Salarisplafond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een salaris-, loon- of inkomensplafond is het niveau waarboven iemands inkomen niet mag stijgen.

België[bewerken]

In België kent men in de Sociale zekerheidsregelgeving onder meer het inkomensplafond voor het kind. Dit is een maximum bedrag voor een loon of sociale uitkering dat indien uitgekeerd aan het kind, bv. voor een vakantiejob, de betrokken rechthebbenden niet langer recht hebben op kinderbijslag voor dit kind. Het inkomensplafond voor een gezin heeft dan weer belang bij het al dan niet uitkeren van een toeslag verleend voor een gezin met rechthebbende die invalide is, gepensioneerd, langer dan 6 maanden werkloos, werkhervatter is of voor een eenoudergezin.[1] Ook bestaan er inkomensplafonds voor het recht op gratis of gedeeltelijke gratis juridische bijstand (door een pro Deo advocaat), extra kindergeld of bouw- of verbeteringspremies.

Nederland[bewerken]

De balkenendenorm uit 2006 bepaalt dat het inkomensplafond van openbaar bestuurders 130 procent is van een ministerssalaris. De daaruit voortgekomen Wet normering topinkomens legt sinds 2013 beperkingen op aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de (semi)publieke sector.[2] Soms lukt het echter niet een maximum aan het inkomen van een bepaalde beroepsgroep te stellen. In oktober 2013 bijvoorbeeld oordeelde de Nederlandse rechter dat de regering bestuurders van woningcorporaties geen salarisplafond mocht opleggen.[3]

Ook het peil waarboven het inkomen niet mag stijgen om voor iets in aanmerking te komen, bijvoorbeeld een sociale huurwoning, wordt wel een plafond genoemd. Synoniemen zijn inkomensgrens en -limiet.

Beroepssporters[bewerken]

Ook in de sport is er soms sprake van een salarisplafond. Zo wordt vooral in de Amerikaanse sportwereld wel de afspraak gemaakt dat een club niet meer dan een bepaald percentage of een bepaald bedrag aan salarissen aan de spelers mag uitgeven. Het salarisplafond leidt ertoe dat de rijke clubs niet alle goede spelers kunnen kopen, zoals in het Europese voetbal gebeurt. Bij clubs als Chelsea, Real Madrid of FC Barcelona zullen alle topspelers spelen, aangezien ze daar het meeste geld zullen verdienen. In Amerika werkt men daarom met een salarisplafond (de zogenaamde salary cap), zodat de teams aan elkaar gewaagd blijven. Hierdoor zijn er in het verleden ook discussies opgelaaid over een salarisplafond in het Europese voetbal.

De onderhandelingen tussen de Amerikaanse sportbonden en spelersbonden over de hoogte van het salarisplafond zijn vaak moeizaam verlopen. Zo was het ijshockeyseizoen 2004/2005 van de NHL afgeschaft: er was geen overeenstemming tussen de twee bonden, en spelers weigerden te spelen. In sommige sporten is er zelfs een salarisminimum, zodat eigenaren hun spelers niet kunnen uitbuiten.

Bronnen, noten en/of referenties