Schinnen (plaats)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schinnen
Plaats in Nederland Vlag van Nederland
Schinnen (plaats)
Schinnen (plaats)
Situering
Provincie Vlag Limburg Limburg
Gemeente Vlag Schinnen Schinnen
Coördinaten 50°56'N  5°53'E
Algemeen
Inwoners (1 jan 2005) 2970
Overig
Postcode 6365, 6438, 6436, 6471
Netnummer 046
Belangrijke verkeersaders A76
Portaal  Portaalicoon   Nederland
Kasteelboerderij Terborgh
Kadasterkaart 1822 van Huis Terborgh en de Borgermolen

Schinnen (Limburgs: Sjènne) is een dorp in het zuiden van Limburg (Nederland). Het is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente Schinnen en telt ongeveer 3000 inwoners.

Uit Schinnen komt de stroop van Canisius en het Alfa bier, dat gebrouwen wordt in de buurtschap Thull. In Schinnen staat ook een kasteelhoeve, kasteel Terborgh. Daarnaast is Schinnen bekend door de eerste bokkenrijdersbende die hier ontstaan is in de buurtschap Wolfhagen, tegen de Putherberg.

Inhoud

Naam[bewerken]

Oudere schrijfwijzen zijn: 1164 en 1148 vals ca. 1175 Schinne, 1208 Scinne, 1211 Skines.

Over de herkomst van de naam Schinnen bestaat weinig duidelijkheid. Er is gespeculeerd dat Schinnen een verbastering zou kunnen zijn van een oude Romeinse naam, namelijk die van de Sunici, een stam die door de Romeinen vanuit Germaans gebied naar deze streek zou zijn gebracht. De namen Schinveld en Schin op Geul, en mogelijk ook Schimmert, zouden eveneens naar deze stam kunnen verwijzen.
Een meer zakelijke en waarschijnlijk betere naamsverklaring is de volgende. Het betrof hier oorspronkelijk een waternaam, verwant met *skîn- ‘schijnen, schitteren’.[1]

Legende[bewerken]

De volgende vrome overlevering mag alleen als curiosum worden vermeld. Zij wil doen geloven dat keizer Karel de Grote tijdens een van zijn trektochten was verdwaald. Plots zag hij in de verte een licht schijnen (Schinnen) en een licht schimmeren (Schimmert). Als dank voor het weer terugvinden van de weg liet Karel op de plek waar hij beide lichtverschijnselen waarnam een kapel bouwen.

Geografisch[bewerken]

Schinnen ligt in het dal van de Geleenbeek. Het dorp bevindt zich tegen de helling van een uitloper van het plateau van Doenrade. Deze uitloper staat bekend als de Moutheuvel. Enkele wegen vormen hier de oude toegang vanuit het beekdal naar het plateau. [2]

Geschiedenis[bewerken]

Vonk (2012) heeft veel gepubliceerd over het ontstaan en de ontwikkeling van Schinnen. Het dorp Schinnen is in de Vroege Middeleeuwen ontstaan tegen de helling van de Moutheuvel als oud domeingoed. De Sint-Dionysiuskerk in het dorp dateert tenminste uit de Karolingische tijd en is als eigenkerk gesticht. De band tussen Schinnen en het kasteel Terborgh is oud en gaat mogelijk op de oude domeinorganisatie terug. Terborgh bezat aantoonbaar vanaf de dertiende eeuw een groot aantal laatgoederen in het dorp. In diezelfde periode gaat Schinnen deel uitmaken van het land van Valkenburg. Ook het huis Valkenburg bezit vervolgens enkele laatgoederen in Schinnen. Belangrijker is het gegeven, dat de heerlijkheid Schinnen leenroerig wordt aan het huis Valkenburg. Ook het leengoed Achter den Kerck in het dorp wordt een leengoed van Valkenburg. Het blijft eeuwenlang een belangrijk goed. Vanaf de veertiende eeuw ontstaan er verschillende laatgoederen van het kasteel Reijmersbeek in de dorpskom van Schinnen. Reijmersbeek behoorde niet tot de heerlijkheid Schinnen, maar wel tot de parochie van Sint-Dionysius. Aannemelijk is, dat in de twaalfde en dertiende eeuw vanuit Schinnen grote delen van het omliggende heuvelland werden ontgonnen. In die tijd ontstonden gehuchten als Wolfhagen , Puth en Hegge. Zij bleven tot de heerlijkheid Schinnen behoren. Ook ontstond in die tijd nabij het kerkdorp de belangrijke pachthoeve Krekelberg in buurtschap Krekelberg. Vanaf de zestiende eeuw blijkt het dorp Schinnen uit twee buurtjes te bestaan: ‘De Valderen’ rond de kruising van de Altaarstraat en Dorpsstraat en het buurtje ‘Achter den Kerck’ nabij de gelijknamige hoeve. Dit minuscule dorpje, dat kleiner was dan een gehucht als Nagelbeek, nam wegens haar religieuze functie een belangrijke plaats in binnen de oude heerlijkheid Schinnen. In de achttiende eeuw groeiden deze buurtjes rond de kerk aan elkaar vast en vond er uitbreiding plaats in de richting van het huidige Schuiteneinde.[3]

Mijnverleden[bewerken]

In Schinnen stond tot medio 1993 nog een voormalige mijnschacht (schacht 4) van de Staatsmijn Emma. Deze schacht was gelegen direct naast de spoorlijn van Heerlen naar Sittard en de autosnelweg A76. De schacht is in 1956 in bedrijf gekomen en is vanaf 1963 enkel als ventilatieschacht in gebruik geweest. Op het terrein van Schacht 4 is tegenwoordig een Amerikaanse bevoorradingsbasis gevestigd, de United States Army Garrison Schinnen. De basis bestaat uit een winkelcentrum met grote supermarkt en kapper, sportcentrum, bowlingbaan, 2e hands winkel, postkantoor, tankstation, banken en een vestiging van Burger King .De voormalige mijnspoorweg liep van Brunssum, Hoensbroek en Nuth via Thull langs de Geleenbeek over het grondgebied van de gemeente Schinnen, en kruiste in Schinnen de Stationsstraat en de Veeweg via een ongelijkvloerse kruising. Ter hoogte van het terrein van Schacht 4 verliet de mijnspoorweg het grondgebied van de gemeente Schinnen en vervolgde haar weg via het grondgebied van de gemeenten Spaubeek en Geleen haar route naar de haven van Stein. Eind jaren '50, begin jaren '60 kochten de Staatsmijnen het gebied gelegen rondom de Muldermolen in de buurtschap Thull. In dit gebied was een oude molen gelegen en enkele boerderijen. Gedurende enkele jaren werd in dit gebied mijnslik en mijnsteen geloosd afkomstig van de voormalige Staatsmijn Emma in Hoensbroek. Nadat de mijnen waren gesloten was het terrein in handen gekomen van DSM en ontstond er een natuurgebied met zeldzame plantengroei. In de jaren '90 is het gebied overgegaan van DSM naar de gemeente Schinnen en is het gebied deel uit gaan maken van Landschapspark 'De Graven'. Dit heeft er onder meer toe geleid dat het hele gebied opnieuw werd ingericht met wandelpaden, het terugbrengen van de in het gebied stromende Geleenbeek in haar natuurlijke loop (gedurende de periode dat in het gebied mijnslik werd gestort, is de Geleenbeek gekanaliseerd en om het gebied heen geleid) en het aanleggen van een grote visvijver in het voormalige slik. Helaas heeft het mijnverleden ook schade aangebracht aan beeldbepalende oude panden, waaronder het monumentale Huis Hoen in de Altaarstraat. Het werd afgebroken in de jaren ’60, nadat het door mijnschade was verzakt.

Bezienswaardigheden[bewerken]

Kerk[bewerken]

1rightarrow.png Zie Sint-Dionysiuskerk (Schinnen) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De eerste kerk dateert uit de Karolingische periode. De oudste delen van het huidige pand stammen uit de 12e eeuw. De zijbeuken van de kerk werden er in de 14e eeuw toegevoegd. De zuidbeuk werd in 1679 vernieuwd. In 1829 werd de toren verhoogd, en in 1878-1879 werden de zijbeuken verlengd. In 1900 werden het bakstenen transept met priesterkoor en zijkapellen aangebouwd naar ontwerp van Jos Tonnaer uit Den Haag. In 1973-1977 werd de kerk gerestaureerd.

Openbaar vervoer[bewerken]

Schinnen heeft een eigen NS-station (Station Schinnen), waarvanuit men eenmaal per uur kan vertrekken in de richting Heerlen en in de richting Sittard en Roermond. Verder onderhoudt Openbaar Vervoersbedrijf Veolia een lijnbusdienst tussen Hoensbroek en Geleen via Schinnen (lijn 42).

Geboren in Schinnen[bewerken]

Bekende inwoners[bewerken]

Trivia[bewerken]

  • Op 21 december 2006 werd bekendgemaakt dat in Schinnen de lelijkste verlichte plek van Nederland ligt. Het betreft hier een verlichte reclamemast die reeds van zeer veraf zichtbaar is, en voor overlast zorgt voor buurtbewoners en flora en fauna.[bron?]
  • In 2010 haalde de zaak-Bemelmans de landelijke pers. Het betreft een inwoner van de gemeente Schinnen die op een illegale plek eigen bouwsels bewoonde gedurende meer dan 20 jaar. Het college van B&W besloot bij monde van Burgemeester Link de zaak rigoureus aan te pakken, waartegen een groot deel van de gemeenschap zich verzette, hetgeen de landelijke pers en veel nationale bijval haalde.[bron?]

Externe link[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Berkel, G. van; K. Samplonius (2006): Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en historie.
  2. Leen- en laathoven en hun goederen in Schinnen deel III. R.Vonk in Historiek 2012, Schinnen. In het artikel wordt ingegaan op geografische aspecten van het dorp en het ontstaan van toponiemen.
  3. Leen- en laathoven en hun goederen in Schinnen deel III. R.Vonk in Historiek 2012, Schinnen. In het artikel staan uitgebreide gegevens over de ontwikkeling van het dorp en de oude leen- en laatgoederen.