Schijfkwallen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schijfkwallen
Schijfkwallen
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Cnidaria (Neteldieren)
Klasse
Scyphozoa
Ordes

Coronatae
Semaeostomeae
Rhizostomeae

Afbeeldingen Schijfkwallen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Ontwikkelstadia van een kwal (strobilatie)

De Schijfkwallen (klasse Scyphozoa) zijn een groep van ongewervelde dieren uit de stam neteldieren (phylum Cnidaria). De naam "kwal" wordt ook gebruikt voor dieren uit de verwante klassen hydroïdpoliepen (Hydrozoa), kubuskwallen (Cubozoa) en gesteelde kwallen (Stauromedusae), en uit de niet verwante stam Ribkwallen (phylum Ctenophora).

Kenmerken[bewerken]

Het meest in het oog springende kenmerk van de klasse Schijfkwallen is de korte duur van het poliepstadium in verhouding tot het medusestadium. De medusen zijn doorgaans ook veel groter dan die van de hydroïdpoliepen. Sommige worden ruim 200 cm in doorsnede met tentakels van vele meters lang. Andere soorten weer hechten zich vast aan zeewieren. Het lichaam is klok- tot schotelvormig, dat is samengesteld uit 2 cellagen met daartussen een flinke laag gelei. In het klokcentrum bevindt zich een holte, die als maag fungeert. Centraal aan de onderzijde bevindt zich de mond, terwijl de tentakels neerhangen van de onderrand. Ze kunnen zwemmen dankzij een samentrekking van de spieren, maar met zeestromingen hebben ze problemen om vooruit te komen. Na een storm belanden ze meestal op het strand.

Leefwijze[bewerken]

De meeste schijfkwallen zijn passieve drijvers die zich voeden met kleine vissen en dierlijk plankton die in hun tentakels gevangen worden. Er zijn rond de tweehonderd soorten beschreven, die allemaal marien zijn.[1][2] Ze komen voor in elk van de oceanen van de wereld en tot op grote diepte.

Schijfkwallen worden gegeten door onder andere tonijnen, haaien en zeeschildpadden. Kwallenplagen als in de Middellandse Zee worden mede veroorzaakt door overbevissing.[3] In China, Japan en Zuidoost-Azië worden bepaalde soorten kwallen gebruikt voor menselijke consumptie.

Levenscyclus[bewerken]

De levenscyclus van schijfkwallen valt uiteen in twee stadia. Het eerste daarvan wordt het poliepstadium genoemd. Het organisme heeft hierin de vorm van een poliep: een sessiele (= aan het substraat vastzittende) steel, die langsdrijvend voedsel opvangt. De poliep maakt aan de top afsnoeringen die na enige tijd loslaten en in de waterkolom uitgroeien tot het tweede stadium. Dit tweede stadium wordt het medusestadium genoemd. Het organisme heeft hierin een ronde (radiaal symmetrische) koepelvorm met neerhangende tentakels. Dit is de vorm waarin veel mensen kwallen het best kennen. De medusen planten zich geslachtelijk voort door de vorming van gameten, die na versmelting een larve vormen. De larve zet zich ergens vast op het substraat en groeit dan uit tot een poliep, waarmee de cyclus rond is.

Bouw[bewerken]

Schijfkwallen hebben geen ware orgaanstructuur maar ze bezitten wel gespecialiseerde weefsels. De volwassen dieren bestaan voor 95-99% uit water. De schijfkwallen hebben een onvolledig spijsverteringssysteem, hetgeen betekent dat de enkele opening (mond) voor zowel voedselopname als afvaluitscheiding wordt gebruikt.

Een schijfkwal is een enkel dier, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Portugees oorlogsschip, een kwal uit de klasse Hydrozoa, die uit een kolonie van individuen bestaat.

Enkele soorten[bewerken]

De volgende soorten komen voor in de Noordzee:

De Parelkwal of Lichtende kwal (Pelagia noctiluca) komt voor in alle warmere oceanen en zeeën, waaronder de Middellandse Zee.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Meglitsch, P.A. 1972. Invertebrate Zoology second edition, Oxford University Press: 123
  2. Purves, W.K. et al. 2001. Life, the science of Biology, Sixth Edition, Sinauer Associates Inc., W.H. Freeman and Company: 550
  3. Kwallenmassa op weg naar Italië
  • David Burnie (2001) - Animals, Dorling Kindersley Limited, London. ISBN 90-18-01564-4 (naar het Nederlands vertaald door Jaap Bouwman en Henk J. Nieuwenkamp).