Sam Phillips (producer)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sam Phillips (Florence (Alabama), 5 januari 1923 - Memphis (Tennessee), 30 juli 2003) was een Amerikaanse platenbaas, oprichter van het Sun-label.

Hij was de ontdekker van Elvis Presley en stond aan de basis van de carrières van de artiesten Carl Perkins, Johnny Cash, Jerry Lee Lewis en B.B. King.

Phillips geldt als pionier van de rock-'n-roll en wordt gezien als een van de belangrijkste personen in de ontwikkeling van de twintigste-eeuwse moderne muziek.

Hij werd in 1945 diskjockey bij een radiostation in Memphis. Vijf jaar later, op 3 januari 1950, begon Phillips de eerste vaste opnamestudio "Memphis Recording Service" aan de 706 Union Avenue in Memphis. In het begin bedroop hij zich met het opnemen van trouwpartijen, maar al snel raakte Phillips verzeild in de blueswereld. Zo nam hij in april Rocket 88 op, maar zag Leonard Chess het grote geld opstrijken met zijn platenmaatschappij Chess Records. Al snel richtte Phillips zijn eigen platenmaatschappij Sun Records op om zodoende zijn producties ook zelf aan de man te brengen.

Zijn eerste successen behaalde Phillips met Presley. De jonge muzikant liep in 1953 het nietszeggende gebouwtje binnen, om een plaatje voor zijn moeder te maken. De eerste keer was Phillips niet aanwezig, maar wel zijn secretaresse Marion Keisker die onmiddellijk gegrepen was door het talent en de stijl van Elvis. De volgende keer was Phillips wel aanwezig om Elvis te ontmoeten. Naar verluidt beviel Phillips het liedje dat hij wilde zingen niet en samen gingen ze aan het werk om in de plaats daarvan de single That's All Right Mama (1954) op te nemen. Daarna volgden nog een paar succesvolle singles, maar geen complete albums met Presley. Pas in 1957, twee jaar na het vertrek van Presley, zou Phillips albums gaan uitbrengen. Ook de opnames van het befaamde Million Dollar Quartet, met Elvis, Jerry Lee Lewis, Carl Perkins en Johnny Cash, stammen uit deze studio.

In 1955 verkocht Phillips het contract van Presley voor 35.000 dollar, een recordbedrag in die dagen, aan platenmaatschappij RCA. Hij behaalde vervolgens successen met zangers als Carl Perkins, Johnny Cash en Jerry Lee Lewis. Roy Orbison stond ook twee jaar onder contract, maar afgezien van de eerste single, was hij niet echt succesvol.

Veel artiesten verhuisden in de volgende jaren naar Nashville, waar studio's en goede achtergrondmuzikanten volop aanwezig waren, maar Phillips bleef in Memphis, al opende hij zelf ook een studio in Nashville, die hij na korte tijd weer verkocht. In 1968 stopte hij met zijn platenlabel. De studio groeide vervolgens uit tot een populaire toeristische attractie.

In 1986 werd Phillips opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame, een jaar later in de Alabama Music Hall of Fame en in 2001 in de Country Music Hall of Fame.

Voor zijn overlijden was hij geruime tijd ziek.