Sanctus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Sanctus is het derde vaste misgezang van het ordinarium van de H. Mis en is een onderdeel van het Eucharistisch gebed. Het komt na de prefatie en wordt genoemd naar het eerste woord van dit gebed. Na het Sanctus wordt het Eucharistisch gebed vervolgd met de Canon en gaan de gelovigen knielen.

Het Sanctus bestaat eigenlijk uit twee delen: het Sanctus (gebaseerd op Jesaja 6:3) en het Benedictus (zie Mattheüs 21:9). Het eerste deel is overgenomen uit de liturgie van de synagoge, waar het op de sabbatmorgen gezongen wordt (het zogenaamde "Keduscha"). Het is door Paus Sixtus I (115-125 AD) ingevoerd in de liturgie en werd door priester en volk samen gezongen. Het is daarmee waarschijnlijk het oudste stuk volkszang tijdens de mis. De tekst van het "Benedictus" (= gezegend die komt in de naam des Heren) is ontleend aan de intocht van Jezus in Jeruzalem.

Sanctus, Sanctus, Sanctus,
Dominus Deus Sabaoth;
Pleni sunt cæli et terra gloria tua.
Hosanna in excelsis.
Benedictus, qui venit in nomine Domini.
Hosanna in excelsis.

De Nederlandse vertaling luidt:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de Hoge.
Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren.
Hosanna in de Hoge.

Nadat op het Tweede Vaticaans Concilie middels het document Sacrosanctum Concilium: Constitutie over de heilige Liturgie (4 december 1963) was besloten toestemming te geven de Mis naast het Latijn ook in de volkstaal te vieren, zijn er voor de Nederlandse en Belgische kerkprovincie vele acclamaties Heilig, Heilig gecomponeerd, waarin de Celebrant deze acclamatie samen met een koor en de gelovige gemeenschap zingen. Ook wordt er niet altijd meer geknield.