Scheepsmast

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De mast is een (grote) paal die op een schip staat. Van origine zijn masten bedoeld geweest om er zeilen in op te hangen. Op motorschepen zijn zeilen niet meer aanwezig, maar er is meestal nog wel een mast; deze wordt gebruikt om navigatieverlichting op voldoende hoogte boven het dek te kunnen voeren, om antennes in de monteren en op vrachtschepen soms ook als onderdeel van laad/los-installaties.

Zeilschepen[bewerken]

Op een zeilschip wordt de mast gebruikt om de zeilen aan op te hijsen. De mast wordt meestal overeind gehouden door de verstaging, zonder verstaging zou de mast onevenredig sterk en zwaar moeten zijn om de krachten die het zeil erop uitvoert te kunnen weerstaan. Met de moderne materialen wordt er wel geëxperimenteerd met onverstaagde masten, maar de nadelen zijn vooralsnog veel groter dan de voordelen.[1]

Materiaal[bewerken]

Van oorsprong werden scheepsmasten van naaldhout gemaakt. Kleinere masten werden massief gemaakt, uit één stam. Grotere masten werden samengebouwd uit meerdere delen. Om voldoende hoogte te krijgen, werd de ondermast vaak verlengd met één of meer stengen. Tegenwoordig worden masten ook in staal, aluminium en koolstof gebouwd.

Meerdere masten[bewerken]

Bij grote zeilschepen moest het benodigde zeiloppervlak worden verdeel over meerdere masten, omdat de afmetingen van een houten mast gelimiteerd zijn. De tegenwoordige, moderne langsgetuigde schepen hebben zelden meer dan één mast; met de hedendaagse materialen kunnen zeer grote masten worden gebouwd.

Een enkel schip wordt nog wel ontworpen op het voeren van meer dan één mast. Meerdere masten impliceert ook dat er meerdere handelingen uitgevoerd moeten worden wanneer er met het schip gemanoeuvreerd moet worden, vereist dan ook vaak de beschikbaarheid van meerdere bemanningsleden.

Op een schip met meerdere masten hebben de masten ieder hun eigen benaming.

Scheepsmasten:
1. Fokkemast
2. Grote mast
3. Bezaans- of Kruismast
  • 3 masten
    • Fokkemast
    • Grote mast
    • Bezaansmast of Kruismast
De naam van de achterste mast, bezaansmast of kruismast is afhankelijk van de gevoerde zeilen. Worden op de achterste mast dwarsgetuigde (vierkantgetuigde) zeilen gevoerd (bijvoorbeeld VOC-retourschip, klipper), dan heet de mast een kruismast, wordt er een langsgetuigd zeil gevoerd (brik, brigantijn, schoener) dan heet de mast een bezaansmast.
  • 4 masten
    • fokkemast
    • grote mast
    • hoofd- of kruismast
    • bezaansmast of jagermast.

Mastverlenging[bewerken]

Mast en verlenging

Op de klassieke dwarsgetuigde schepen was het normaal om een mast niet uit één stuk te hebben, maar om de mast met stengen te verlengen. Op elke mast kon zo’n steng gehesen worden. Boven op de steng kon dan vervolgens eventueel nog een verlenging gehesen worden: de bramsteng. Voor een driemaster kon dit zo neerkomen op een volgende configuratie:

Bij de tekening[bewerken]

  1. mast (fokkemast, grote mast, kruismast)
  2. marssteng (voorsteng, grootsteng, kruissteng)
  3. bramsteng (voorbramsteng, grootbramsteng, kruisbramsteng)
  4. want - stuurboordwant (grote want, fokkewant, kruiswant)
  5. marswant
  6. bramwant
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Verhandeling over het maken van massieve rondhouten.
Bronnen, noten en/of referenties