Schaafstro

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schaafstro
Fertiele stengel
Fertiele stengel
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Pteropsida
(Varens en paardenstaarten)
Orde: Filicales
Familie: Equisetaceae (Paardenstaartenfamilie)
Geslacht: Equisetum (Paardenstaart)
Soort
Equisetum hyemale
L. (1753)
Stengels
Stengels
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Schaafstro (Equisetum hyemale) of schuurbies is een vaste plant die behoort tot de paardenstaartenfamilie (Equisetaceae). De naam schaafstro is afkomstig van de ruwe stengel, die vroeger wel gebruikt werd als schuurmiddel. De plant komt van nature voor in Eurazië en Noord-Amerika. De plant wordt ook wel in de siertuin gebruikt.

De plant wordt 40-90 cm hoog en vormt wortelstokken. De zeer ruwe, donkerblauwe of olijfgroene, holle stengel is 3-6 mm dik. De holte is twee derde of meer van de doorsnee van de stengel. De in kransen staande bladeren bestaan uit kleine schubben, waarbij de bladscheden grotendeels met elkaar vergroeid zijn tot een stengelschede. De tot 9 mm lange, grijsgroene stengelscheden omsluiten de stengel zeer stijf. Ze hebben een of twee zwartachtige banden en verdrogen grijswit. De priemvormige, dunvliezige, gekronkelde tanden vallen al vroeg af, waarna de rest van de schede ondiep gekarteld is.

In juni tot augustus verschijnen er sporenaren op de top van de stengels. De aren zijn tot 2,5 cm lang en als ze rijp zijn verdrogen ze en vallen daarna af. Als de planten in sterke schaduw groeien worden meestal geen aren gevormd. De aar is kegelvormig en bestaat uit zeshoekige schubjes waar aan de binnenkant het sporangium met de sporen zich bevinden.

De sporen hebben bladgroen en twee springdraden (elateren), die in droge toestand om de spore zijn gewikkeld. Wanneer de springdraden nat worden strekken ze zich en duwen de spore uit de aar. Er zijn twee typen sporen, mannelijke en vrouwelijke. De sporen groeien uit tot bladgroenhoudendee voorkiemen (prothallia). In dit stadium vindt de bevruchting plaats waarna de paardenstaart tot een volledige plant kan uitgroeien. De prothallia zijn gebonden aan een zeer open groeiplaats.

De plant komt voor vochtige, matig voedselarme grond in loofbossen. Op zandige dijken, langs spoorwegen, in afgravingen en duinen gaat het vrijwel altijd om de bastaard Equisetum ×moorei.

gebruik[bewerken]

Tot het in de tweede helft van de 19e eeuw geleidelijk vervangen werd door het industrieel vervaardigde schuurpapier was schaafstro een van de meest gebruikte schuurmiddelen. Rond 1800 heeft in Engeland het idee postgevat dat Schaafstro vanuit Nederland zou worden geïmporteerd[1]. Dit berust op een misverstand dat voortkwam uit het feit dat Schaafstro in het Engels Dutch Rush als soortnaam had. Gewone biezen (Engels: rushes) werden wel met scheepsladingen uit Holland ingevoerd en daarom Dutch rushes (Hollandse biezen) genoemd zonder dat daarmee een soortnaam bedoeld werd[2].

Plantengemeenschap[bewerken]

Schaafstro is een kensoort voor het verbond van els en gewone vogelkers (Alno-padion).

Namen in andere talen[bewerken]

  • Duits: Winter-Schachtelhalm
  • Engels: Dutch Rush, Rough Horsetail
  • Amerikaans: Scouring Rush
  • Frans: Prêle d'hiver

niet meer gangbare namen in het Nederlands[3][bewerken]

  • Kannewasser
  • Lidrus,
  • Ruwe paardestaart
  • Schrijnwerkersbies
  • Schaafgras
  • Spaanse bies
  • Schuurbies

Schuurbies was in de 19e eeuw de meest gebruikelijke naam.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Newman, E., 1842. Art. LXXVI. - A History of the British Equiseta. The Phytologist 2(15): 273-278.
  2. de Winter, W., 2015. The Dutch Rush: history and myth of the Equisetum Trade. The Fern Gazette 20(1):23-45.
  3. Heukels, H., 1907. Woordenboek der Nederlandsche volksnamen van planten: uit de gegevens verzameld door de Commissie voor Nederlandsche plantennamen. Versluys, 's-Gravenhage.