Samaritanen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Locaties van de Samaritaanse gemeenschappen in Holon en bij Nablus

De Samaritanen vormen een kleine etno-religieuze gemeenschap van 720 leden (telling van 2008) waarvan 346 personen in de Israëlische stad Holon en 308 personen in de plaats Kiryat Luza (bij Nablus) op de Westelijke Jordaanoever wonen.

In de 4e eeuw waren er naar schatting enkele honderdduizenden Samaritanen, maar na eeuwen van onderdrukking, bloedbaden, grootschalige bekering tot het christendom in het laat-antieke Romeinse Rijk en de opkomst van de islam waren er in 1917 nog maar 146 personen overgebleven die zichzelf als Samaritanen beschouwden.

De naam van de Samaritanen is afgeleid van de landstreek Samaria waar zij als volk zijn ontstaan. Zij noemen zichzelf Shomeriem (behoeders). De Samaritanen spreken modern Hebreeuws of Palestijns Arabisch. Voor de liturgie gebruiken zij eigen varianten van het klassiek Hebreeuws en het Aramees.

Geschiedenis[bewerken]

In 722 v.Chr. werd een deel van de inwoners van het noordelijke koninkrijk Israël (ook wel Samaria genoemd) door de Assyriërs weggevoerd; de Assyriërs brachten andere kolonisten voor hen in de plaats. De noordelijke Israëlieten vermengden zich met deze nieuwkomers en hieruit ontstonden de Samaritanen.

Zij werden echter niet door de zuidelijke Israëlieten van het koninkrijk Juda geaccepteerd omdat zij de gemengde Samaritanen niet als echte Israëlieten beschouwden en de Samaritanen naar hun mening niet het zuivere Israëlitische geloof navolgden.

Toen de zuidelijke Israëlieten op hun beurt ook in gedwongen ballingschap gingen (de Babylonische ballingschap) waaruit ze in tegenstelling tot het gedeporteerde deel van de noordelijke Israëlieten wel terugkeerden en vervolgens de door de Babyloniërs verwoeste tempel in Jeruzalem wilden herbouwen, deden de Samaritanen een verzoek om te mogen meehelpen hetgeen de zuidelijke Israëlieten (vanaf toentertijd Joden genaamd) afwezen. De Samaritanen moesten genoegen nemen met hun eigen tempel in het heuvelland van Samaria op de berg Gerizim, die volgens de Israëlieten van het zuiden niet geldig was.

Nadat de Seleucidische koning Antiochus IV Epiphanes Israël veroverd had, gaf hij in 168 v.Chr. bevel alle lokale tempels aan de Griekse god Zeus te wijden. Dit lokte een opstand uit van de joden waarbij de priesterfamilie van de Makkabeeën de leiding nam. Zij vormden zelf een koninkrijk dat in 128 v.Chr. of 107 v.Chr. Samaria binnenviel en de door hen als veroordelenswaardig beschouwde Samaritaanse bergtempel verwoestte.

Rond de tijd van Jezus Christus aan het begin van de jaartelling werden de Samaritanen door de Joden nog steeds als tweederangsburgers en dito gelovigen behandeld. Daarom antwoordde Jezus volgens het Evangelie volgens Lucas in het Nieuwe Testament op de vraag van een rechtsgeleerde "wie is mijn naaste?" met de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. In het verhaal weigeren twee hooggeplaatste Joden (een priester en een Leviet) om hun handen vuil te maken om een slachtoffer van een geweldsmisdrijf langs de kant de weg te helpen, maar een Samaritaan is wel hulpvaardig. Wat telt is wat iemand doet, niet wat hij is. En niet alleen de letter van de wet, ook de geest van de wet moet worden nageleefd, is de stelling.

De Samaritanen werden onderdrukt onder de heerschappij van het Romeinse Keizerrijk toen Samaria in de eerste eeuwen van de jaartelling deel uitmaakte van de Romeinse provincie Judea. Later, onder de Oost-Romeinse (Byzantijnse) keizer Zeno in de vijfde eeuw werden Samaritanen en Joden veelal vervolgd. Een mislukte Samaritaanse onafhankelijkheidsoorlog vond in 529 plaats waarbij duizenden Samaritanen omkwamen. De Samaritaanse religie werd nog slechts getolereerd in het christelijke Byzantijnse Rijk.

Vanaf 634, na de islamitische verovering in de slag bij Yarmuk, ontvluchtten vele Samaritanen de regio. Midden 8e eeuw vernietigden moslims vele Samaritaanse en overige synagogen. Tijdens de 10e eeuw verbeterden de relaties tussen moslims, joden en Samaritanen.

In de 13e eeuw kwamen de Mamelukken aan de macht; zij plunderden alle Samaritaanse godsdienstige plaatsen en veranderden hun heiligdommen in moskeeën. Uit vrees voor hun leven bekeerden vele Samaritanen zich tot de islam. De vele Samaritaanse familienamen die men bij moslims kan aantreffen zijn daar vandaag de dag nog getuige van.

Samaritanen omstreeks 1900
Jonge Samaritanen in 2006
Samaritanen op de Gerizimberg (2006)

Na de oprichting van de staat Israël verhuisde een gedeelte van het Samaritaanse volk naar de plaats Holon (nabij Tel Aviv) en verkregen de Israëlische nationaliteit. Samaritaanse jongeren dienen dan ook in het Israëlische leger. Tot begin jaren tachtig woonde een ander deel in de westelijk gelegen wijk van Nablus, Haret es-Samira, op de Westelijke Jordaanoever. Vanwege de Eerste Intifada verhuisden deze inwoners van Nablus naar Kiryat Luza, op de nabijgelegen voor hen heilige berg Gerizim. Op de berg zijn geen gemeentelijke diensten aanwezig. Medische diensten ontvangen zij in de Israëlische nederzetting Ariël.

Godsdienst[bewerken]

De Samaritanen zien zichzelf als de ware joden. Zij baseren zich alleen op de Thora, de eerste vijf boeken van de Tenach; deze Samaritaanse Thora wijkt enigszins af van de joodse versie. Alle andere Bijbelboeken en mondelinge overleveringen verwerpen zij. Alleen Mozes wordt door hen aanvaard als een door God gezonden profeet. Ze beschouwen zichzelf als de hoeders van de traditie van Mozes en noemen zichzelf daarom ook hoeders (shomeriem). Zij houden zich streng aan de sabbat en de besnijdenis en doen hun schoenen uit bij het betreden van hun synagoge.

In Nablus bewaren de Samaritanen hun Thora, de Abiesja-rol. Deze zou volgens hen door een achterkleinzoon van Mozes op een geitenhuid zijn geschreven wat echter door onderzoekers wordt betwist.

Het centrum van hun godsdienst is gelegen op de berg Gerizim (881 m) ten zuidwesten van Nablus; hun zogeheten Tiende Gebod betreft dan ook de heiligheid van deze berg. Op deze berg vieren de Samaritanen elk jaar een week lang Pesach (paasfeest) waarbij zij dan schapen offeren en deze vervolgens met ongerezen broden eten; hierbij zijn zij gekleed in witte gewaden. Verder verwachten zij de messias die zij als een grote profeet opvatten, op deze berg.

Zij menen ook dat het niet uitgevoerde offer van Isaäk door aartsvader Abraham ten noorden van Gerizim plaatsvond, dit in weerwil van de officiële joodse traditie die hiervoor de berg Moria (de Tempelberg) in Jeruzalem aanwijst.

Tegenwoordig spreken de Samaritanen modern Hebreeuws en Arabisch, maar voor hun liturgie gebruiken ze een variant van het Bijbels Hebreeuws en Aramese commentaren.

De Samaritaanse gemeenschap staat onder leiding van een hogepriester. In 1624 overleed de laatste Samaritaanse hogepriester uit de lijn van Aärons zoon Eleazar zonder nakomelingen, waarna nakomelingen van Aärons andere zoon Itamar deze functie overnamen. Om rivaliteit binnen de priesterfamilie te voorkomen, valt de keuze voor het hogepriesterschap automatisch op het oudste nog in leven zijnde nakomeling van Itamar. Sinds 19 april 2013 is Aabed-El ben Asher ben Matzliach de Samaritaanse hogepriester. Hij volgde de op die dag overleden Aaron ben Ab-Hisda ben Jacob op.

Geschriften[bewerken]

Het belangrijkste geschrift van de Samaritanen is de Samaritaanse Pentateuch (door de Samaritanen gewoon aangeduid als Thora). De Samaritaanse Pentateuch is het heilige boek van de Samaritaanse gemeenschap en is geschreven in een Hebreeuws dat sterk overeenkomt met het oude Hebreeuwse schrift. De Samaritaanse Pentateuch lijkt sterk op de Masoretische Tekst van de Thora, maar verschilt toch 6000 variaties. De Samaritaanse Pentateuch is voor tekstcritici van belang voor het herstellen van de oorspronkelijke Thoratekst. De overige boeken van de Tenach worden door de Samaritanen verworpen.

Naast de Samaritaanse Pentateuch kennen de Samaritanen nog een aantal religieuze geschriften, zoals geschiedkundige werken en boeken met halachistische voorschriften.

De belangrijkste religieuze teksten zijn:

Literatuur[bewerken]

  • De Samaritanen, Pieter van der Horst, 2004, uitgeverij Kok Kampen (serie: Wegwijs over wereldgodsdiensten en stromingen), ISBN 90-435-1038-6