Samuel Sarphati

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samuel Sarphati
SamuelSarphati.jpg
Persoonlijke informatie
Geboortedatum 31 januari 1813
Geboorteplaats Amsterdam, Nederland
Overlijdensdatum 23 juni1866
Overlijdensplaats Amsterdam
Opleiding Universiteit Leiden
Beroep arts, ondernemer
Portaal  Portaalicoon   Economie

Samuel Sarphati (Amsterdam, 31 januari 1813 – aldaar, 23 juni 1866) was een Joods arts, chemicus, weldoener en broodfabrikant die een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van het onderwijs, de volksgezondheid, de stedenbouw en de nijverheid van Amsterdam in het midden van de 19e eeuw. Sarphati was van alle markten thuis en liep met zijn initiatieven vaak vast in de Amsterdamse bureaucratie.

Kinderjaren[bewerken]

Sarphati's Portugees-Joodse ouders waren van eenvoudige komaf, Joden waren in de 19e eeuw de armste bevolkingsgroep in Amsterdam. Ze woonden bij zijn geboorte op de hoek van de Nieuwe Keizersgracht en de Weesperstraat, in het hart van de Joodse buurt. Zijn vader handelde in tabak.[1] Sarphati ging naar de Latijnse school en studeerde medicijnen in Leiden. Tijdens zijn studiejaren lag zijn interesse naast geneeskunst bij hygiëne en de chemie waarvoor hij onderscheidingen verwierf.

Een praktijk in Amsterdam[bewerken]

Aanhalingsteken openen Het was een 'vreemdeling', een kind van het 'Oude Volk', de zoon van een eenvoudige joodse middenstander die ten slotte de stad haar grootste 19de-eeuwse prestigeobject schonk. (...) Sarphati was een gedrevene, briljant, vol ideeën en initiatieven, overtuigend en doortastend, van het soort dat slechts een enkele keer in een gemeenschap opduikt en dat het woord 'onmogelijk' weigert te kennen. Hij sloeg de stad uit haar slaap.
— Daniël Schipper citeert Geert Mak
Aanhalingsteken sluiten
Het Paleis voor Volksvlijt vanaf de Weteringschans. Foto Jacob Olie, 1892.

Hij promoveerde op 27 juni 1839 aan de Universiteit Leiden en vestigde zich als huisarts in Amsterdam. Zijn praktijk confronteerde hem met de povere levensomstandigheden: acht procent van de bevolking leefde in kelders, de helft van de kinderen zat op een armenschool en de bevolkingsstatistieken leken op die van een derde wereldstad: veel geboorten en veel sterfte en daarbovenop de stank van zwavel, mest en vuilnis.[2] Vele van Sarphati's activiteiten kwamen de levenskwaliteit ten goede: hij ontwierp een uitbreidingsplan voor Amsterdam, hij zorgde voor een abattoir, hij richtte de Nederlandse maatschappij ter bevordering der Pharmacie in 1842 op, richtte de eerste broodfabriek (in Nederland) op aan de Vijzelgracht met een wekelijkse productie van 9000 goedkope broden. Voor de opkomende industrie stichtte hij de bank het Crediet Mobilier. In 1842 richtte hij een particuliere Handelsacademie in Amsterdam mee op. Vooral vanaf midden jaren veertig ontplooide hij zijn organisatorisch talent.

In 1847 kreeg hij een vergunning om afval te verzamelen en stichtte hij de Maatschappij tot bevordering van Landbouw en Landontginning. In 1852 richtte hij de Vereeniging voor Volksvlijt op en in 1855 de Maatschappij voor Meel- en Broodfabrieken die brood aanbood dertig procent onder de bakkersprijs. Dit soort inspanningen resulteerde rond 1870 in een stijging van de gemiddelde levensverwachting in Amsterdam.[3] Hiernaast beïnvloedde hij de stadsuitbreiding en -verfraaiing met projecten zoals het Paleis voor Volksvlijt en het Amstel Hotel. Zijn ambitieuze plannen namen decennia in beslag en bezorgden hem de bijnaam de 'Amsterdamsche Haussmann'. Sarphati zou de realisatie van vele van zijn plannen niet meemaken. Wat hij wel meemaakte was de realisatie van het monumentale en moderne Paleis voor Volksvlijt op het Frederiksplein (nu de Nederlandsche Bank). Bestaande uit vooral ijzer en glas leek dit nijverheids en expositiegebouw op het Palais de l'Industrie uit Parijs of het Crystal Palace uit Londen.

Onderscheidingen en galerij[bewerken]

Dit soort werken leverden hem onderscheidingen op. Koning Willem III benoemde hem in 1860 tot Officier in de Orde van de Eikenkroon en bij de opening van het Paleis voor Volksvlijt in 1864 tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Overlijden[bewerken]

De 53-jarige Sarphati overleed in juni 1866, drie maanden na de eerste steenlegging van 'zijn' Amstel Hotel.[4] Sarphati was getrouwd met Abigaël Mendes de Leon. Het huwelijk bleef kinderloos. Hij werd begraven op de Portugees-Israëlitische begraafplaats Beth Haim in Ouderkerk aan de Amstel.

Herinneringen[bewerken]

Sarphatimonument in het Sarphatipark Amsterdam[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen en noten[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Willem de Bruin, Schepper van een nieuwe stad. In: Historisch nieuwsblad, oktober 2010.
  2. Stadsbeschrijvingen, geciteerd in: Daniël Schipper, Een kleine stadsgids. Wandelingen door het Amsterdam van Geert Mak, Atlas, Amsterdam, 2009, p. 236.
  3. Fanta Voogd, Fabrieksbrood, De Ingenieur, 19 januari 2007.
  4. Samuel Sarphati, in: Geschiedenis van de Techniek in Nederland , deel VI, Zutphen 1995, p. 27-28.
  5. UvA: studievereniging Sarphati

Literatuur[bewerken]

  • S. Bottenheim, Dr. Samuel Sarphati en zijne beteekenis voor Amsterdam, 1945.
  • Lydia Hagoort, Samuel Sarphati: van Portugese armenarts tot Amsterdamse ondernemer, uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2013.
  • Ida Jager, Hoofdstad in gebreke. Manoevreren met publieke werken in Amsterdam 1851-1901, 2002.
  • Daniël Schipper, Een kleine stadsgids. Wandelingen door het Amsterdam van Geert Mak, Atlas, Amsterdam, 2009.
  • Henne van der Kooy en Justus de Leeuwe, Sarphati, een biografie, 2000.
  • H.W.J. Volmuller (Ed.). Nijhoffs Geschiedenislexicon, Nederland en België, Martinus Nijhoff, Antwerpen, 1981, p. 507-508.