Samuel Iperusz. Wiselius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
S.I. Wiselius in 1815, nadat hij was geridderd

Samuel Iperusz. Wiselius (Amsterdam, 4 februari 1769 - aldaar, 15 mei 1845) was een vooraanstaand patriot, actief betrokken bij de opheffing van de VOC en het onderhandelen over de Kaap. Daarnaast was hij dichter, schrijver, geschiedkundige en politiecommissaris. Wiselius correspondeerde met vrijwel alle kopstukken ten tijde van de Bataafse Republiek, onder anderen Jacob Blauw, één van de voormannen. Zonder zijn zorgvuldig bewaarde correspondentie zou onderzoek naar de Bataafse Tijd onvolledig zijn.

Biografie[bewerken]

Samuel was de enige zoon van de koopman Iperus Wiselius, een patriot, actief in de schutterij. Samuel studeerde rechten en klassieke talen. Hij liet in 1786 zijn werkstuk zien aan J. Valckenaer en T. van Kooten, destijds vooruitstrevende hoogleraren aan de Universiteit van Franeker. Het werkstuk raakte zoek, maar de vriendschap bleef. Samuel I. Wiselius promoveerde in Leiden in 1790 en werd advocaat aan het Hof van Holland.

Wiselius was in 1791 oprichter van de broederschap L'Infanterie des Cinq Sabres te Leiden, een flirt met de vrijmetselarij.[1] Wiselius trok vervolgens volle zalen met een drietal lezingen voor het genootschap Doctrina et Amicitia, dat bijeenkwam in de Kalverstraat.[2]

De Bataafse Republiek[bewerken]

Toen de Franse troepen in november 1794 tot de grote rivieren waren genaderd, stond Wiselius vooraan om de stadsregering in het nabijgelegen stadhuis op de Dam te kennen te geven dat het tijd was om te gaan.[3] Wiselius en Nicolaas van Staphorst maakten in januari 1795 deel uit van het Committé Revolutionair dat het stadhuis bezette. Wiselius pleitte voor een geheel nieuw bestel, met een krachtigere centrale leiding. Hij nam duidelijk afstand van de Unie van Utrecht, dat volgens hem slechts een zwak, weinig samenhangend, veelszins nutteloos en schier dagelijks geschonden tractaat was.[4] De Provinciale Staten zouden tot slechts administratieve besturen worden teruggebracht.[5]

In 1796 werd hij benoemd als lid van het Committé tot den Oost-Indische Handel en Bezittingen, evenals Wybo Fijnje met wie hij twee jaar later ruzie kreeg. Het comité had de opdracht een standpunt te formuleren over de failliete VOC, machtssymbool van het "ancien regime". De VOC werd genationaliseerd, de zogenaamde buitenkamers in Delft, Enkhuizen en Hoorn werden opgeheven en de overtollige werknemers ontslagen. In 1801 zette Wiselius G. Titsingh, een voormalige VOC-bewindhebber, in een pamflet voor schut. Het gevolg was dat Wiselius niet opnieuw werd benoemd in de Raad van Aziatische Bezittingen en Etablissementen. Wiselius was woedend en beschuldigde zijn voormalige collega's van wanbeheer.[6] Wiselius had meer ontzag voor Dirk van Hogendorp, de voorloper van Multatuli.

Het koninkrijk Holland[bewerken]

De benoeming van Lodewijk Napoleon als koning leidde in 1806 tot heftige protesten. Ook Wiselius weigerde zijn diensten aan "den heer Bonaparte" aan te bieden. De ambteloze Wiselius legde zich toe op zijn hobby's: geschiedenis en het schrijven van toneelstukken en dichten. Er is lange tijd gesuggereerd dat niet Maria Aletta Hulshoff, maar Wiselius het radicale pamflet met de titel Oproeping aan het Bataafse volk schreef.

Het koninkrijk der Nederlanden[bewerken]

Jachttafereel van Jan Weenix, in 1923 onderhands verkocht aan W.R. Hearst voor zijn kasteel Hearst Castle aan de Californische kust

In 1814 werd Wiselius in Amsterdam aangesteld als directeur van de Politie. In 1817 werd Wiselius benoemd als secretaris en opvolger van Willem Bilderdijk bij het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, de voorloper van de KNAW. Niet Lodewijk Napoleon, zoals een hardnekkige legende rondom het huis op Nieuwe Herengracht 99 vermeld, maar Gustaaf IV, de afgezette en verbannen Zweedse koning, hoogst geïnteresseerd in Het Réveil, kwam in 1824 bij Wiselius op bezoek om een aantal beroemde schilderijen te bekijken.[7]

In de zaal op de eerste verdieping hingen vijf vaste schilderijen (of behangsels) met jachttaferelen van Jan Weenix. Het pand was altijd in trek geweest bij gefortuneerde en illustere kunstliefhebbers, zoals Hendrik Gravé, Isaac de Pinto, Willem Sautijn en Jan van Meekeren. De jachttaferelen van Jan Weenix zijn in 1923 onderhands verkocht aan de krantenmagnaat W.R. Hearst voor zijn kasteel aan de Californische kust en vervolgens verspreid geraakt.

In 1835 raakte Wiselius betrokken bij belastingoproeren op de Herenmarkt en in de Jordaan. Wiselius verscheen niet zelf op het toneel, maar stuurde een commissaris. Er kwam kritiek op het functioneren van de burgemeester en het hoofd van de politie. Wiselius nam zijn ontslag in 1840. Zijn functie als secretaris van de letterkundige afdeling van het KNI hield hij nog enkele jaren aan. Zijn schoonzoon, arts en schrijver, publiceerde een saaie biografie na zijn dood.[8] J.R. Thorbecke liet zich tamelijk negatief uit over de auteur en zijn onderwerp in zijn Historische Schetsen.

Werken (selectie)[bewerken]

  • Proeve over de verschillende regeringsvormen, in derzelver betrekking tot het maatschappelijk geluk / door S.I.Z. Wiselius (1831)
  • De staatkundige verlichting der Nederlanden, in een wijsgeerig-historisch tafereel geschetst : een geschrift van den jare 1793. Wiselius, Samuel Iperuszoon / 2e dr / Brest van Kempen / 1828
  • Geschiedenis van Oud-Griekenland / J. Del. de Sales ; in het Nederduitsch vert. en met aanm. en bijvoegzelen verm. door Samuel Iperuszoon Wiselius ; 1808-1817
  • Berijmde vertaling van het XIVde hoofdstuk van den propheet Jesaia. Wiselius, S.Iz. / Hendrik Gartman / 1813
  • Wederlegging van het Nader request en de zogenaamde Memorie adstructief van Mr. H. C. Cras, W. Willink en D. M. van Gelder de Neufville, aan het staats-bewind der Bataafsche Republiek, ingediend van wegen eenige participanten in de gewezen Oost-Indische Compagnie. Wiselius, Samuel Iperuszoon / Willem Holtrop / 1803
  • Beroep van mr. S.Iz. Wiselius, lid van den Raad der Asiatische Bezittingen en Etablissementen, op het Bataafsche volk, ter zake van den inhoud eens briefs door het wetgeevend ligchaam van het Bataafsch gemeenebest aan het staats-bewind der Bataafsche Republiek, gezonden ten geleide van de toestemming in de begroting der staats-behoeften over den jaare 1804.Wiselius, S.Iz. / W. Holtrop / 1804
  • Berijmde vertaling van den lierzang van Habakuk, zijnde het 3de hoofdstuk diens propheets. Wiselius, S.Iz. / H. Gartman / 1815

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Mozart voerde in dat jaar met veel succes zijn Zauberflöte op.
  2. Wit, C.H.E. de (1965) De strijd tussen aristocratie en democratie in Nederland 1780-1848, p. 83-93.;
  3. Dunk, H.W. von der (1995) Het gebouw van de Vaderlandsche Sociëteit. In Maandblad Amstelodamum, Jrg 82, p. 138-168.
  4. Vles, E.J. (2004) Pieter Paulus (1753 - 1796) Patriot en Staatsman, p. 92.
  5. Idem, p. 112.
  6. Schutte, G.J. (1974) De Nederlandse Patriotten en de koloniën. p. 121-2.
  7. Wijnman, H.F. (1974) Historische Gids van Amsterdam, p. 224.
  8. Limburg Brouwer, P. van (1846) Het leven van Mr S.I. Wiselius.