Secularisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Secularisme (van Latijn saecularis, "wereldlijk, tijdelijk") is de overtuiging dat religie en geloof geen invloed mogen uitoefenen op de maatschappij[1]. De term werd bedacht door George Holyoake.

De scheiding tussen kerk en staat is een belangrijk principe in veel westerse staten. Er is geen verstrengeling tussen religieus gezag en overheidsmacht (ofwel wereldlijk gezag), maar dit sluit niet uit dat er een religie kan zijn die een bevoorrechte positie heeft.

Seculiere staten gaan een stapje verder: de staat tracht zich neutraal op te stellen tegenover alle religies, voor zover deze de burgerlijke wetgeving integraal erkennen en respecteren.[bron?] Deze staten beschermen hun onderdanen ook tegenover eventuele religieus gemotiveerde inbreuken op hun rechten. In radicaal seculiere (dus secularistische) staten (zoals Frankrijk en Turkije en het laïcisme aldaar) worden de meeste vormen van religie zelfs verbannen uit het staatsleven. Religieuze overtuiging mag daardoor enkel binnen de private levenssfeer geuit worden. Degenen die de religie zo sterk uit het maatschappelijke leven willen weren, worden door sommige van hun tegenstanders ook wel verlichtingsfundamentalisten genoemd.

Oorsprong[bewerken]

Het secularisme vindt zijn oorsprong in de Verlichting, waarin bepaalde filosofen zoals Voltaire zich afkeerden van een godsbesef en beweerden louter binnen de menselijke kennis en wetenschap een antwoord te kunnen vinden op existentiële vragen.

Secularisering verwijst naar de toenemende oriëntatie van de mens op deze wereld, het aardse. De interesse in, het belang van, en de betrokkenheid op projecties in een transcendente werkelijkheid boven de dagelijkse realiteit neemt af. De secularisatietheorie is niet onomstreden, integendeel, het is wellicht niet alleen het meest centrale maar ook het meest betwistbare begrip binnen de godsdienstsociologie.

Een vroege voorloper is wellicht het middeleeuwse antisacerdotalisme dat in de 12de tot 14de eeuw veel aanhang kende in de grote Belgische en Nederlandse steden, bijvoorbeeld Tanchelijn in Antwerpen.[bron?]

Begripsverwarring[bewerken]

  • Secularisatie is, strikt genomen, het onteigenen van bezit van de Kerk. Het gaat hier dan meestal om het bezit van land en kloosters dat overgaat van de Katholieke Kerk op de staat.
  • Ontkerkelijking is het proces waarbij de kerk als instituut invloed verliest in de maatschappij en het aantal kerkleden sterk daalt. Hieronder valt de trend dat steeds minder mensen de kerk bezoeken, en ook de scheiding van kerk en staat. Ook het meer specifieke begrip secularisatie zou je hieronder kunnen scharen. Maar secularisatie wordt tegenwoordig soms ook wel meer algemeen gebruikt als synoniem voor ontkerkelijking.[2][3]
  • Secularisering is de benaming die gebruikt wordt wanneer religie als levenshouding voor de personen in een bepaalde maatschappij aan belang verliest. Je zou ontkerkelijking onder dit brede begrip kunnen scharen. Het is te begrijpen dat veel mensen secularisatie vaak met secularisering verwarren: soms gebruikt men daardoor ook wel secularisatie wanneer eigenlijk meer algemeen secularisering bedoeld wordt.
  • Secularisme is de stroming die zich beijvert voor secularisering van staat en maatschappij: secularisten proberen de invloed van Kerk en religie steeds terug te dringen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties