Satrapie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De satrapieën van het Perzische Rijk rond 500 v.Chr.
De satrapieën van het Macedonische Rijk bij de rijksdeling van Babylon in 322 v.Chr.

Een satrapie (mv satrapieën) was de Perzische benaming van een provincie. Een satraap was de gouverneur van een satrapie.

Volgens Herodotos, onze voornaamste bron voor de Perzische provincies, deelde koning Darius I zijn rijk op in 22 provincies, met elk een vertrouweling aan het hoofd. De satrapen moesten elk jaar tribuut brengen (belasting betalen) aan de Perzische koning.

Omdat een satraap betrekkelijk vrij en autonoom was, kon hij, indien het gezag van de koning zwak was, gebruikmaken van de situatie en vrijwel onafhankelijk fungeren. Hierdoor werd het Perzische Rijk verzwakt. Enkele van deze zelfstandige satrapen waren Maussollos en Mazaios.

Na de verovering van het Perzische Rijk door Alexander de Grote bleef het satrapiestelsel min of meer intact: Alexander de Grote stelde ook satrapen aan.

De belangrijkste satrapieën (volgens Herodotus in zijn werk Historiën):

  1. Persis, in het zuiden van het huidige Iran.
  2. Bactrië, in het noorden van het huidige Afghanistan.
  3. Medië, in het noorden van het huidige Iran.
  4. Arië (Herat), in het westen van het huidige Afghanistan.
  5. Sagartië, in het zuidoosten van het huidige Iran.
  6. Babylon, in het huidige Irak.
  7. Susiana (= Elam), op de grens tussen het huidige Iran en Irak.
  8. Parthië, in het noordwesten van het huidige Afghanistan en het noordoosten van het huidige Iran.