Samuel Jessurun de Mesquita

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Samuel Jessurun de Mesquita (Amsterdam, 6 juni 1868Auschwitz, 11 februari 1944) was een Nederlandse schilder en graficus.

Samuel Jessurun de Mesquita werd vooral bekend door zijn 'sensitivistische tekeningen', bizarre, vaak karikaturale voorstellingen. Hij zou ze zijn leven lang blijven maken. Bovendien is hij bekend als leraar en vriend van Maurits Cornelis Escher en Reijer Stolk. Hij werd 1 februari 1944 gedeporteerd naar Auschwitz, waar hij vermoedelijk meteen na aankomst door de nazi’s is vermoord.

Biografie[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Samuel Jessurun de Mesquita werd in Amsterdam geboren als jongste zoon van Josua Jessurun de Mesquita en Judith Mendes da Costa. Ook zijn broer Joseph Jessurun de Mesquita en zijn zus Anna Jessurun de Mesquita gaven blijk van een artistieke aanleg. Zijn vader was leraar klassieke talen en Hebreeuws. Het gezin woonde aan de Nieuwe Prinsengracht in Amsterdam, waar destijds veel Portugees-joodse families woonden, die een hechte gemeenschap vormden. Samuel bleek op de lagere school al een uitgesproken tekentalent.

Verdere leven[bewerken]

Toen hij 14 jaar oud was, deed hij toelatingsexamen voor de Rijksacademie, maar hij werd afgewezen. Hierna begon hij een opleiding als leerling bij het architectenbureau Springer, waar hij veel werkte aan het uitwerken van tekeningen van ornamenten, die kenmerkend zijn voor de bouwstijl van de late 19e eeuw. Hiermee legde hij de basis voor zijn latere ontwikkeling. Hij koos voor een tekenopleiding aan de ‘Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijs’, maar volgde ook tegelijk lessen aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid Amsterdam. Als medestudenten had hij onder anderen zijn (toekomstige) zwager Joseph Mendes da Costa, Lambert Zijl en Theodoor Nieuwenhuis.

In 1889 haalde hij zijn middelbare akte tekenen. Vervolgens ging hij zich met schilderen, tekenen, houtsnedes, ex libris en batik bezighouden. Tegelijkertijd ontwikkelde hij een nieuwe tekentechniek waarmee hij zijn ‘sensitivistische tekeningen’ maakte. Hij werd in 1902 benoemd tot docent aan de Kunstnijverheidsschool in Haarlem, waaraan hij tot 1926 verbonden bleef. In 1905 werd zijn zoon Jaap geboren.

In 1917 aanvaardde hij een bestuursfunctie van de Vereniging tot Bevordering van de Grafische Kunsten. Hij was van 1921 tot 1924 voorzitter van de vereniging. Doordat hij in 1926 ophield met lesgeven aan de Kunstnijverheidsschool in Haarlem, kon hij zich weer helemaal aan het maken van eigen werken wijden. Het eerste nummer van 1925 van het tijdschrift Wendingen was helemaal gewijd aan zijn sensivistische werk. In 1931 verscheen nog een aflevering met een selectie uit later werk, die werd ingeleid door de kunsthistoricus A.M. Hammacher. In 1933 aanvaardde hij een baan als lector aan de ‘Academie voor Beeldende Kunsten’, wat hem eer, erkenning en een verbetering van zijn financiële omstandigheden bracht.

Werk[bewerken]

De ‘sensivistische tekeningen’ die vanaf 1889 ontstonden zijn bizarre, vaak karikaturale voorstellingen, en hebben een duidelijk grafisch karakter. Later werkte hij ze meer uit in ets, litho en houtsnede. Ze werden in 1904 door W. Versluis in een album uitgegeven. Ook maakte hij niet-sensitivistische werk, die hij vervaardigde naar modellen en onderwerpen uit zijn directe omgeving. Zo zijn er zelfportretten, portretten van zijn vrouw Betsy Pinedo en zijn zoon Jaap. Ook maakte hij schilderijen van het interieur van zijn atelier aan de M.J. Kosterstraat en zijn atelierwoning aan de Linnaeuskade, en van het uitzicht daar. Tevens vormden de dieren in Artis een oneindige inspiratiebron.

Nadat hij in 1889 zijn middelbare akte tekenen had behaald, maakte hij zich de techniek van het etsen eigen, en experimenteerde hiermee onder andere op marmer. Hij begon met het maken van houtsneden in 1896. In de periode 1895-1900 leerde hij ook de batiktechniek en het bedrukken van stof door middel van houtblokken. Aan het vervaardigen van dergelijke stoffen wijdde hij zich bijna geheel tot 1905. Deze stoffen werden door 't Binnenhuis op de markt gebracht.

Aan het eind van de jaren dertig verminderde zijn grafische productie, maar hij bleef nog wel veel sensitivistische tekeningen maken op losse blaadjes of in kleine schetsboekjes. De laatste houtsneden en etsen zijn gemaakt in 1940. Uit de jaren daarna zijn alleen nog tekeningen, die zich in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam bevinden, en een paar schetsboekjes, verspreid over diverse collecties, bewaard gebleven.

In de nacht van 31 januari op 1 februari werden Samuel Jessurun de Mesquita, zijn vrouw Betsy Pinedo en hun zoon weggevoerd en gedeporteerd. Hij is waarschijnlijk direct na aankomst in Auschwitz vermoord. Hun zoon is in Theresienstadt vermoord.

Werk in openbare collecties (selectie)[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • 1925 - De Mesquita: teekeningen en etsen/ met een inl. uitgeg door Henri Cornelis Verkruysen, Wendingen 7:1
  • 1934 - Wendingen
  • 1946 - S. Jessurun de Mesquita, door Dr. J. Mendes da Costa. Catalogus bij de tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam, maart-april 1946.
  • 1984 - S. Jessurun de Mesquita door E. H. Ariëns Kappers. Tentoonstellingscatalogus bij tentoonstellingen in Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam en het Joods Historisch Museum, Amsterdam.
  • 1978 - Mendes Da Costa, Jessurun De Mesquita: Nederlandse beeldende kunstenaars, joden in de verstrooiing, door Frank de Miranda
  • 2005 - Samuel Jessurun de Mesquita (1868-1944). Tekenaar, graficus, sierkunstenaar, door Jonieke van Es

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties