Scintillatiemeter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De scintillatiemeter (ook wel scintillatiedetector genoemd) is een meetinstrument waarmee besmetting, spectrum van β-straling en zachte γ-straling gemeten kan worden. Hij is ook bruikbaar als persoonsdosismeter.

Voorbeelden[bewerken]

Een voorbeeld van een scintillatiemeter is bijvoorbeeld NaI(Tl). Die meet de besmetting van gammastraling (γ-straling). Antraceen en zinksulfide (ZnS) meten de besmetting van bètastraling (β-straling), TLD werkt als persoonsdosismeter voor zowel β- als γ-straling. Scintillatievloeistof meet de besmetting met β-straling en zachte γ-straling.

Voordelen[bewerken]

Een voordeel van een scintillatiemeter is dat hij zeer gevoelig is voor straling. Tevens is het mogelijk om een energiespectrum van de straling te maken aangezien de PMT's verschillende stroomsterkte bij verschillende licht plusjes geven. Is de straling van een hogere energie zal het licht wat wordt gemaakt door de scintillator helderder zijn. De PMT's zullen hierdoor ook een sterkere energie puls geven. Dit werkt ook omgekeerd, bij een lagere energie is de lichtpuls minder helder en geven de PMT's een zwakkere energie puls. Hierdoor is het mogelijk een energiespectrum te maken van de straling. Een laatst voordeel is dat er een mogelijk is om een erg hoogt teltempo te meten doordat het proces snel werkt en er geen tijd nodig is voor herstel.

Nadelen[bewerken]

Een nadeel van een scintillatiemeter is dat de apparatuur erg kwetsbaar is. Tevens moet het systeem goed afgeschermd zijn tegen licht anders kan er een enorme hoeveelheid straling te veel worden gemeten. Een ander nadeel is de prijs, de apparatuur in een scintillatiemeter is vrij kostbaar.

Bronvermelding[bewerken]

Practische stralingshygiëne - G. Brouwer / J. van den Eijnde - 90-77423-09-5 Detectoren - Hanze hogeschool MBRT- 20-9-2013