Kathedraal van Saint-Denis
| Kathedrale basiliek van Saint-Denis | ||||
| Façade | ||||
| Plaats | Saint-Denis, Frankrijk | |||
| Gebouwd in | 12e-13e eeuw | |||
| Gewijd aan | Saint-Denis | |||
| Monumentale status | Monument historique sinds 1862 | |||
| Architectuur | ||||
| Stijlperiode | Gotiek | |||
|
||||
De Kathedrale basiliek van Saint-Denis (Frans: Basilique-cathédrale de Saint-Denis) is een kerk in de Parijse voorstad Saint-Denis en de begraafplaats van de Franse koningen.
De basiliek is gewijd aan Sint-Denis ofwel Sint-Dionysius van Parijs, tevens de patroonheilige van Frankrijk. Hij zou de eerste bisschop van Parijs zijn geweest. Een simpel schrijn werd opgericht op zijn graf. Dagobert I, koning der Franken, bouwde op deze plaats de Sint-Denisabdij.
Inhoud |
[bewerken] Saint-Denis en de geboorte van de gotiek
De kerk is een architecturaal meesterwerk en wordt gezien als het eerste grote gotische bouwwerk. De bouw van de huidige kerk werd begonnen in 1136, maar het gebouw kwam niet voor het einde van de 13e eeuw gereed.
Op zondag 11 juni 1144 werd de kooromgang van de basiliek plechtig ingewijd in het bijzijn van de Franse koning Lodewijk VII de Jongere. Deze basiliek werd verbouwd naar de ideeën van Suger van St. Denis, in een nieuwe stijl met spitsbogen en glas-in-loodramen, waarbij de nadruk ligt op verticaliteit en een hemelse lichtinval. Ten grondslag daaraan lag een nieuwe theologie waarbij God met licht geïdentificeerd werd. In de westgevel zorgde het grote roosvenster voor binnenstralend licht. In het naar Jeruzalem gerichte oostelijke koor werden muren weggehaald en vervangen door pilaren. De kooromgang werd tussen 1140 en 1144 uitgebreid met een reeks straalkapellen "geplaatst in een halve cirkel, waardoor de kerk baadde in een ononderbroken schitterend licht dat binnenviel door de helderst denkbare ramen". Doordat de kapellen voorzien werden van een kruisribgewelf waardoor de muren geen dragende functie meer hadden, was er plaats voor grote glaspartijen, voorzien van schitterende glasramen. Saint-Denis is overduidelijk een directe vertaling van de ideeën die Suger koesterde over het universum. Abt Suger introduceerde het principe van de verticaliteit en de opwaarts gerichte spanning, eigen aan al de nieuwe bisschopskerken tot aan het einde van de middeleeuwen. Saint-Denis markeerde de geboorte van de Gotiek.
De nieuwe overdadige stijl van de St.-Denis stak schril af tegen de bouwwijze van de cisterciënzerkloosters en de aangrenzende kerk, die zich kenmerkte door een volstrekte soberheid volgens de regel van Bernard van Clairvaux.
[bewerken] Saint-Denis en de inrichting
In de kerk staat het eerste orgel van Aristide Cavaillé-Coll uit 1840, een van de belangrijkste orgels in Parijs. In 1987 werd Pierre Pincemaille benoemd tot organist-titularis van dit orgel.
[bewerken] Saint-Denis als koninklijk mausoleum
De koningen van Frankrijk werden eeuwenlang in deze abdij begraven en de kerk staat dan ook bekend als het Frans koninklijk mausoleum. Sinds Dagobert I hadden alle opvolgers van Clovis I dit heiligdom als hun begraafplaats verkozen. De Kerk gaf de machtigste mannen van de tijd toestemming hun graf binnen de heiligdommen te plaatsen en hun graftombe te voorzien van een beeld van hun persoon. Lodewijk de Heilige maakte van de Saint-Denis een mausoleum en gaf opdracht aan Petrus van Montreuil het gebouw daartoe aan te passen. Hij stelde de graftombes op in de kruisbeuk als ceremoniële bedden.
Op drie koningen na liggen alle heersers van Frankrijk van de 10e eeuw tot 1789 hier begraven. Tijdens de Franse Revolutie werden de graven echter geopend en werden hun stoffelijke resten in een grote put buiten de abdij gedumpt.
De basiliek werd zwaar beschadigd, maar toen de Franse Revolutie iets gematigder werd werd de kerk aangewezen als museum van de koninklijke grafmonumenten.
Napoleon Bonaparte heropende de kerk in 1806, maar de koninklijke resten werden in hun massagraven gelaten. Na Napoleons eerste verbanning naar Elba werden de resten van Marie Antoinette en Lodewijk XVI van Frankrijk hier begraven. De overige koninklijke resten konden echter niet meer afzonderlijk begraven worden en de collectie beenderen werd begraven in de crypte, achter een grote marmeren plaat met de namen van alle koningen erop.
Lodewijk XVIII van Frankrijk werd na zijn dood in 1824 begraven in het centrum van de crypte. Ook andere Bourbons werden in de jaren 1815-1830 in Saint-Denis bijgezet. In 2004 werd ook het bewaard gebleven gemummificeerde hart van de dauphin, Lodewijk XVII van Frankrijk, in Saint-Denis bijgezet.
[bewerken] Kathedraal
In 1966 werd de basiliek tot kathedraal van het bisdom Saint-Denis benoemd.
[bewerken] Bibliografie
- Georges Duby, De kathedralenbouwers. Portret van de middeleeuwse maatschappij, 980-1420, 1985, Elsevier, Amsterdam/Brussel. (vertaling van "Le temps des cathédrales. L'art et la société 980-1420", Editions Quarto Gallimard, 1975)
| Zie de categorie Kathedraal van Saint-Denis van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |