Schelmentoren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schelmentoren

De Schelmentoren in Heerlen is een middeleeuwse gevangenistoren. De toren staat in het centrum van de stad, naast de Pancratiuskerk. Wanneer de toren precies gebouwd is, is niet met zekerheid na te gaan, maar wel is duidelijk dat de toren een respectabele leeftijd heeft.

Naam[bewerken]

De benaming gevangenistoren legt te zeer de nadruk op één van de vele functies van de toren en doet hem daardoor eigenlijk onrecht. In de vijftiende eeuw stond de Schelmentoren bekend als 'Bickelstein', maar of dat veel verhelderender werkt kan betwijfeld worden. De betekenis daarvan is namelijk nog duister, al werd in het verleden het idee geopperd dat Bickelstein de naam was van een of andere familie. Hoe echter de verbinding gelegd moest worden tussen de toren en die familie is nooit duidelijk geworden.

Van woontoren tot fort[bewerken]

Bekend is dat de Schelmentoren al in de 12e eeuw bestond als verdedigbare woontoren van de Heren van Aare. In deze tijd werd ook de ongeveer 2 meter dikke ommuring van de landvesting aangelegd. Aan de zuidzijde sluit op de oostgevel een deel van die ommuring aan. De landvesting had de vorm van een veelhoek, waarvan de langste zijde 100 meter was. Rond de vesting werd een gracht gegraven van 12 meter breed en 5 meter diep.

De toren heeft een functie gehad in het verdedigingsstelsel van het fort. Vanaf de zijkanten was het mogelijk om de toegangen tot het fort, de veemarkt en de Gasthuisstraat te bewaken en bij aanvallen door middel van flankeringsvuur te verdedigen. De schietgaten - nu dichtgemetseld - bevinden zich alleen in de zijmuren.

Het landsfort kreeg in 1225 de naam Castrum. De toren springt niet uit en kan dus geen waltoren zijn geweest. De kelders staan in verbinding met gangen onder de kerk en het kerkplein.

Van fort tot gevangenis[bewerken]

In de Staatse periode van Heerlen (na 1661) komt er een einde aan de functie van het fort en dus ook aan die van de toren. Het fort is in slechte staat en daarom kloppen de inwoners van Heerlen aan bij de Staten Generaal voor subsidie om de poorten en de walmuur te herstellen, maar het verzoek werd afgewezen. Ook de pogingen om het fort te laten herstellen op kosten van de drie landen van Overmaze lijden uiteindelijk schipbreuk.

Dat betekent dat de herstelwerkzaamheden volledig ten laste van de schepenbank Heerlen komen, die besluit de toren voor vreedzamer doeleinden te gaan gebruiken, zoals vergaderruimte, opslagruimte voor hout, maar ook - en daarom de naam Schelmentoren - als gevangenis.

Vooral in de 18e eeuw, tijdens de Bokkenrijdersperiode, is hij als gevangenis, rechtszaal, martelkamer en raadzaal in gebruik geweest. Toen heeft hij ook de meeste verandering ondergaan. In 1757 wordt onder andere het gehele dak vernieuwd en de hof wordt in baksteen opgetrokken. Pas in de 20e eeuw is de toren los komen te staan en tegenwoordig is nog aan de zijkant zichtbaar waar de vroegere predikantswoning tegen de toren aan gebouwd was. Niet alleen aan de buitenkant, maar ook het interieur is weer zichtbaar geworden bij het opknappen de verbindingsdeur tussen de toren en de predikantswoning.

In de vergadering van de schepenbank van Heerlen van 10 oktober 1775 wordt besloten dat de toren "geapropieerd" moet worden in verband met delinquenten wier processen van korte duur zijn. Wel wordt er nadrukkelijk aan toegevoegd dat de aanpassingen niet te veel geld mogen kosten. In de Maastrichtse Gesette wordt een advertentie geplaatst voor de aanbesteding. Blijkbaar is de Heerlenaar P.C. Wetzels de laagste bieder, want aan hem wordt het werk gegund. Pas op dat moment worden de cachotten, die tot dan altijd in de benedenverdieping waren geweest, naar de bovenste verdieping verplaatst. Niet uit bezorgdheid voor de gevangenen - in de kelders was het vochtig - maar vooral om ontsnappingen tegen te gaan. De toren was in de 18e eeuw in zo'n slechte staat dat het mogelijk was gaten in de muren te maken en te ontsnappen.

In 1773 hebben hier achtereenvolgens 37 bokkenrijders gevangengezeten. Enkele bokkenrijders hebben een cipier gelyncht - een zekere heer Beerens - en zijn ontsnapt. Beerens is opgevolgd door cipier Struijk. Deze laatste heeft zijn naam enkele malen in de toren gekerfd, wat nu nog in het trappenhuis te zien is. Zelfs nog in 1778 toen de cachotten al op de bovenste verdieping waren, slaagde Paulus Louppen erin de deuren te forceren en te ontsnappen.

Huidige functie[bewerken]

Stadscarnavalsvereniging "De Winkbülle" beheert de toren. De cachotten functioneren nog, maar zal er niet meer tegen zijn wil in worden vastgehouden. Zij gebruikt de toren als vergaderruimte voor haar leden en diverse commissies, zoals de Raad van Elf en het Gilde Blauw Sjuut.

Vista-kmixdocked.png
Door op de afspeelknop te klikken kunt u dit artikel beluisteren. Na het opnemen kan het artikel gewijzigd zijn, waardoor de tekst van de opname wellicht verouderd is. Zie verder info over deze opname of download de opname direct. (Meer info over gesproken Wikipedia)