Scheppingsverhaal (Genesis)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het scheppingsverhaal in Genesis vormt het begin van de Hebreeuwse Bijbel en beschrijft de schepping van de wereld door God. Buiten Genesis verwijzen onder andere ook de Bijbelboeken de Psalmen (Psalm 104),[1] het Evangelie volgens Johannes (Johannes 1:1-5)[2] en de Handelingen van de Apostelen (Handelingen 17:24-26) naar dit scheppingsverhaal.

Het onderscheid tussen Genesis 1 en 2 betreft een betrekkelijk recente ontwikkeling.[3] Veel Bijbelgeleerden stellen dat Genesis twee verschillende versies van het scheppingsverhaal bevat (Genesis 1:1-2:3 en 2:4-2:25 respectievelijk), waarvan elk van de versies de nadruk anders legt. Anderen zien de 'tweede versie' als een vervolg op de 'eerste versie'.

Scheppingsweek[bewerken]

Genesis begint met de woorden In het begin schiep God de hemel en de aarde, wat als een inleidende samenvatting kan worden gezien of als een beschrijving van gebeurtenissen die voorafgingen aan de scheppingsweek. Hierop volgt een beschrijving van zes scheppingsdagen. Elke scheppingsdaad begint met een scheppingswoord van God, "God zei: ...". Op de 1ste, 2de, 4de en 5de dag vindt steeds één scheppingsdaad plaats, alleen op de 3de en 6de dag vinden twee scheppingsdaden plaats op één dag. Elke scheppingsdag eindigt met de woorden "Het werd avond en het werd morgen. De eerste (tweede, derde, ...) dag". Dat de avond vóór de morgen genoemd wordt, is typisch joods, aangezien in de joodse traditie het nieuwe etmaal bij de avond begint.

Vers 2 beschrijft de aarde als een onherbergzame woestenij, "woest en doods" - een watervloed waarover Gods adem of Gods Geest (roeach) zweefde. Het Hebreeuwse woord voor adem is hetzelfde als het woord voor geest.

De schepping heeft volgens Genesis 1 als volgt plaatsgevonden:

Dag 1
God scheidde licht en duisternis. Het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht.
Dag 2
God schiep het hemelgewelf, het uitspansel, dat de watermassa onder het gewelf scheidde van het water erboven.
Dag 3
God liet het water samenvloeien. Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. Voorts liet God zaadvormende planten en bomen ontkiemen.
Dag 4
God schiep de lichten aan het hemelgewelf, zon, maan en sterren als markering voor seizoenen, dagen en jaren. Het grote licht (de zon) om over de dag te heersen, het kleine (de maan) om over de nacht te heersen.
Dag 5
God liet het water wemelen van levende wezens, en boven de aarde liet hij vogels vliegen. En God zegende hen, opdat de vogels en de vissen talrijk zouden worden.
Dag 6
God schiep de landdieren: het vee, kruipende dieren en wilde dieren. Vervolgens besloot God de mens te maken, naar zijn evenbeeld, om heerschappij te voeren over alle andere schepselen. God schiep eerst de mens (als hem) en in tweede instantie als man en vrouw (hen). Hij zegende ze met de woorden, "Wees vruchtbaar en wordt talrijk" en heers over de vissen, vogels en alle dieren die op aarde rondkruipen. Aan het eind van deze dag, na de schepping van de mens, staat er "God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. "

Behalve op dag twee staat er telkens geschreven "En God zag dat het goed was". NB: op dag 1 staat "En God zag dat het 'licht' goed was" (Genesis 1:4)

Dag 7
Op de zevende dag was Gods schepping voltooid, en rustte hij. Die dag wordt door God heilig verklaard. In Exodus 20:11, in de Tien geboden, wordt deze gebeurtenis aangehaald bij het verbod om op de sabbat werk te verrichten.

Systematiek[bewerken]

In totaal komen er 10 scheppingsdaden voor in Genesis 1 die allemaal aangekondigd worden met de woorden ‘en God zei..’. De schepping vindt plaats in 2 maal drie dagen waarin op de eerste en tweede dag steeds één scheppingsdaad plaatsvindt en op de derde twee scheppingsdaden. De scheppingsdaden in de tweede cyclus van 3 dagen is een verdere uitwerking van de scheppingsdaden tijdens de eerste cyclus van 3 dagen.

Schematisch:

Dag 1 licht en duister Dag 4 zon, maan en sterren
Dag 2 wateren onder en boven de aarde Dag 5 leven boven de aarde (vogels) en in het water (vissen)
Dag 3 a. wateren en vaste land

b. zaadvormende planten en bomen

Dag 6 a. dieren

b. mens

Hierbij is er een analogie met de scheppingsfilosofie die aan Pythagoras wordt toegeschreven: Vóór de schepping bestaat alleen de schepper, de al-één, de 1. Tijdens het scheppen ontstaat uit de 1 de 2, de tegenpolen (bijvoorbeeld + en –) en op dat moment van scheppen zijn dus 3 situaties bekend, de situaties vóór de schepping (= 1) en die na de schepping (= 2 tegenpolen). Als de 2 bekend is ontstaat tevens de 4, want met de 2 tegenpolen zijn 4 combinaties te maken (in het voorbeeld +/–, +/+, –/– en –/+). In deze logica is het duidelijk dat bij de 2 cycli van 3 scheppingsdagen dus 2 maal 4 scheppingsdaden horen. Bij het ontstaan van de 4 is het totaal van de dan bekende getallen 10 (1 + 2 + 3 + 4 = 10), het totaal aantal scheppingsdaden.

Alleen de eerste 6 scheppingsdagen worden afgesloten met de woorden ‘En God zag dat het goed was’, de zevende dag wordt niet afgesloten. Volgens sommigen impliceert dit dat wij mensen leven op de zevende dag. Volgens anderen bestaan alle 7 dagen uit letterlijke dagen en is dus ook de zevende dag gewoon voorbij gegaan toen het avond werd en morgen werd.

Historiciteit[bewerken]

Traditioneel werd in het Westen het Bijbelse scheppingsverhaal gezien als een historische beschrijving van het ontstaan van het universum en het leven op aarde. Pas ten tijde van de Verlichting ontstonden interpretaties die de tekst als allegorisch of symbolisch opvatten, of als een poëtische weergave van de grootsheid van Gods scheppingsdaden.

De meerderheid van de exegeten en historici beschouwt het verhaal van de scheppingsweek tegenwoordig als een zuiver theologische tekst die spreekt over de relatie tussen God en de schepping. Binnen die opvatting is de vraag naar de historiciteit, vanuit de tekst gezien, niet de belangrijkste vraag. Mede vanwege wetenschappelijke ontwikkelingen zoals het ontstaan van de evolutietheorie van geologie, astronomie en paleontologie is de letterlijke interpretatie minder populair geworden. Niettemin kent de letterlijke interpretatie nog steeds een aanzienlijk aantal aanhangers.

Interpretaties[bewerken]

De interpretaties over de ontstaansgeschiedenis van het scheppingsverhaal of -verhalen van Genesis kunnen grofweg in twee hoofdverklaringen worden onderscheiden: één die de letterlijke tekst historisch uitlegt - de orthodoxe interpretatie - en één die de letterlijke tekst niet- of deels historisch uitlegt- de liberale interpretatie. De laatste kent in de vorm van de zogeheten documentaire hypothese de grootste verspreiding.

Hieronder staan de bevindingen van beide interpretaties weergegeven.

Liberale interpretatie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie documentaire hypothese voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een meerderheid van de historici en Bijbelexegeten hanteert deze opvatting. Vooral diegenen onder hen met een (meer) liberaal-gelovige of niet-gelovige inslag en het Rooms-Katholieke leergezag zijn deze toegedaan.

Volgens deze interpretatie zijn de Bijbelse scheppingsverhalen een nieuwe variant binnen de eeuwenoude tendens van scheppingsverhalen die zich wereldwijd ontwikkelen. Genesis 1 is afkomstig uit een andere traditie binnen het Joods volk, namelijk die van de Priestercodex. De aanduiding voor “God” is in dit verhaal het Hebreeuwse woord “Elohim” en in Genesis 2 (vanaf vers 4) is dat “JHWH”. Genesis 2 komt uit een Jahwistische traditie die van een andere orde is waarmee het verschil in taalgebruik wordt verklaard. Beide verhalen zijn op een kunstmatige wijze samengebracht vanaf ongeveer de 6e eeuw voor Christus wat een verklaring vormt voor hun tegenstrijdigheid: het ene maakt er namelijk melding van dat de mens geschapen is ná de dieren (Genesis 1), het andere dat de mens geschapen is vóór de dieren (Genesis 2). Bovendien zijn de Bijbelse scheppingsverhalen maar twee van de honderden die in de geschiedenis van de mensheid tot ontwikkeling zijn gekomen; in feite zijn dit de eerste verklaringspogingen over het ontstaan van het heelal en de mens maar (voor mensen die niet geloven) met eerder een literaire of theologische dan een historische waarde.

Orthodoxe opvatting[bewerken]

Volgens andere geleerden [bron?] die dikwijls in (meer) orthodox-gelovige kringen zijn te vinden,[bron?] is er geen sprake van tegenstrijdigheid tussen Genesis 1 en 2.

De orthodoxe opvatting luidt als volgt:[bron?]

De aanduiding “Elohim” uit Genesis 1 slaat op God in het algemeen, de aanduiding “JHWH” heeft betrekking op God in zijn bijzondere positie ten aanzien van de mens. JHWH betekent ook iets anders dan Elohim, de laatste betekent niets anders dan "God" terwijl de eerste de "naam van God" aanduidt. Bovendien staat in Genesis 2 de aanduiding "JHWH" in combinatie met "Elohim" weergegeven.

Voorts is er geen sprake van tegenstrijdigheid tussen Genesis 1 en 2 wanneer men de Hebreeuwse grondtekst als uitgangspunt neemt omdat daarin níet in Genesis 2 staat aangegeven dat de dieren ná de mens zijn geschapen maar ervóór zoals dat ook het geval is in Genesis 1.[bron?]

Orthodox(er)-gelovigen zijn dan ook geneigd de scheppingsverhalen uit Genesis 1 en 2 - die zij als een eenheid beschouwen - als geschiedenis op te vatten, al zijn er verschillen van mening op welke wijze dit dan historisch zou kunnen worden geduid.[bron?]

De orthodoxe interpretatie verschilt ook van mening wat betreft het auteurschap en de maatstaven die de liberale interpretatie hiervoor aanlegt. Zo meent zij nog steeds dat Mozes in grote mate verantwoordelijk voor de totstandkoming is geweest.[bron?]

Pogingen tot samenhang[bewerken]

De (al dan niet schijnbare) tegenstrijdigheid van deze twee verhalen zijn al eeuwen stof tot heftige theologische discussies in zowel joden- als christendom. In de loop van de geschiedenis zijn er dan ook heel wat pogingen ondernomen om de verhalen met elkaar te laten rijmen en te interpreteren als een samenhangend geheel.

Zo is er de kwestie van hoe het zit met de schepping van Eva. In Genesis 1:27 staat er: "God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen". Volgens Genesis 2:21 wordt Eva echter pas geschapen uit de rib van de reeds geschapen Adam zodat deze niet meer alleen zou zijn.
Hiervoor heeft men diverse oplossingen aangedragen.

Een voorbeeld hiervan is dat men uiteenzet dat in oorsprong de mens zowel mannelijk en vrouwelijk tegelijk was, net zoals God zelf. In een later stadium werd de mens gesplitst in twee delen, namelijk man en vrouw. Het woord "rib" kan hier dan geïnterpreteerd worden als "deel van het geheel" zoals een "ribbe" van een kubus. Deze visie sluit aan bij een beeld uit de Griekse schepping volgens Plato waar Zeus de mens, die oorspronkelijk vier benen had en vier armen en twee gezichten, netjes in tweeën snijdt.

Een andere interpretatie luidt: het zijn twee versies van hetzelfde verhaal. Hierbij is de eerstgenoemde versie een samenvattende beschouwing, terwijl de tweede versie gedetailleerder is in de tijdsaanduiding. In het Hebreeuwse denken wordt iets twee keer verteld om er een dubbele betekenis aan te geven. In het eerste verhaal gaat het over de relatie tussen God en de mens (verticaal) en in het tweede verhaal ligt de nadruk op de verhoudingen tussen de mensen onderling en tussen de mens en de aarde (horizontaal).
Of nog anders, in het eerste relaas gaat het om de schepping in zijn algemeenheid (de mensheid wordt geschapen in de vorm van een man en een vrouw), in het tweede om meer specifieke details (God schept eerst de man en vervolgens uit de man de vrouw).

De eerste uitleg wordt door de moderne theologie en de feministische theologie gesteund. De tweede uitleg is Bijbelgetrouwer, onder meer omdat een samenvatting vooraf vaker in de Bijbel voorkomt en past daarom binnen de orthodoxe theologie.

Beide verhalen hebben eenzelfde boodschap, namelijk dat de schepping het werk is van een enige God en dat de mens als beheerder (rentmeester) van de schepping is aangesteld, niet door eigen verdienste maar door God.

Genesis onderstreept dat hemel en aarde en heel onze werkelijkheid teruggaat op de scheppingsdaad van één God. Zo zien joden en christenen de totaliteit van de werkelijkheid.

Scheppingsdatum[bewerken]

Hetgeen in de aanvang van Genesis staat heeft aanleiding gegeven om het jaar en de datum te berekenen waarop de aarde zou zijn geschapen.

Gaat men uit van de diverse cijfermatige gegevens die in de (Hebreeuwse) Bijbel zelf zijn te vinden - de Bijbelse tijdlijn - dan komt men uit op of voor het jaar 4046 v.Chr..

De joodse jaartelling neemt de veronderstelde schepping als uitgangspunt voor haar jaartelling. Zij komt tot iets andere bevindingen dan de Bijbelse tijdlijn, het begin van haar jaartelling komt zodoende overeen met 6 september 3761 v.Chr..

Een 17e-eeuwse geestelijke genaamd James Ussher, aartsbisschop van het Ierse Armagh, heeft eveneens een dergelijke berekening uitgevoerd en meende op grond daarvan dat de aarde op zaterdagavond 22 oktober 4004 v.Chr. zou zijn geschapen.

Literatuur[bewerken]

Liberale opvatting:

Orthodoxe opvatting:

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Psalm 104, NBV, SV77 en WV95
  2. Johannes 1:1-5, NBV, SV77 en WV95
  3. Gordon Wenham, "Exploring the Old Testament: Volume 1, The Pentateuch", SPCK, (2003), p.5.