Schuilkelder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Metrotunnel als schuilkelder in de Tweede Wereldoorlog.

Een schuilkelder is een kelder om de bevolking te beschermen tegen een luchtaanval en andere soorten van gevaar. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in Groot-Brittannië op grote schaal schuilkelders gebouwd om de bevolking te beschermen tegen Duitse luchtaanvallen.

Nederland[bewerken]

In Nederland zijn na de Tweede Wereldoorlog vooral schuilkelders gebouwd tijdens de Koude Oorlog uit angst voor mogelijke aanvallen. Deze atoomschuilkelders zouden bestand zijn tegen nucleaire fall-out die volgt op een aanval met kernwapens. Bij de aanleg van veel metrostations in Amsterdam en Rotterdam is een atoomschuilkelder in- of aangebouwd.

Officieel zijn er in Nederland geen openbare schuilkelders meer. Halverwege de jaren tachtig, na afloop van de Koude Oorlog, zette het ministerie van Binnenlandse Zaken een streep onder het schuilkelderbeleid. Nederlandse schuilkelders worden steeds vaker voor andere doeleinden gebruikt zoals opslag, archivering en het onderbrengen van servers. In het nationaal handboek crisisbesluitvorming staat dat de rijksministerraad, als de ernst van de situatie daartoe dwingt, kan verhuizen naar de ‘regeringsnoodzaal’ onder het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ook de gemeente Amsterdam beschikt over een dergelijke ruimte. Deze 'bunker' onder het stadhuis biedt bij calamiteiten plaats aan onder andere de burgemeester en andere prominente Nederlanders.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]