Schildkraakbeen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schildkraakbeen
Cartilago thyreoides
Bot
1. membrana thyreohyoidica 2. ligamentum thyreohyoidicum medianum 3. incisura laryngica 4. cartilago thyreoides (schildkraakbeen) 5. ligamentum cricothyreoidicum medianum 6. conus elasticus 7. cartilago cricoides (ringkraakbeen) 8. trachea (luchtpijp) 9. os hyoides (tongbeen) 10. ligamentum thyreohyoidicum laterale 11. cornu superius (bovenste hoorn) van schildkraakbeen 12. bovenste larynxzenuw en -arterie 13. linea obliqua (schuine lijn) 14. musculi cricothyreoidici 15. cornu inferius (onderste hoorn) van schildkraakbeen 16. cricothyreoïdverbinding
1. membrana thyreohyoidica

2. ligamentum thyreohyoidicum medianum 3. incisura laryngica 4. cartilago thyreoides (schildkraakbeen) 5. ligamentum cricothyreoidicum medianum 6. conus elasticus 7. cartilago cricoides (ringkraakbeen) 8. trachea (luchtpijp) 9. os hyoides (tongbeen) 10. ligamentum thyreohyoidicum laterale 11. cornu superius (bovenste hoorn) van schildkraakbeen 12. bovenste larynxzenuw en -arterie 13. linea obliqua (schuine lijn) 14. musculi cricothyreoidici 15. cornu inferius (onderste hoorn) van schildkraakbeen 16. cricothyreoïdverbinding

Synoniemen
Latijn Cartilago thyreodes[1]

Cartilago thyreoidea[2]
Cartilago thyroidea[3][4][5][6][7][8]
Cartilago scutifomis[9][10][11][12][1][13][14]
Cartilago scutalis[9][13][15]
Cartilago clipealis[15]
Cartilago clipearis[15]
Cartilago clypealis[1][13][14]
Cartilago laryngis antica[15]
Cartilago palmalis[15]
Cartilago parmalis[16]
Cartilago peltalis[9][14][15]
Cartilago quadrilatera[15]
Umbo[12][15]
Malum granatum[12]
Pomum granatum[15]
Scutum[13][14]

Oudgrieks Θυρεοειδής χόνδρος[17][15]

Πρῶτος χόνδρος (τοῦ λάρυγγος)[15]

Portaal  Portaalicoon   Biologie

Het schildkraakbeen[18] of cartilago thyreoides[13][19] is een stuk kraakbeen dat onderdeel is van het strottenhoofd. Tegen het schildkraakbeen ligt de schildklier.

Naamgeving[bewerken]

De Latijnse naam cartilago thyreoides [20][21][19] is een vertaling van het Oudgriekse begrip χόνδρος θυρεοειδής chóndros thureoeides [17] dat bij de Griekse arts Galenus voorkomt.[17] Zowel het Latijnse begrip cartilago als het Oudgriekse begrip χόνδρος betekenen kraakbeen.[22][17] Het Oudgriekse begrip θυρεοειδής betekent schildvormig,[20][17] afgeleid van θυρεός thureós, schild.[20][17] Overeenkomstig wordt in het Latijn ook cartilago scutifomis [12] gebruikt, van scutum voor schild.[22]

In de officiële Latijnse nomenclatuur (Nomina Anatomica, later Terminologia Anatomica) kent de naam voor het schildkraakbeen in de loop van de jaren drie varianten, namelijk cartilago thyreoidea.[2] cartilago thyroidea [3][4][5][6][7][8] en de eerder genoemde cartilago thyreoides.[21] De vorm met thyreoidea (met de uitgang -ea) zou een verkeerde omzetting[23] van het Oudgrieks θυρεοειδής naar het Latijn zijn. De vorm thyroidea (zonder e na thyr) zou een bewuste keuze zijn om tegemoet te komen aan de Engelstaligen die moeite hebben met de uitspraak van de 'e' in thyreoidea.[24] De vorm thyroidea komt eerder overeen met de Oudgriekse vorm θυροειδής, thuroeidés, deurvormig.[17]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. a b c Kraus, L.A. (1844). Kritisch-etymologisches medicinisches Lexikon (Dritte Auflage). Göttingen: Verlag der Deuerlich- und Dieterichschen Buchhandlung.
  2. a b His, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag Veit & Comp.
  3. a b Donáth, T. & Crawford, G.C.N. (1969). Anatomical dictionary with nomenclature and explanatory notes. Oxford/London/Edinburgh/New York/Toronto/Syney/Paris/Braunschweig: Pergamon Press.
  4. a b International Anatomical Nomenclature Committee (1966). Nomina Anatomica . Amsterdam: Excerpta Medica Foundation.
  5. a b International Anatomical Nomenclature Committee (1977). Nomina Anatomica, together with Nomina Histologica and Nomina Embryologica. Amsterdam-Oxford: Excerpta Medica.
  6. a b International Anatomical Nomenclature Committee (1983). Nomina Anatomica, together with Nomina Histologica and Nomina Embryologica. Baltimore/London: Williams & Wilkins
  7. a b International Anatomical Nomenclature Committee (1989). Nomina Anatomica, together with Nomina Histologica and Nomina Embryologica. Edinburgh: Churchill Livingstone.
  8. a b Federative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  9. a b c Columbo, R. (1559). De re anatomica. Libri XV. Venice: Nicola Beviliacqua.
  10. Diemerbroeck, I. de (1679). Anatome corporis humani. Leiden: Ioan Ant. Huguetan. & Soc.
  11. Castelli, B. & Bruno, J.P (1713). Lexicon medicum Graeco-Latinum. Leipzig: F. Thomas
  12. a b c d Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  13. a b c d e Siebenhaar, F.J. (1850). Terminologisches Wörterbuch der medicinischen Wissenschaften. (Zweite Auflage). Leipzig: Arnoldische Buchhandlung.
  14. a b c d Dunglison, R. (1856). Medical lexicon. A dictionary of medical science. (13th edition).Philadelphia: Blanchard and Lea.
  15. a b c d e f g h i j k Fonahn, A. (1922). ‘’Arabic and Latin anatomical terminology. Chiefly from the Middle Ages.’’ Kristiania: Jacob Dybwad.
  16. Hyrtl, J. (1880). Onomatologia Anatomica. Geschichte und Kritik der anatomischen Sprache der Gegenwart. Wien: Wilhelm Braumüller. K.K. Hof- und Unversitätsbuchhändler.
  17. a b c d e f g Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.
  18. Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen.
  19. a b Broek, A.J.P. van den, Boeke, J & Barge, J.A.J (1954). Leerboek der beschrijvende ontleedkunde van de mens. Deel I. Geschiedenis der ontleedkunde, bewegingsorganen, vaatstelsel (8ste druk). Utrecht: N.V. A. Oosthoek’s Uitgeverij Mij.
  20. a b c Triepel, H. (1910). Die anatomischen Namen. Ihre Ableitung und Aussprache. Mit einem Anhang: Biographische Notizen.(Dritte Auflage). Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann.
  21. a b Kopsch, F. (1941). Die Nomina anatomica des Jahres 1895 (B.N.A.) nach der Buchstabenreihe geordnet und gegenübergestellt den Nomina anatomica des Jahres 1935 (I.N.A.) (3. Auflage). Leipzig: Georg Thieme Verlag.
  22. a b Lewis, C.T. & Short, C. (1879). A Latin dictionary. founded on Andrews' edition of Freund's Latin dictionary.Oxford: Clarendon Press.
  23. Triepel, H. (1908). Memorial on the anatomical nomenclature of the anatomical society. In A. Rose (Ed.), Medical Greek. Collection of papers on medical onomatology and a grammatical guide to learn modern Greek (pp. 176-193). New York: Peri Hellados publication office.
  24. Drukker, J, & Walvoort, H.C. (2000). Terminologia anatomica: een nieuw anatomisch referentiewerk. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 144, 890-891.