Saros-cyclus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zonsverduistering van 4 januari 2011.

De Saros-cyclus beschrijft de regelmaat van zowel zons- als maansverduisteringen.

223 maanden duren vrijwel exact even lang als 18 jaar. Om de achttien jaar nemen zon, maan en aarde vrijwel dezelfde posities ten opzichte van elkaar in, en dat betekent op zijn beurt weer dat zons- en maansverduisteringen zich om de achttien jaar herhalen. Deze periode van achttien jaar, preciezer 6585,3 dagen (= 18 jaar + 10 of 11 dagen [afhankelijk van of er vier of vijf schrikkeljaren in deze periode zitten] + 8 uur), heet Saros.

Als de verhouding tussen de duur van jaar en maand exact gelijk zou zijn aan de ideale verhouding 223/18, zouden de verduisteringen zich onbeperkt herhalen. Maar omdat de werkelijke jaar/maand-verhouding iets van die ideale verhouding afwijkt, treden er kleine verschuivingen op, waardoor de reeks verduisteringen uiteindelijk afbreekt. Bovendien verandert de baan van de maan voortdurend. De Saros-periode van 18 jaar is in dit laatste opzicht relatief zeer gunstig, omdat de twee overheersende effecten, een periodieke verandering in de excentriciteit van de maanbaan (periode bijna 6 jaar) en een draaiing van het baanvlak van de maan (periode ruim 18 jaar), na verloop van 18 jaar een geheel aantal cycli hebben doorgemaakt en dus weer tot hun waarde van 18 jaar eerder zijn teruggekeerd.

Een reeks bij elkaar horende verduisteringen heet een Saros-cyclus en beslaat een tijdvak van 1226 tot 1550 jaar. In dit tijdvak vindt 69 tot 87 keer een eclips plaats, waarvan 40 tot 60 centraal zijn (dat wil zeggen - totaal of ringvormig, óf ringvormig totaal).

De "+ 8 uur" van de saros zorgt er voor dat steeds na driemaal de sarosperiode de zons- en maansverduisteringen weer te zien zijn op dezelfde plaats op aarde als 3 x 18 jaar = 54 jaar geleden. Zo was in februari 1961 in Nederland een bijna totale zonsverduistering te zien en in maart 2015 (= 1961 + 54) is ná driemaal de sarosperiode de zonsverduistering uit dezelfde saros-reeks wéér bijna totaal te zien, ook wéér in Nederland (3 x 11 dagen is één maand later).

De saros was al aan de Babyloniërs bekend, met name als een beschrijving van maansverduisteringen, maar hij kan ook zonsverduisteringen voorspellen. In Griekenland ontdekten Meton en Euctemon de Saros in 432 v.Chr.

Iedere saros-serie begint met een gedeeltelijke verduistering aan een van beide polen. Telkens achttien jaar later vindt er een verduistering plaats die steeds verder naar de andere pool opschuift en aanvankelijk steeds vollediger wordt. Maar duizenden jaren geleden kwam het ook wel eens voor dat na verloop van tijd de verduisteringen, ook wel eclipsen genoemd, weer "terug schoven" naar de pool waarvandaan zij begonnen waren; dit kwam doordat de aardbaan toen elliptischer was dan tegenwoordig. Hetzelfde is ook het geval met maansverduisteringen in die periode. Omdat de aardbaan geleidelijk aan steeds "ronder" zal gaan worden in de loop van de komende duizenden jaren, kunnen "heen en weer" gaande saros-reeksen daarom nooit meer voorkomen, maar alléén maar "voortuitgaande" saros-series. Aan het eind van de serie valt de schaduw weer gedeeltelijk buiten de aarde en is de verduistering weer gedeeltelijk.

Op ieder moment zijn er zo'n 40 series tegelijk actief. De totale verduisteringen van 1891, 1909, 1927, 1945, 1963, 1981, 1999, 2017, 2035 en 2053 bijvoorbeeld horen allemaal tot saros 145.[1] De gedeeltelijke eclips van 19 april 2004 (61.6ZB 44.3OL) hoort bij saros 119, een serie die begon op 15 mei 850 en die bezig is op zijn eind te lopen.[2]Op 1 juli 2011 begon er daarentegen een nieuwe saros-serie, nummer 156.[3]

Bron

  • "Eclipse Predictions by Fred Espenak, NASA/GSFC"

Referenties

  1. (en) Saros Series 145, Goddard Space Flight Center, Solar System Exploration Division
  2. (en) Saros Series 119, Goddard Space Flight Center, Solar System Exploration Division
  3. (en) Saros Series 156, Goddard Space Flight Center, Solar System Exploration Division