Scoliose

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Scoliose
Röntgenfoto van de lumbale wervelkolom bij een staande patiënt met een scoliose.
Röntgenfoto van de lumbale wervelkolom bij een staande patiënt met een scoliose.
Vrouw uit de 14e eeuw die aan scoliose leed, Limburgs museum Venlo
Vrouw uit de 14e eeuw die aan scoliose leed, Limburgs museum Venlo
ICD-10 M41.0, Q67.5, Q76.3
ICD-9 737.3
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Scoliose (oudgrieks: σκολιός, skolios = krom) is een zijdelingse verkromming van de rug (wervelkolom), waardoor één of twee bochten ontstaan.

Het komt in meer of minder ernstige mate voor bij 4 op de 100 mensen. De wervelkolom draait meestal ook om haar as (dan spreekt men van een torsiescoliose) en veroorzaakt zo een bochel (gibbus).

Men onderscheidt een S-vormige scoliose met twee bochten en een C-vormige scoliose met één bocht. Een S-scoliose benoemt men naar de convexe bolle kant van de grootste bocht; bijvoorbeeld een S-vormige thoracale scoliose, rechts convex van 35 graden.

Beschrijving[bewerken]

Hoewel het een ingewikkelde driedimensionale vervorming betreft, kan men op een gewone voor-achterwaartse röntgenfoto de zijdelingse verkromming goed zien als een C-vormige of een S-vormige slinger in de ruggengraat die eigenlijk een rechte lijn behoort te zijn. Een structurele scoliose zal meestal gepaard gaan met een draaiing, een torsie; ook een bijkomende voorovergebogen houding (kyfose), een holle rug (lordose) of beide komen vaak samen met de scoliose voor. Belangrijk is of de scoliose in evenwicht is, dat wil zeggen of het zwaartepunt van het lichaam tussen de voeten valt. Bijvoorbeeld: als de patiënt een S-vormige scoliose heeft, kan zich op borsthoogte een convexe bocht naar rechts bevinden en op lendenniveau een bocht naar links. Meestal heffen de bochten elkaar op. De kans op progressie is groter als dit niet het geval is.

Oorzaken[bewerken]

Het is belangrijk onderscheid te maken tussen een niet-structurele scoliose en een structurele scoliose. Een niet structurele scoliose kan ontstaan door pijn en dwangstand, door een verkeerde houding of als compensatie van een beenlengteverschil of een heupafwijking. Een niet-structurele scoliose kan gecorrigeerd worden; op de foto is de scoliose dan niet meer te zien. Oorzaken van een structurele scoliose:

  • In 65% van de gevallen is de scoliose idiopathisch, dat wil zeggen dat de oorzaak onbekend is. Deze scoliose ontstaat tijdens de groei, en wordt infantiel (0-3 jaar); juveniel (3-10 jaar) of adolescent (9-17 jaar) genoemd.
  • In 10% is de scoliose neuromusculair, dat wil zeggen dat deze ontstaat door een onbalans van de spierkracht links en rechts.
  • 15% is aangeboren. Scoliose komt vaak voor bij kinderen met een ontwikkelingsstoornis (Syndroom van Rett; Syndroom van Angelman, Syndroom van Down en vele andere) en bij kinderen met een beschadigd brein en een halfzijdige of alzijdige verlamming. Ook ruggenmergsafwijkingen zoals syringomyelie en poliomyelitis, en spieraandoeningen zoals spierdystrofie kunnen met een scoliose gepaard gaan.
  • Afwijkingen van de wervels, door bijvoorbeeld vitamine D-gebrek, botontkalking, botbreuken, tuberculose enzovoorts kunnen ook op latere leeftijd nog de verschijnselen van een scoliose veroorzaken.

Idiopathische scoliose wordt meer bij meisjes gezien dan bij jongens en heeft sterk de neiging te verergeren tijdens de groei. In meer of mindere mate krijgt 0,5% van de bevolking er mee te maken. Op de 100.000 kinderen krijgen er 250 een corset en worden er 25 aan hun scoliose geopereerd.

Klachten[bewerken]

meting van de hoek van Cobb.

Een structurele, idiopathische scoliose is progressief tijdens de groei. Wanneer er een hoek (hoek van Cobb) is van meer dan 40 graden tussen de bovenste sluitplaat van de wervels bovenin de bocht en de onderste sluitplaat van een wervel onderin de bocht, wordt het resultaat onvoldoende geacht. De patiënten/s hebben problemen met de cosmetische veranderingen. Bij een bocht in de borstholte kunnen er problemen ontstaan met ademhaling en bloedsomloop; op iets lager niveau raakt de maag van zijn plaats en komt er maagzuur in de slokdarm. In principe is het eindresultaat bereikt wanneer de scoliose niet in evenwicht is, en bij extreme scoliose (vaak zal de laatste in ieder geval minstens gedeeltelijk neuromusculaire en/of aangeboren oorzaken hebben) met een bocht van 70 tot 90 graden kan de scoliose zelfs buiten de groei nog progressief zijn. Dan is er sprake van behoorlijke invaliditeit: de patiënt kan vaak nauwelijks goed zitten. Pijn treedt op wanneer de onderkant van de ribbenboog de bovenkant van de bekkenkam gaat raken.

Behandeling[bewerken]

  • Chiropractie

Chiropractie is de beste methode om de foutieve lichaamshouding te verbeteren, de beweeglijkheid van de wervelkolom te vergroten en de functie van de geïrriteerde zenuwen te herstellen.

Met fysiotherapie is het onmogelijk om dit alles te verbeteren.

  • Brace
Scoliosis patient in cheneau brace correcting from 56 to 27 deg.png

Bij kinderen en tieners in de groei kan men met een scoliosebrace de bocht stabiliseren. Dit is een veeleisende behandeling: het moet overdag en 's nachts gedragen worden en mag slechts één tot drie uur per etmaal af. Een brace wordt toegepast als er verwacht wordt dat de bocht groter wordt dan 25 graden, maar beneden de 40 graden gehouden kan worden.

  • Operatie

Wanneer de uiteindelijke bocht naar men verwacht boven de 40 à 45 graden uit komt, wordt in principe een operatie geadviseerd. Hierbij heeft men de keuze tussen benadering van de voorzijde (anterior fusion) en van de achterzijde (posterior fusion). Belangrijk is dat niet alleen door het laten versmelten van wervels de zijdelingse bocht wordt gestabiliseerd, maar dat ook de rotatie wordt tegengegaan. Daarom wordt een pen (een zogenaamde Harringtonstaaf, genoemd naar de Amerikaanse orthopeed Paul Harrington) operatief langs de wervels geplaatst en op meerdere plaatsen vastgezet.

Externe links[bewerken]