Scientology-arrest

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Scientology-arrest
Datum 4 september 2003
Zaak   99/1040
Instantie Gerechtshof 's-Gravenhage
Soort zaak   civiel
Procedure hoger beroep
Wetgeving art. 10 EVRM
Onderwerp   auteursrecht; mensenrechten
Vindplaats   BIE 2004, 57; IER 2003, 69; NJ 2003, 664; NJF 2003, 93; LJN AI5638[1]

Het Scientology-arrest (Hof 's-Gravenhage 04-09-2003, NJ 2003, 664) is een belangrijke uitspraak van het Gerechtshof 's Gravenhage inzake het auteursrecht en de vrijheid van meningsuiting. Kort gezegd komt het erop neer dat uitoefening van het auteursrecht in strijd kan zijn met de mensenrechten, met name het recht op vrijheid van meningsuiting uit art. 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

[bewerken] De zaak

Karin Spaink had op de server van XS4ALL 'geheime' documenten van de Scientology-kerk gepubliceerd. De kerk stapte naar de rechter en eiste verklaring voor recht dat zij auteursrechthebbende was en dat Karin Spaink én XS4ALL onrechtmatig gehandeld hebben door het publiceren van de documenten. De rechter stelde het instituut in het ongelijk. Ten eerste is volgens de uitspraak een internetprovider niet aan te merken als de uitgever van de bestanden die op de server staan. Ten tweede kan de vrijheid van meningsuiting het auteursrecht opzij zetten.

Het hof overwoog (r.o. 8.4):

Cquote1.svg

Uit de hiervoor (...) vermelde teksten blijkt dat Scientology c.s. met hun leer en organisatie de verwerping van democratische waarden niet schuwen. Uit die teksten volgt tevens dat met de geheimhouding (...) mede wordt beoogd macht uit te oefenen over leden van de Scientology-organisatie en discussie over de leer en praktijken van de Scientology-organisatie te verhinderen. (...) Naar 's Hofs oordeel kan in deze bijzondere omstandigheden niet worden gezegd dat een beperking van de informatievrijheid op grond van de handhaving van het auteursrecht nodig is in de zin van artikel 10 EVRM en evenmin dat het belang van Karin Spaink en de Providers en het algemeen belang bij de informatievrijheid van artikel 10 lid 1 EVRM in verhouding tot dat van Scientology c.s. bij handhaving van hun auteursrecht in dit geval minder zwaar weegt. Derhalve behoort het eerstgenoemde belang niet te wijken voor het belang van Scientology c.s. en slaagt het beroep op artikel 10 lid 1 EVRM.

Cquote2.svg

[bewerken] Verwante artikelen


Referenties
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren