Sansculotten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een gewapende sansculotte

De sansculotten[1] waren de handwerkslieden, kleine handelaren en winkeliers tijdens de Franse Revolutie. Het was een heterogene groep, de middenstand en de elite uit de verschillende wijken.[2] Sansculotten droegen geen elegante kniebroek zoals de adel, maar een korte jas en een lange werkmansbroek. Vaak hadden de sansculotten als ereteken een rode muts op het hoofd, droegen een kokarde en waren lid van de Club van de Cordeliers.

De sansculotte 'gaat altijd te voet ... en leeft zeer eenvoudig met z'n vrouw en kinderen, als hij die heeft op de 4e of 5e verdieping.'[3] Volgens Willem Frijhoff was de typische sansculotte in Parijs en Marseille een gehuwde man op middelbare leeftijd, die zijn eigen baas is als rentenier, vertegenwoordiger van een vrij beroep en veel vaker een winkelier of ambachtsman.

Na juni 1792 -toen de koning en de koningin in een mislukte aanval bedreigd werden door 80.000 sansculotten in het Tuilerieënpaleis- kreeg de term een meer politieke lading en werd gebruikt voor radicale republikeinen, die zich roerden in de revolutionaire burgergenootschappen en wijkorganen (assemblées generales).

Schilderij van een sansculotte door Louis Léopold Boilly (1761-1845)
  • Het waren de Parijse sansculotten die spontaan in de 48 stadswijken (sections) volksraden (assemblées generales) instelden.
  • De sansculotten werden gesteund door de Parijse Commune van 1792 en eisten maximumprijzen en vaste lonen, beperking op eigendom en economische vrijheid.[4] De Montagnards en de sansculotten gingen samen en kregen het roer in handen in de Nationale Conventie.
  • De Montagnards vertegenwoordigden de sansculotten van Parijs, de winkeliers, de handwerk- en ambachtslieden. De sansculotten werden verdedigd door Georges Danton en Jean-Paul Marat. Op 5 september pleitte Danton voor een wet waarbij de sansculotten een kleine vergoeding kregen als zij twee keer per week naar de afdelingsbijeenkomsten gingen en om iedere burger een geweer te geven.[5][6]
  • Op 10 augustus 1792 hadden de sansculotten een belangrijke inbreng bij de Bestorming van de Tuilerieën.
  • 1793 was het jaar voor de de sansculottes. Ze noemden elkaar citoyen en waren voor directe democratie. Louis Antoine Saint-Just wist de vrees voor een dictatuur van de Parijse sansculotten weg te nemen.[7] De sansculotten verzetten zich tegen de girondijnen. Op 24 mei besloten de girondijnen een onderzoek te doen naar de anarchie binnen de Commune van Parijs en de activiteiten van de sansculotten. De activiteiten van de sansculotten zouden moeten worden nagegaan en hun leiders voor de rechters gedaagd.[8] Op 26 mei riep Robespierre het volk op tot verzet. Hij spoorde de sansculottes aan om de Conventie een lesje te leren.[9] De sansculotten eisten arrestatie van de girondijnen; stemrecht uitsluitend voor sansculotten, een vaste broodprijs, en de oprichting van een revolutionair leger. Geschrokken door de massale demonstraties van de sansculotten raakten de girondijnen op 2 juni hun macht kwijt. Begin juli 1793 waren ze verantwoordelijk voor de val van de girondijnen, die tegen prijsbeheersing waren. De sansculotten die de tribunes van de Conventie bevolken, hadden aanzienlijk aan invloed gewonnen.
  • De dood van Marat was een slag voor de sansculotten. Hij was geliefd bij de sansculotten omdat hij zich om hun lot had bekommerd.
  • In april 1792 was de Eerste Coalitieoorlog uitgebroken. Als oplossing voor deze hopeloze situatie en het verdedigen van Frankrijk tegen heel Europa werd een levée en masse afgekondigd door Lazare Carnot op 23 augustus 1793. De beweging werd gesteund door de sansculotten. Zo werd sansculotte ook de spotnaam voor een Franse soldaat uit de tijd van de Eerste Franse Republiek.
  • De sansculotten deden hun stem gelden en eisten vaste prijzen. Het gebrek aan betaalbare levensmiddelen deed hen op 4 september opnieuw in opstand komen. Ze eisten van de Conventie dat deze hardere maatregelen nam, de instelling van de Terreur ter bestrijding van de contrarevolutie.
  • De Cultus van de Rede kreeg veel steun van de sansculotten. Jacques-René Hébert, redacteur van Le Père Duchesne, de krant van de sansculotten, wist hen op zijn hand te krijgen. 60.000 kapellen en kerken werden aan de eredienst onttrokken. In februari 1794 was er geen enkele kerk in het gehele land meer open.[10]
  • In het voorjaar van 1794 bemerkte Robespierre dat zijn invloed bij de sansculotten tanende was. Ze verloren niet lang daarna hun leiders, die kritiek hadden geleverd op zijn Schrikbewind en vervolgens beschuldigd werden deel uit te maken van een (buitenlandse) samenzwering.
  • Paul Barras en Joseph Fouché, bang voor hun eigen leven, smeedden een complot om Robespierre en ruim twintig van zijn aanhangers te arresteren. Op 27 juli 1794 werden Robespierre en zijn volgelingen voor het Revolutionair Tribunaal geleid. Zij hadden zich volgens Albert Soboul te veel vereenzelvigd met de sansculotten.[11] Ook de sansculotten hadden genoeg van de Terreur en lieten het bij zijn arrestatie afweten. Er werd wel vijftien minuten geapplaudisseerd nadat het hoofd van Robespierre was gevallen.
  • De Thermodorianen draaiden een aantal maatregelen terug. De maximumprijzen voor de levensmiddelen werden afgeschaft.
  • In januari 1795 riep Gracchus Babeuf de sansculotten nog eenmaal op tot opstand. Charles-Gilbert Romme, de uitvinder van de Revolutionaire Kalender, eiste huiszoekingen naar meel en brood voor iedereen.
  • Eind mei 1795 had Jacques-François Menou het bevel over een deel van de troepen in Parijs en nam deel aan het neerslaan van de Prairial-opstand van de sansculotten.

Literatuur[bewerken]

  • (en) Albert SOBOUL, The Sans-culottes: The Popular Movement and Revolutionary Government 1793-1794, Princeton Un. Pr., Princeton, 1972
  • (en) R.B. ROSE, The making of the sans-culottes: Democratic ideas and institutions in Paris 1789-92, Manchester Un. Pr., Manchester, 1983
  • (en) Michael SONENSCHER Sans-Culottes: An Eighteenth-Century Emblem in the French Revolution, uitg. Princeton University Press (2008) ISBN 978-0-691-12498-8
Bronnen, noten en/of referenties
  1. sans culotte = zonder kniebroek
  2. Sutherland, D.M.G. (1985) France 1789-1815. Revolution and Counterrevolution, p. 194.
  3. Ronald DE VRIES, 'De sans-culotten en hun wijkorganen in revolutionair Parijs'
  4. Soboul, A. (1979) De Franse Revolutie I, p. 223.
  5. Flake, O. (1968) De Franse Revolutie, 1789-1799, p. 138.
  6. Soboul, A. (1975) De Franse Revolutie dl I, 1789-1793, p. 283.
  7. Soboul, A. (1979) De Franse Revolutie II, blz. 266.
  8. Dowd, D.L. (1966) De Franse Revolutie, p. 109.
  9. http://www.republikanisme.nl/burgerschap.html
  10. Valk, J.M.M. de (1988) De Franse Revolutie en het secularisatieproces. In: S.W. Couwenberg (red.) Opstand der burgers. De Franse Revolutie na 200 jaar.
  11. Soboul, A. (1979) De Franse Revolutie II, p. 349-350.