Saicho

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Saichō (最澄)
Portret van Saichō
Portret van Saichō
Hoofdambt Stichter van het Tendai boeddhisme
Titel Dengyō Daishi (De Grootleraar Dengyo)
Religie Boeddhisme
Stroming Tendai
Geboortedatum 15 september 767
Sterfdatum 26 juni 822
Portaal  Portaalicoon   Religie

Saichō (最澄) (15 september 767-26 juni 822) was een Japanse, boeddhistische monnik die wordt beschouwd als de stichter van de tendaischool. Hij heeft zijn leven gewijd aan de verspreiding van de tendai doctrine en het boeddhisme in het algemeen. Na zijn dood kreeg hij de titel Dengyō Daishi (De Grootleraar Dengyo).

Biografie[bewerken]

Saichō werd geboren in de provincie Ōmi, het huidige Ohtsu. Zijn vader, Mitsu no Bitomomoe was een toegewijde boeddhist. Toen hij nog kinderloos was beklom bij de Hiei[1] berg om te bidden voor een zoon. Hij beloofde de goden dat hij zijn dank zou betuigen als ze zijn gebeden verhoorden. Toen hij te horen kreeg dat Saichō geboren zou worden, heeft hij een hut gebouwd aan de voet van de Hiei berg om de goden te eren.

Toen Saichō zeven jaar werd ging hij naar een dorpsschool waar hij de vaardigheden leerde om een ambtenaar te worden in de hoofdstad of in de provinciën. Maar al snel besliste Saichō om monnik te worden. Hij ging naar de kokubun-ji[2] in Ōmi toen hij 12 was. Waarschijnlijk werd hij gëinspireerd door de passie van zijn vader maar hij kan dit ook om economische redenen gedaan hebben. Zijn ouders waren simpele boeren en zouden zo een mond minder moeten voeden.

Saichō werd de leerling van Gyōhyō en in deze periode heeft hij zijn interesse voor meditatie ontwikkelt. Toen hij 19 jaar werd verliet hij Gyōhyō en ging hij naar Tōdaiji[3] in Nara om ingewijd te worden als monnik. Na zijn opleidingsperiode vertrok hij uit Nara om berg Hiei te beklimmen (1985).

Een decennium op berg Hiei[bewerken]

Berg hiei

Hij verbleef 10 jaar lang op berg Hiei om te mediteren en te studeren Tijdens zijn verblijf op Hiei las en kopieerde Saichō boeddhistische teksten, richtte hij een bibliotheek op , hield hij lezingen en realiseerde hij de Hienzanji tempel waar een gegraveerd beeld van Yakushi-ji Yakushi centraal stond.. Zo kwam hij voor het eerst in contact met de T'ien T'ai stroming die later in Japan 'Tendai' genoemd zou worden. Hij was onder de indruk van de niet discriminerende en universele aspecten van de T'ien-t'ai. Hij vond dat het een goede afwisseling zou zijn van de toen huidige steriele theologie van de 6 Nara sekten die toen aanwezig waren. De Nara sekten waren meer academisch gericht en de hoofdvakken die gepraktiseerd werden waren magische rituelen. Deze moesten de geest verruimen voor studies en dienden soms om de aristocratie te imponeren. De aristocraten stonden ver van de dagelijkse toewijding die geschreven stonden in de Zhiyi Chih-i [4].

In 802 werd op verzoek van Keizer Kammu een Lotus Sutra vergadering gehouden. Saichō was hier de hoofdspreker. Er waren 10 priesters van de Nara sektes aanwezig. Op deze vergadering beloofde Keizer Kanmu aan Saichō dat hij naar China mocht gaan om de studies van de T'ien-t'ai uit eerste hand te leren Hij moest daarna terugkeren naar Japan om ze hier aan te leren aan anderen.

Saichō’s reis naar China[bewerken]

Saichō wilde samen met Wake no Hiroyo[5] de eerste Tendai [6]school stichten. Omdat hij vond dat de Tendai-teksten in Japan veel vertaalfouten bevatten, wilde hij studenten naar China sturen om de leer rechtstreeks van Chinese meesters aan te leren. Hij ging zelf uiteindelijk ook meer voor een korte periode omdat de keizer dit wilde.

In China bestudeerde hij verschillende boeddhistische stromingen. Het langst verbleef hij op de T'ien T'ai berg waar hij in de T'ien T'ai doctrine onderwezen werd door meester Tao-Sui. Hij kwam ook in aanraking met het esoterisch boeddhisme[7] maar dit bestudeerde hij minder grondig dan T'ien T'ai.

Het eigenlijke doel van Saichō's reis was om accurate werken over de T'ien Tai doctrine te verkrijgen. Een deel van zijn verblijf in China bestond uit het kopiëren van werken. Plaatselijke monniken hielpen hem door het verzamelen van kopiisten of door hem zelf te helpen. In het totaal bracht hij zo'n 120 werken mee terug naar Japan, waarvan slecht 12 over het esoterische boeddhisme.

Toen Saichō zijn doel bereikte en besliste om terug naar Japan te gaan, kreeg hij te horen dat zijn schip pas vertrekkensklaar zou zijn na één en een halve maand. Deze tijd spendeerde hij aan het bestuderen van het esoterisch boeddhisme waar hij slechts een geringe kennis over had. Op de 19de dag van 5de maand in het jaar 805 vertrok zijn boot in Ming-chou. Hij arriveerde in Japan op de 5de dag van de 6de maand na een verblijf in China van 8 en een halve maand.

Terugkeer naar Japan[bewerken]

Bibliografie werken uit China.

Terwijl Saichō in China was kreeg het Japanse hof steeds meer interesse in Tendai. Toen hij aankwam in Japan maakte hij een bibliografie van de werken en sutra's die hij had meegebracht. Het hof liet deze allemaal kopiëren en verdeelde ze over de zeven grote tempels van Nara[8].

Het bleek na een tijdje dat Keizer Kanmu [9] zich meer interesseerde in het esoterisch boeddhisme dan in de Tendai leer die Saichō oorspronkelijk moest gaan bestuderen. De reden hiervoor was dat Kanmu al enkele maanden ziek was. Hij liet monniken inwijden, tempels bouwen en rituelen uitvoeren opdat hij spoedig zou genezen. Saichō's esoterisch boeddhisme bevatte verschillende rituelen die ook voor dit doel gebruikt konden worden. Ten tweede was het esoterisch boeddhisme de meest recent ingevoerde tak van het boeddhisme. Kanmu vond dat de kleurrijke rituelen perfect bij de nieuwe hoofdstad, Kyoto, pasten.

Stichting Tendai school[bewerken]

De gezondheid van Keizer Kanmu ging snel achteruit, als Saichō zijn toekomst wilde verzekeren en de Tendai school wilde stichten zou hij actie moeten ondernemen. Er was een hevige dominantie strijd aan de gang tussen de al bestaande scholen, voornamelijk tussen de Hossō[10] en de Sanron[11] scholen. Om Tendai ook een kans te geven verminderde de keizer het aantal toegelaten ingewijden van deze twee scholen. Zo mocht de Tendai school in het jaar 805 twee wijdeling toewijzen. De school werd gebouwd op de Hiei berg.

De studenten werden, afhankelijk van de studierichting die ze kozen, in twee categorieën verdeeld. De eerste studierichting werd Shanagō genoemd, dit was de esoterische studierichting. De tweede, Shikangō, was de meditatie studierichting gebaseerd op Tendai.

Op de 17de dag van de 3de maand in het jaar 806, stierf Keizer Kanmu. Saichō verloor zo zijn belangrijkste medestander. Na Kanmu's dood verdween Saichō's naam gedurende enkele jaren bijna volledig uit het historisch archief. Hoewel de nieuwe keizer, Heizei[12], Saichō al had bijgestaan, onder meer in zijn reis naar China, deed hij gedurende zijn hele regeerperiode niets om hem te helpen. De reden hiervoor waren waarschijnlijk de financiële besparingsplannen die Kanmu net voor zijn dood invoerde. Kanmu stopte de constructie van de nieuwe hoofdstad en de plannen voor het voeren van militaire campagnes. Deze besparingen resulteerde onder het beleid van Heizei in het staken van bouwprojecten in verschillende tempels en het opeisen van landerijen die gecontroleerd werden door tempels.

In het jaar 809 deed Keizer Heizei troonsafstand en werd hij opgevolgd door keizer Saga[13]. Saga's houding tegenover boeddhisme was veel positiever. Hij verkoos Saichō en de Tendai niet boven de andere scholen maar deed wel zijn best om rechtvaardig de onderlinge conflicten op te lossen. Omdat Saichō onder het bewind van Heizei geen recht kreeg op wijdelingen, kreeg hij in het jaar 810 acht wijdelingen om dat te compenseren. Dit had grote gevolgen want het hof kreeg terug interesse in de Tendai school. De financiële steun die hij kreeg gaf Saichō de kans om zijn plannen met de Tendai school verder te zetten. De Hiei berg werd al snel een plaats vol activiteit.

Zijn relatie met Kūkai[bewerken]

Portret van Kūkai

De Tendai studierichting invullen was geen probleem geweest voor Saichō, de echte moeilijkheid lag in het opstellen van het esoterisch programma. Saichō's kennis van het esoterisch boeddhisme was niet zo uitgebreid dat hij er een degelijk studieprogramma voor kon samenstellen. Toch, omdat Keizer Kanmu er zo'n aanhanger van was, liet hij de helft van zijn studenten deze richting volgen. Zijn onbekwaamheid kwam pas echt aan het licht toen Kūkai plots terugkeerde uit China.

Kūkai was een Japanse monnik die naar China gestuurd werd om daar 20 jaar lang het esoterisch boeddhisme te bestuderen. Na 2 en een half jaar kwam hij echter al terug naar Japan. Hij had al die tijd gestudeerd in Ch'ang-an[14], het centrum van het esoterisch boeddhisme, en had dus een veel grondigere opleiding gekregen dan Saichō. Aangezien het hof zich vooral interesseerde in Saichō's kennis over het esoterisch boeddhisme, was de komst Kūkai een grote bedreiging.

Kūkai en Saichō hadden elkaar waarschijnlijk al ontmoet enkele jaren geleden toen ze beiden aan het wachten waren om naar China te vertrekken. Ze ontmoetten elkaar weer kort na Kūkai's terugkomst. Saichō was heel erg geïnteresseerd in de vele esoterische werken die Kūkai verzameld had en stuurde hem regelmatig brieven met het verzoek deze te mogen bestuderen. Langs de andere kant vroeg Kūkai hem om informatie over de tendai doctrine.

Maar helaas, na enkele meningsverschillen, een conflict over het lenen van teksten en het overlopen van Taihan, een van Saichō's bekwaamste studenten, kwam er een einde aan hun vriendschap. Hiermee verdween Saichō's hoop om het esoterische boeddhisme volledig te beheersen.

Laatste levensjaren[bewerken]

Gedurende de periode waarin Saichō het esoterisch boeddhisme bestudeerde verliet meer dan de helft van zijn studenten de Hiei berg. Een deel ging studeren aan de Hōsso school, anderen gingen in de leer bij Kūkai of keerden terug naar hun ouderlijk huis. Stilaan werd duidelijk dat Saichō meer van zijn studenten op Hiei moest houden als hij wilde dat Tendai zou blijven voortbestaan. Gedurende de laatste 5 of 6 jaren van zijn leven streefde hij er naar de plaats van Tendai binnen het Japanse boeddhisme te verzekeren. In deze periode schreef hij het merendeel van zijn belangrijkste werken.

De indeling van de Tendai volgens de visie van Saichō[bewerken]

Tendai bestond voor uit 4 delen.

Lotus soetra[bewerken]

In China studeerde Saicho het Tiantai dat was opgesteld door Chih'I (538-597). Chih'I legde de nadruk op het belang om alle verschillende boeddhistische filosofieën in China te verenigen en zag de leer van de Lotus soetra als het ideale middel om dit te bewerkstelligen. De Lotus Sutra is dus zeer prominent aanwezig in de Tendai filosofie. Het belangrijkste element in de Lotus Sutra is het concept dat alle dingen voor een deel Boeddha zijn, een zogenaamde Boeddha natuur bezitten (tathagata-garbha[15]). Chih'I merkte op dat andere scholen dit allemaal op een andere manier uitdrukten, maar dat er tussen alle scholen niet echt een contradictie is.

Het absolute en het tijdelijke[bewerken]

Een tweede belangrijk onderdeel van de Tendai leer is de eenheid van het absolute en het tijdelijke. Het concept van de drie waarheden in één waarheid. Alle dingen zijn leeg, ze ontstaan in afhankelijkheid, maar tegelijk hebben ze een tijdelijk zijn. Dus, alle dingen zijn zowel leeg als bestaande. De Tendai leer verwijst naar dit moeilijk te vatten concept als de waarheid van de middelste weg. Een hoofddoel voor Tendai aanhangers is om via door grote meesters uitgebrachte methodes experimentele bevattenis te verkrijgen over de waarheid van de middelste weg. Shikan meditatie is hier een mooi voorbeeld van. [16]

Ichinen Sanzen[bewerken]

Een derde principe van de Tendai school is dat van Ichinen Sanzen. "Drieduizend inzichten in één moment." Dit is een essentieel inzicht voor het begrijpen van de rol van het individu in het leven van de wereld. Hiermee wordt bedoeld dat in ons gedachtenproces elk moment zich drieduizend afzonderlijke fenomenen voordoen. Onze gedachten verspreiden zich van het centrum van ons zijn en beïnvloeden andere wezenlijke entiteiten, de wereld en de kosmos. Dus, een gedachte beïnvloedt niet enkel de individuele bedenker er van, maar wordt een onderdeel van een grotere kracht die de samenleving en het universum beïnvloedt. Een gedachte kan conflicten veroorzaken of net rust en de vrede van Boeddha laten neerdalen. Ook belangrijk is de leer van Ichigu wo Terasu (verlicht een hoekje van de wereld) zoals ze is uitgebracht door Saicho hemzelf. Dit is een verbintenis tot intensief Boeddhisme. Dat je anderen zal ondersteunen als was het jezelf. We geven onszelf, onze tijd en onze bezittingen voor het welzijn van anderen. Dit is niet gewoon een uiting van maatschappelijke verantwoordelijkheid, het is een actieve uitdrukking van de aard van spirituele bewerkstelliging en de aardse rol van onze wereldlijke acties in de manifestatie van het Dharma (het goede).

Bodhisattva[bewerken]

Tenslotte houdt de Tendai leer ook het Bodhisattva ideaal in. Door deze morele principes, zowel als kloosterling als niet- kloosterling, toe te passen, kan men anderen helpen. De verlichting (Boddhichitta[17]) bereiken is een doel voor allen op het Bodhisattva pad.

De eigenlijke betekenis van de Tendai volgens Saichō[bewerken]

De Tendai doctrine zorgde ervoor dat Japanse Boeddhisten Boeddhisme konden combineren met Shinto [18]. De grote moeilijkheid om deze 2 te combineren was dat er enerzijds het uitgebreide Shinto pantheon van goden (Kami) en de ontelbare lokaal aanbeden "geesten" die verbonden zijn aan plaatsen, natuurfenomenen of schrijnen was en aan de andere kant de Boeddhistische doctrine dat iemand zich niet moet bezighouden met religieuze diensten, op de zoektocht naar verlichting na. De Tendai monniken argumenteerden simpelweg dat de Kami afspiegelingen zijn van de waarheid van de universele Boeddha's die naar de wereld kwamen om de mensheid te onderwijzen. Dus, ze zijn eigenlijk het equivalent van Boeddha's. Terwijl de Boeddha's de mogelijkheid van verlichting bereiken door de inspanningen in vele levens en toewijding aan Dharma representeren, worden de Kami beschouwd als manifeste representaties van het universele Boeddha zijn. De Kami die in Shinto als gewelddadig of "menshatend" worden beschouwd, worden bekeken als bovennatuurlijke entiteiten die de Boeddhistische wet verwerpen en geen verlichting bereikten. Ze zijn gewelddadig en slecht. Het fundamentele element in Boeddhisme is (zoals hierboven al vermeld) dat men alle wereldlijke dingen en wensen moet wegwerken teneinde de verlichting te bereiken. Dit veroorzaakte een conflict met de cultuur van elke samenleving waarin Boeddhisme werd geïntroduceerd. Als je alle wereldlijke pleziertjes moet zien weg te werken, betekent dit namelijk ook dat je verwezenlijkingen als poëzie, literatuur en visuele kunsten moet laten vallen. Door te verklaren dat de ideale wereld der ideeën niet verschilt van Dharma, kon de Tendai doctrine schoonheid en kunsten verweven met Boeddhistische leerstellingen. Poëzie, wat in Japan zeker een zonde zou zijn geweest om te laten vallen, kon in de Tendai doctrine nu net wél leiden tot verlichting. Contemplatie in de poëzie, vooropgesteld dat het wordt gedaan in de context van de Tendai doctrine, is simpelweg contemplatie van Dharma. Hetzelfde kan gezegd worden over elke andere vorm van kunst. Dus, het is mogelijk om kunst te creëren die overeenkomt met Boeddhisme.

Tendaischolen[bewerken]

De Enryaku-ji, thuis van de Tendaischool.

De belangrijkste scholen van het “Nieuwe Kamakura Boeddhisme” die ontstaan vanuit een gevoel van ontevredenheid met de bestaande boeddhistische orde, zullen telkens vooral één van de vier pijlers van het Tendai boeddhisme gaan benadrukken. Opvallend is dat ook alle grote stichters hun carrière begonnen als Tendai monnik. Twee andere, erg belangrijke vroege ontwikkelingen binnen de Tendai school, die het Japanse boeddhisme sterk zouden gaan beïnvloeden, zijn de verspreiding van het Zuivere Land boeddhisme en de ontwikkeling van de hongaku 本覚 idee. Hongaku of “Inherente Verlichting” is een verdere uitwerking van de Tathāgatagarbha idee die binnen het Mahāyāna boeddhisme[19] ontstond. Het belangrijkste onderscheid tussen de continentale en Japanse interpretatie ervan is dat het Chinese boeddhisme “inherente verlichting” aanziet als iets wat men door religieuze praktijk kan bereiken. Met andere woorden, iedereen bezit het potentieel om boeddha te worden, maar of men dit potentieel ook realiseert, hangt af van een ieders inspanningen. In Japan wordt “inherente verlichting” mettertijd als de essentiële natuur van alles gezien en vervalt het onderscheid tussen boeddha en mens, namelijk de mens is boeddha . Het is precies op dit punt dat Dōgen de vraag stelt naar de noodzaak van religieuze praktijk die zich op shigaku of “verworven verlichting” richt. Na de dood van Saichō kwam het tot verschillende breuken in de Tendai gemeenschap. Eerst was er het dispuut over de opvolging door Gishin, die in het nadeel van Enchō was; later kwam het tot de beruchte strijd tussen de erfgenamen van Ennin (794-864) en Enchin (814-891). De strijd tussen beide groepen werd zo hevig dat de Enchin groep in 993 wegtrok uit de Enryaku-ji een zich permanent gingen vestigen in de Onjōji of Miidera, waar Enchin bij zijn terugkeer uit China een eigen centrum voor de studie van het esoterisme had opgericht. In 1571 maakte Oda Nobunaga[20] de Enryakuji bijna met de grond gelijk en brak daardoor de macht die de Tendai school gedurende de voorgaande eeuwen had vergaard voorgoed. De tempels werden heropgebouwd en in de Edo periode kon Tendai zich enigszins herstellen hoewel ze nooit meer de grandeur en het prestige van van vroegere tijden genoot. In 1989 waren er ongeveer 4.300 Tendai tempels, 20.000 monniken en tempelpersoneel en 3 miljoen leden onder leken

Externe links[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. De berg Hiei ligt ten noordoosten van de stad Kyoto. De tempel van Enryaku-ji, de eerste Japanse voorpost van de Boeddhistische Tendai-sekte, werd opgericht bovenop de Hiei-berg door Saicho in 788.
  2. Provinciale tempels in elke provincie van Japan gesticht door Keizer Shōmu.
  3. Tōdaji is een boeddhistisch tempelcomplex in Nara dat gebouwd werd door Keizer Shomu in de Naraperiode.
  4. De uitvinder van de T'ien-t'ai.
  5. Wake no Hiroyo was een ambtenaar wiens familie een sterke band had met de keizer.
  6. Tendai is een stroming in het boeddhisme afkomstig van het Chinese Tiantai.
  7. Het esoterisch boeddhisme of het 'Shingon boeddhisme' is een van de meest belangrijke stromingen in het Japanse boeddhisme.
  8. Nara was de hoofdstad van Japan van 710 tot 784 en is gelegen in de Kansai regio.
  9. Keizer Kanmu (737–806) was de 50ste keizer van Japan en regeerde van 781 tot 806
  10. De Hossō school is een boeddhistische school die naar Japan gebracht werd door de monnik Dōshō. In Japan werd het echter nooit zo populair als zijn equivalent in India en China. http://www.onmarkproductions.com/html/six-nara-schools-seven-nara-temples.html#hosso
  11. Een Mahāyāna uit China die rond het jaar 625 door de Koreaanse monnik Hyegwan geïntroduceerd werd in Japan. http://www.onmarkproductions.com/html/six-nara-schools-seven-nara-temples.html#sanron
  12. Keizer Heizei (773 – August 5, 824) was de 51ste keizer van Japan en regeerde van 806 tot 809.
  13. Keizer Saga (786–842) was de 52ste keizer van Japan en regeerde van 809 tot 823.
  14. Ch'ang-an, vandaag gekend als Xi'an, was in het begin van de heian periode het Chinese centrum van het esoterisch boeddhisme en was maar liefst 10 dynastieën lang een hoofdstad.
  15. Tathāgatagarbha doctrine leert ons dat elk levend wezen de intrinsieke, stralend buddhische element of inwoning potentie bevat voor om een Boeddha te worden.
  16. "Shi" verwijst hier naar samatha; het kalm maken van de geest en "kan" naar vipasyana of inzichtsmeditatie
  17. Boddhichitta heeft als doel om complete verlichting te bereiken.
  18. De oorspronkelijke natuurgodsdienst van Japan
  19. Centraal in de Mahayana-ideologie is de idee van de Bodhisattva: niet alleen de Boeddha, maar ieder mens kan de staat van Verlichting bereiken.
  20. Was een van invloedrijkste daimyō’s (大名) gedurende de sengoku periode.

Bronvermeldingen[bewerken]

  • "Candle of the Latter Dharma by Saicho: Tendai Buddhism." Nichiren's Coffeehouse & Gohonzon Gallery: Interfaith Links on the Lotus Sutra. http://nichirenscoffeehouse.net/books/Candle.html (accessed May 30, 2013).
  • DUNN, MICHAEL. "Daruma Pilgrims in Japan: Saicho Dengyo Daishi." Daruma Pilgrims in Japan. http://darumapilgrim.blogspot.com/2006/04/saicho.html (accessed May 30, 2013).
  • "Het boedhisme tijdens de Heian." Japanologie KU Leuven. mediawiki.arts.kuleuven.be/geschiedenisjapan/index.php/Het_boeddhisme_tijdens_de_Heian (accessed May 30, 2013).
  • "Saichō und der Tendai Buddhismus – Religion-in-Japan." Universität Wien. http://www.univie.ac.at/rel_jap/an/Geschichte:Saicho (accessed May 30, 2013).
  • "Shingon Boeddhisme en Kōbō Daishi Kūkai - Buddhachannel : le portail du bouddhisme dans le monde." Buddhachannel : le portail du bouddhisme, de la santé et du bien-être. http://www.buddhachannel.tv/portail/spip.php?article17292 (accessed May 30, 2013).
  • "Tendai." Tendai Budhist Institute. http://www.tendai.org/index.php?id=44 (accessed May 30, 2013).
  • BuddhasUniverse. Buddhism in Japan - Heian Period: The Great Teacher Dengyo. Aangetroffen op 10/11/2010 op: http://www.buddhasuniverse.com/dengyo_daishi.htm
  • KuLeuven. Tendai. Aangetroffen op 10/11/2010 op: http://mediawiki.arts.kuleuven.be/geschiedenisjapan/index.php/Tendai
  • Vande Walle, Willy. Een geschiedenis van Japan: Van samurai tot soft power. Leuven: Acco, 2009.
  • Tendai-US. Short History of Dengyo Daishi. Aangetroffen op 20/12/2010 op: http://www.tendai-us.org/ShortHistoryofDengyoDaishi.pdf
  • Adolphson, Mikael S. The gates of power: monks, courtiers, and warriors in premodern Japan. Honolulu: University of Hawai'i Press, 2000.
  • Bowring, Richard John. The religious traditions of Japan, 500-1600. Cambridge, UK: Cambridge University Press, 2005.
  • Groner, Paul. Saichō: the establishment of the Japanese Tendai School. Berkeley: Center for South and Southeast Asian Studies, University of California at Berkeley :, 1984.
  • Groner, Paul. Ryōgen and Mount Hiei Japanese Tendai in the tenth century. Honolulu: University of Hawaiʻi Press, 2002.
  • Hardy, Grant. Great minds of the Eastern intellectual tradition. Chantilly, VA: Teaching Co. :, 2011.
  • Iijima, Shunkei (飯島春敬). Shin nihon no shodōshi (新・日本の書道史). Tōkyō: Tōkyōdō Shuppan (東京堂出版), 1982.
  • Katsuno, Ryūshin (勝野隆信著). Hieizan to Kōyasan: Saichō to Kūkai o chūshin to shite (比叡山と高野山 : 最澄と空海を中心として). Tōkyō: Shibundō(至文堂), 1959.
  • Kurita, Isamu (栗田勇). Saichō to Tendai hongaku shisō: Nihon seishinshi josetsu (最澄と天台本覚思想 : 日本精神史序說). Tōkyō: Sakuhinsha (作品社), 1994.
  • Petzold, Bruno. Dengyo Daishi: the founder of the Japanese Tendai sect. S.l.: s.n., 19501960.
  • Petzold, Bruno. Tendai Buddhism. Yokohama: International Buddhist Exchange Center, 1979.
  • Saichō, Kūkai shū (最澄. 空海集). Tōkyō: Chikuma Shobō(筑摩書房), 1969.
  • Saso, Michael R.. Tantric art and meditation: the Tendai tradition. Honolulu: Tendai Educational Foundation :, 1990.
  • Saso, Michael R.. Homa rites and maṇḍala meditation in Tendai Buddhism. New Delhi: International Academy of Indian Culture and Aditya Prakashan, 1991
  • "Tendai-shu ." Dengyō-Daishi’s Life and Teaching. http://www.tendai.or.jp/english/index.php (accessed May 30, 2013).