Samenhuizen
Samenhuizen is de overkoepelende term die (vooral in Vlaanderen) gebruikt wordt voor verschillende vormen van gemeenschappelijk wonen.
[bewerken] Wat is Samenhuizen?
Je hebt in oplopende graad van gemeenschappelijkheid en betrokkenheid van de bewoners verscheidene woonvormen (waarvan een drietal kunnen beschouwd worden als 'gemeenschappelijk wonen'). Zo heb je:
- een buurt: meestal geen architecturale samenhang; al dan niet betrokken nabuurschap.
- een woonerf: architecturale samenhang; al dan niet betrokken nabuurschap.
- centraal wonen (of condominium) er kan sterk betrokken nabuurschap zijn; gemeenschappelijke tuin, vergaderzaal, eventueel andere; soms zijn er gemeenschappelijke activiteiten; elk heeft een appartement of huis(je) privé.
- cohousing: naast een architecturale samenhang zijn er uitgebreide gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een gemeenschappelijk paviljoen met een eetruime en uitgeruste keuken, plaats voor kinderopvang, wasmachines, gastenkamers, etc. Ook de buitenaanleg met tuin en parking blijft grotendeels in mede-eigendom. Elk heeft zijn eigen wooneenheid.
- woongroep: samen wonen "in gezinsverband", dagelijkse omgang met elkaar; elk heeft een kamer (appartement) privé.
- kerngezin: een doorsneegezin
Natuurlijk zijn er tussen de verschillende types van samenwonen nog vele tussenvormen mogelijk, en andere accenten kunnen gelegd worden, of er kunnen woonprojecten bestaan met gemengde vormen. Volgens de definitie, gehanteerd door de Nederlandse LVCW (Landelijke Vereniging Centraal Wonen), kunnen enkel centraal wonen, samenhuizing en woongroep worden beschouwd als een woongemeenschap:
-
-
- "In een Woongemeenschap hebben de bewoners vrijwillig gekozen om in onderlinge betrokkenheid te wonen, op basis van gelijkheid, zelfbeheer, respect voor de gewenste mate van privacy. Meerdere individuen en/of huishoudens beschikken over gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen, en beheren deze gezamenlijk."
-
[bewerken] Voorgeschiedenis
Woongemeenschappen zijn in de loop van de jaren nooit helemaal weggeweest. Kloosters, begijnhoven, uitgebreide boerenfamilies met knechten en meiden, de Waldenbeweging, de communes van de jaren zestig, zijn er zeer verschillende uitingen van. Mensen zoeken naast hun privénestje ook in mindere of meerdere mate nabijheid van de familie, de stam, de groep waartoe ze behoren. In Vlaanderen is er na het verdwijnen van haast alle communes opleving van woongemeenschappen geweest eind jaren tachtig – begin jaren negentig. Deze zijn in vergelijking met hun voorgangers wel op een steviger en haalbaarder basis gestoeld.