Schadefonds Geweldsmisdrijven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt gefinancierd en in stand gehouden door het Ministerie van Justitie en is opgericht in 1976. Het is een zelfstandig bestuursorgaan beheerd door een commissie. De leden van deze commissie zijn onafhankelijk en worden door de Kroon benoemd.

Het Schadefonds is opgericht om mensen die het slachtoffer zijn geworden van een geweldsmisdrijf en die als gevolg daarvan ernstig lichamelijk en/of geestelijk letsel hebben opgelopen, financieel tegemoet te komen in de door hen geleden schade. Veel slachtoffers van een geweldsmisdrijf zien een uitkering van het Schadefonds ook als een erkenning van hun slachtofferschap.

De uitkering[bewerken]

Er kan een uitkering gedaan worden voor materiële schade (bijvoorbeeld kapotte kleding of verlies van inkomen) en immateriële schade (verlies van levensvreugde). De maximumuitkering voor materiële schade bedraagt € 25.000,- en voor immateriële schade € 10.000,-. Deze bedragen gelden voor geweldsmisdrijven die na 1 januari 1994 zijn gepleegd. Voor geweldsmisdrijven die vóór 1994 zijn gepleegd geldt de helft van genoemde bedragen. Geweldsmisdrijven die vóór 1973 zijn gepleegd komen niet meer in aanmerking voor een uitkering. Bij materiële schade kan alleen een uitkering gedaan worden voor kosten die voortkomen uit het letsel. Hierbij moet gedacht worden aan (bijvoorbeeld) medische kosten, reiskosten, minder inkomen en kosten voor rechtsbijstand. De uitkering voor immateriële schade is gekoppeld aan de ernst van het letsel en bedoeld als tegemoetkoming voor geleden pijn en verdriet.

Ook is het mogelijk dat de nabestaande van iemand die als gevolg van een misdrijf om het leven is gekomen een verzoek bij het Schadefonds indient. De nabestaande kan dan een uitkering krijgen voor begrafenis- en crematiekosten en gemiste inkomsten van levensonderhoud. Sinds kort is het ook mogelijk dat een nabestaande een uitkering krijgt wegens shockschade. Deze uitkering kan worden toegewezen als de nabestaande een naaste van het slachtoffer was (ouders, kinderen, echtgenoot, broer of zus) en bij het geweldsmisdrijf aanwezig was of direct erna met de gevolgen geconfronteerd is (hij heeft het slachtoffer gevonden of kwam vlak na het misdrijf ter plaatse). Het gaat hier dus uitdrukkelijk om meer dan verdriet wegens het verlies van een naaste. Ook een naaste van een slachtoffer dat zeer ernstig gewond is geraakt of is overleden ten gevolge van een geweldsmisdrijf kan voor een uitkering wegens shockschade in aanmerking komen.

Werkwijze[bewerken]

Het fonds wordt beheerd door een (onafhankelijke) commissie. Aan de commissie is een secretariaatsbureau verbonden. Het bureau ontvangt de verzoeken om een uitkering, doet onderzoek, verzamelt en controleert de gegevens en neemt een beslissing in eerste aanleg. Het onderzoek omvat het inwinnen van informatie bij bijvoorbeeld politie, justitie en behandelend artsen. Indien de verzoeker het met de beslissing niet eens is, kan hij bezwaar maken bij de commissie.

Uit onderzoek blijkt dat veel slachtoffers van geweldsmisdrijven het bestaan van het Schadefonds Geweldsmisdrijven niet kennen. Hierbij is een belangrijke rol voor politie, slachtofferhulp, de advocatuur en bijvoorbeeld artsen weggelegd. Zij kunnen slachtoffers naar het fonds doorverwijzen.

Voorwaarden[bewerken]

Het Schadefonds vergoedt niet de totale schade. Het verstrekt een tegemoetkoming die naar redelijkheid en billijkheid wordt vastgesteld. In de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven staan de vereisten waaraan een verzoek moet voldoen om in behandeling genomen te worden:

  • Het misdrijf moet in Nederland zijn gepleegd. De nationaliteit van het slachtoffer is daarbij niet van belang, net zo min als het land waar het slachtoffer woont. (Voor geweldsmisdrijven in andere landen, zie ook Europese Unie)
  • Een verzoek om een uitkering dient binnen drie jaar vanaf de datum van het geweldsmisdrijf te worden ingediend. Als het slachtoffer redelijkerwijs niet valt aan te rekenen dat het verzoek niet binnen die termijn is ingediend, wordt het verzoek toch in behandeling genomen.
  • Er moet sprake zijn van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Bij een geweldsmisdrijf past de dader geweld toe tegen de persoon van het slachtoffer. Dit geweld kan bestaan uit lichamelijk geweld (bijvoorbeeld mishandeling) of geestelijk geweld (bijvoorbeeld bedreiging of dwang). De dader moet het misdrijf opzettelijk hebben gepleegd.
  • Er moet sprake zijn van ernstig geestelijk of lichamelijk letsel. Het door het misdrijf toegebrachte letsel moet naar zijn aard en gevolgen ernstig zijn. Dit geldt zowel voor lichamelijk als voor psychisch letsel. Lichamelijk letsel wordt als ernstig beschouwd wanneer dat bijvoorbeeld langdurige arbeidsongeschiktheid veroorzaakt. Ook letsel dat langdurige of blijvende uiterlijke dan wel functionele gevolgen heeft (bijvoorbeeld psychisch trauma, blind oog, zeer ontsierende littekens) wordt als ernstig aangemerkt. Er zijn meerdere factoren die meewegen om het begrip ernstig letsel vast te stellen.
  • Er mag geen sprake zijn van 100 procent medeschuld. Er is sprake van medeschuld of medeaansprakelijkheid wanneer het slachtoffer het geweldsmisdrijf (deels) heeft uitgelokt of had kunnen voorkomen.
  • Alleen schade die niet op andere wijze vergoed wordt, komt voor uitkering in aanmerking. In beginsel dient het slachtoffer de schade die is ontstaan door het misdrijf te verhalen op de dader. Het zou echter onpraktisch en onredelijk zijn als het Schadefonds pas een uitkering zou kunnen doen, indien de uitkomst hiervan bekend is. Wanneer aannemelijk is geworden dat het slachtoffer weinig kans op vergoeding heeft, zal het Schadefonds tot uitkering overgaan. Het Schadefonds vergoedt niet de totale letselschade, maar doet een uitkering naar redelijkheid en billijkheid. De uitgekeerde bedragen moeten worden gezien als een tegemoetkoming in de kosten.

Europese Unie[bewerken]

Iedere EU-lidstaat beschikt over een vergelijkbaar fonds. Op 1 januari 2006 is de Europese richtlijn inzake schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven van kracht geworden. Sinds die datum kan het Nederlandse Schadefonds Geweldsmisdrijven voor Nederlanders die slachtoffer zijn geworden in één van de andere EU-lidstaten, een bemiddelende rol spelen bij de aanvraag die zij bij het Schadefonds van de betreffende lidstaat kunnen indienen. Het Schadefonds van die lidstaat handelt de aanvraag af.


Zie ook[bewerken]


Externe links[bewerken]