Schapenzuring
| Schapenzuring | |||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||||
| Rumex acetosella L. (1753) |
|||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
Schapenzuring (Rumex acetosella) is een vaste plant die behoort tot de duizendknoopfamilie (Polygonaceae). De plant is tweehuizig. De plant komt voor in Europa.
Inhoud |
[bewerken] Kenmerken
De plant wordt 10-60 cm hoog en vormt veel en lange ondergrondse uitlopers. De 3-7 cm lange, spiesvormige bladeren zijn omgekeerd-eirond tot lijnvormig. Schapenzuring bloeit van mei tot de herfst met meestal groene of lichtrood aangelopen pluimen. Soms zijn ze donkerrood. De 1-1,5 mm lange vruchtkleppen (binnenste bloemdekbladen) zijn niet of nauwelijks langer dan de vrucht. Ze zijn ongetand en zonder knobbels.
De vrucht is een driekantig nootje. In een gram zaad zitten circa 3800 zaden.
Schapenzuring komt voor op droge, stikstofhoudende zand-, heide- en veengrond. De plant wordt beschouwd als onkruid als deze voorkomt tussen de roggeplanten.
[bewerken] Gebruik
De jonge blaadjes kunnen gegeten worden en smaken fris zuur door het aanwezige oxaalzuur. Ook worden ze gebruikt voor het bereiden van vleesgerechten.
De bladeren zijn rijk aan vitamine A, vitamine B, vitamine C, vitamine D, vitamine K en vitamine E en bevatten 8-12% carotenoïden.
[bewerken] Naam
De soortaanduiding acetocella heeft betrekking op de zure smaak.[1]
[bewerken] Fotogalerij
| Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht. Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts. |
Ook kan de plant gebruikt worden bij nierproblemen en die aan de urinewegen.
[bewerken] Referenties
- ↑ Hüsstege, G. (1979). Zakflora voor bos en heide. Helmond: Uitgeverij Helmond B.V. Antwerpen: Standaard Uitgeverij.
[bewerken] Externe link
- Schapenzuring (Rumex acetosella) op SoortenBank.nl (gebaseerd op de Heukels22, dit is de voorlaatste uitgave)