Schie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Delftse Schie bij de Zweth

De Schie is een naam die voor vier waterlopen in de omgeving van het Nederlandse Overschie wordt gebruikt. Onderscheiden worden de Delfshavense Schie, de Delftse Schie, de Rotterdamse Schie en de Schiedamse Schie. Het bestaan van vier Schieën is het gevolg van de middeleeuwse rivaliteit tussen de steden Delft, Rotterdam en Schiedam omtrent tolrechten.

Oorsprong[bewerken]

De vier Schieën en de historische kernen waarlangs ze stromen/stroomden:
1. Delftse Schie
2. Schiedamse Schie
3. Delfshavense Schie
4. Rotterdamse Schie (thans grotendeels gedempt)
Op de voorgrond Overschie, links Rotterdam en rechts Delfshaven. Schiedam ligt rechts buiten de kaart (1512)

De Schie begon haar bestaan in de buurt van het huidige Schiebroek als een moerassig kreekje dat, ongeveer op de plaats van het tegenwoordige Overschie, uitmondde in de toenmalige Merwede (tegenwoordig: Nieuwe Maas). In het aan dit stroompje ontstane Delft werd deze waterloop de Delf genoemd, waaruit we kunnen opmaken dat hij - in ieder geval gedeeltelijk - gegraven was. De eerste graafwerkzaamheden vonden misschien al plaats in de Romeinse tijd, toen bijvoorbeeld ook het nabijgelegen Kanaal van Corbulo werd gegraven. Archeologische opgravingen suggereren dat de ten noorden van Delft gelegen voortzetting van de Schie, de Vliet, gedeeltelijk met dit historische kanaal samenvalt.

Middeleeuwen[bewerken]

In 1150 werd langs de Merwede Schielands Hoge Zeedijk aangelegd. Door de buitendijkse inpoldering die hierop volgde, schoof de monding van de Schie op naar het zuiden. De rivier werd bij die monding afgedamd en de nederzetting die bij de dam ontstond kreeg de naam Schiedam. Schiedam werd een belangrijke stad vanwege het recht om tol te heffen op het scheepvaartverkeer over de Schie naar Delft en verder.

In 1280 werd voor de afwatering van de oostelijke ambachten van het Hoogheemraadschap van Delfland de Poldervaart aangelegd. De Poldervaart was een rechtstreekse verbinding naar de toenmalige Merwede buiten Schiedam om.

Politiek gekrakeel tussen diverse leenheren en de rivaliserende steden Schiedam, Delft en Rotterdam, leidden ertoe dat in 1343 tussen Overschie en Rotterdam een kanaal werd gegraven. Zo werd de macht van Schiedam over het scheepvaartverkeer op de Schie gebroken. De Schie splitste zich nu te Overschie in de Rotterdamse Schie en de oorspronkelijke Schiedamse Schie.

In 1389 werd de driesprong bij Overschie een viersprong, omdat de stad Delft van Hertog Albrecht van Beieren, graaf van Holland en Zeeland, toestemming kreeg om een eigen kanaal naar de Merwede te graven. Voor het eerste deel van dit kanaal werd de al bestaande Delf verbreed; deze vaart werd vanaf dat moment steeds vaker aangeduid als de Delftse Schie. Het tweede gedeelte van het kanaal werd gegraven tussen Overschie en de Merwede. Aan de monding van deze vaart kreeg Delft een eigen haven: Delfshaven. De waterloop tussen Overschie en Delfshaven werd Delfshavense Schie genoemd.

Tegenwoordig[bewerken]

Sinds 1893 maakt de Delftse Schie deel uit van een nog omvangrijker project: het Rijn-Schiekanaal, daar maakt ook de Vliet deel van uit en voert tot aan Leiden.

Door inklinking van het omliggende veengebied is het waterpeil van de Schie enkele meters hoger dan in de omliggende weilanden. Toen in 1903 de kade doorbrak nabij het plaatsje Kandelaar liep het kanaal dan ook vrijwel leeg.

Van de Rotterdamse Schie is tegenwoordig weinig meer over. Na het bombardement van 1940 dempte men de Schie aldaar grotendeels met de enorme hoeveelheden puin. De volgende grap werd destijds gemaakt: Eerst lag de Schie in Rotterdam, thans ligt Rotterdam in de Schie.

De Delftse Schie tussen Delft en Rotterdam ging in 1989 over van gemeentelijk naar provinciaal beheer.

De Schiedamse Schie mondt tegenwoordig via de Lange Haven uit in de Nieuwe Maas; de Delfshavense Schie is via de Coolhaven en de Parksluizen verbonden met de Nieuwe Maas.

Zie ook[bewerken]