Schimmel (paard)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bijna alle lipizzaners zijn schimmels.
De grijs gevlekte vacht zal wit worden over enkele jaren.
Hoofd van een schimmel.
Napoleon op zijn schimmel, door Jacques-Louis David.
Rubens: Perseus en Andromeda met het gevleugelde paard Pegasus.
Georges Seurat, een acrobate op een schimmel in het circus.

Een schimmel is een grijs paard dat geboren wordt met een donkere vachtkleur, maar dat met het ouder worden een steeds wittere vacht verkrijgt. De huid van deze paarden is zwart en ook de ogen zijn donker.

De manen hebben dezelfde kleur of zijn donkerder dan de vacht. Schimmels zijn als veulen bruin, vos of zwart, in elk geval nooit wit. Het verbleken van de vacht kan heel snel gebeuren bij het ene paard, en zeer langzaam bij het andere. De zwarte huid van de schimmels maakt dat ze niet overgevoelig zijn voor de zon, zoals wel het geval is bij het dominant wit paard.

Naast de echte schimmel (grijs) bestaat de vachtkleur 'roan', waarbij witte haren verspreid tussen de verder gekleurde vacht zitten. Deze kleur is onveranderlijk en geldt niet als een schimmelvariant.

Genetica[bewerken]

Het gen dat de witte kleur veroorzaakt is dominant en wordt G genoemd (van het Engelse Gray). Genen komen dubbel voor. De dominantie betekent dat ook een paard dat slechts één van dit gen bezit altijd een schimmel zal zijn. Het nageslacht van een schimmel met slechts één gen voor een schimmel, kan het andere gen, het recessieve gen, erven en hoeft daarom niet ook een schimmel te zijn. Dit betekent ook dat twee paarden die geen schimmel zijn, nooit een schimmel als nakomeling kunnen hebben. Het tempo waarmee een schimmel wit wordt, lijkt ook genetisch bepaald te zijn, maar via andere genen.

Schimmels kunnen dus in veel paardenrassen voorkomen. Door erfelijkheidsfactoren komt deze kleur bij sommige rassen, zoals de Andalusiër, de Connemara, de Gelderlander en de lipizzaner, vaker voor dan bij andere.

Het schimmelen[bewerken]

Het wit worden (ook wel schimmelen genoemd) van een jong paard gaat als volgt: De vacht van een donker veulen verandert langzaam in een gevlekte vacht om vervolgens helemaal wit, of wit met kleine zwarte of bruine plukjes haar daartussen. De tussenvormen, die vaak een eigen naam hebben, zijn dus altijd tijdelijk.

Namen voor de tussenvormen zijn:

  • appelschimmel (sterk zwart wit gevlekt)
  • blauwschimmel
  • roodschimmel
  • bruinschimmel (met oorspronkelijk bruine vacht die nog doorschemert)
  • muskaatschimmel
  • moorkop (met een zwart hoofd)

De volgroeide schimmel kan echter nog wel enige haren van een andere kleur in zijn vacht bezitten, bijvoorbeeld heeft de vliegenschimmel heel kleine donkere vlekjes.

Witte paarden[bewerken]

Werkelijk witte paarden zijn zeer zeldzaam. Ze hebben een speciaal gen dat voor deze witheid codeert. Het verschil tussen een schimmel en een dominant wit paard is de kleur van de huid. Schimmels hebben een zwarte huid, dominant witte paarden hebben een roze huid. Witte paarden worden ook wit geboren. Witte paarden zijn heterozygoot met hun witte gen. Als een paardenfoetus twee witte genen heeft, is het niet levensvatbaar. Het zal al sterven in de baarmoeder.

In Amerika kunnen dominant witte paarden ingeschreven worden in het American White & American Creme Horse Registry. Er bestaan voor zover bekend geen gevallen van echte albino paarden.

Symboliek[bewerken]