewagens op temperatuur kunnen blijven en de motoren niet oververhit raken.

De safety car werd voor het eerst ingezet bij de Grand Prix van Canada 1973. De wagen koos echter de verkeerde wagen als raceleider uit, waardoor het na de race uren kostte voordat de juiste einduitslag bekend was. In 1993 werd de safety car in de officiële reglementen ingeschreven. In de Grote Prijzen van Brazilië en Groot-Brittannië werd deze dan ook ingezet.

Er werden vier races gestart achter de safety car: de Grand Prix van België 1997, de Grand Prix van België 2000, de Grand Prix van Brazilië 2003 en de Grand Prix van Europa 2007. Daarnaast werden ook nog twee races herstart achter de safety car: de Grand Prix van Japan 1994 en de Grand Prix van Europa 2007. Slechts één Grand Prix eindigde achter de safety car: de Grand Prix van Canada 1999. Hier kwam verandering in in de Grand Prix van Australië 2009. Toen mocht Jenson Button de finish overschrijden achter de safety car.

In de laatste ronde voor de race herstart kan worden, zal de safety car enkele bochten voor ze binnengaat de lichten doven. Hierdoor weten de coureurs dat ze kunnen beginnen met racen.

Bij incidenten in de eerste drie ronden wordt eerder de safety car dan de rode vlag ingezet. Hierdoor wordt verhinderd dat de race pas vijftien minuten later herstart wordt en de twee-uur-limiet begint niet zolang de wagens klaar zijn voor een nieuwe opwarmingsronde. De tijd blijft echter lopen tijdens een safety car-situatie.

Vanaf 2007 werden twee nieuwe regels ingesteld. De pitlaan wordt gesloten vanaf het moment dat de safety car ingezet wordt. Er mag geen enkele wagen in de pits tot alle wagens achter de safety car rijden tot de raceleiding de melding "pitlane open" geeft. Indien een coureur wel in de pits gaat, krijgt deze een stop & go-straf van tien seconden. Wagens die al in de pits stonden, krijgen deze straf niet. Aan het eind van pitlaan staat een rood licht. Coureurs die dit licht voorbij rijden, worden gediskwalificeerd. Dit gebeurde bij Giancarlo Fisichella en Felipe Massa in de Grand Prix van Canada 2007.

Wanneer het circuit vrijgemaakt is na het incident, mogen rijders die op een ronde staan en tussen de wagens rijden die in dezelfde ronde zitten deze voorbij steken. Hierna moeten zij achteraan aansluiten. Hierdoor worden wagens bij de herstart niet gehinderd door achterblijvers. Deze regel werd geïntroduceerd na de Grand Prix van Australië 2006.

In 2004 en 2005 werd gebruikgemaakt van een Mercedes-Benz SLK55 AMG. In 2006 en 2007 was een Mercedes-Benz CLK63 AMG de safety car. In 2008 is de wagen gebaseerd op een Mercedes-Benz SL63. Het gewicht is echter 220kg lager en de V8-motor is getuned om 525pk te leveren. Dit is de achtste Mercedes-Benz AMG die als safety car wordt gebruikt in de Formule 1.