Wachter (spoorwegen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Seinwachter)
Ga naar: navigatie, zoeken
Overwegwachteres, eind 19e eeuw
Een semafoor en een wachter aan de spoorweg van Amsterdam naar Haarlem. De wachter toont de witte vlag ten teken dat het spoor veilig is. Schilderij van Wouterus Verschuur, ca. 1845.
Een baanwachterswoning of wachtpost in Hemmen

Een wachter is bij de spoorwegen (en ook wel bij tramwegen) verantwoordelijk voor een deel van de bewaking en beveiliging van een spoorweg. Het kan daarbij gaan om het bedienen van spoorbomen, seinen of wissels, maar ook om bruggen.

In Nederland zijn nog steeds overwegwachters. Ze zijn onder meer verantwoordelijk voor het op afstand bedienen van de lichten en spoorbomen van overwegen van het type “elektrisch bediende overwegbomen”. Ze zetten het sein op groen als de overweg ontruimd en afgesloten is. Ook brugwachters bestaan nog steeds.

Soorten wachters[bewerken]

Voor de functie die deze wachters bekleden, zijn verschillende namen al naar gelang de precieze delen van de beveiliging waarvoor zij verantwoordelijk waren, en ook afhankelijk van de maatschappij waarvoor zij werkten. De functies konden ook gecombineerd worden. Om een indruk te geven: de Staatsspoorwegen in Nederland kenden rond 1890 in ieder geval de functies (hoofd)brugwachter, seinwachter, blokwachter, telegraafwachter, aansluitingswachter, wisselwachter en stationswachter. De HSM kende in die tijd in ieder geval blokwachters, brugwachters, wegwachters en seinwachters.

In het algemeen gaf de naam van de functie een indicatie van de taken van de wachter.

Baanwachter
Algemene aanduiding voor wachters langs de vrije baan (blokwachters, overwegwachters, etc.)
Blokwachter
verantwoordelijk voor een stuk van de vrije baan. Gaf aan het treinpersoneel aan of het volgende blok vrij was, of bediende de seinen daarvoor.
Brugwachter
verantwoordelijk voor het openen en sluiten van beweegbare spoorbruggen op de vrije baan, en voor de bijbehorende seinen voor het spoorverkeer.
Overwegwachter
vroeger ook wegwachter of (nog eerder) barrièrewachter; verantwoordelijk voor de bediening van overwegen en het waarschuwen van het wegverkeer. Vaak tevens blokwachter.
Seinwachter
Bediende seinen en wissels vanuit een seinhuis of blokpost. Dit lijkt een vrij algemene, wat lagere functie te zijn geweest. De overige wachters, m.u.v. de (over)wegwachter, zaten bijv. bij de NS in 1943 in een hogere salarisschaal.
Seinhuiswachter
Bediende seinen en wissels vanuit een seinhuis.
Aansluitingswachter
Verantwoordelijk voor de bediening en beveiliging van een aansluiting.
Wisselwachter
Bediende een of meer wissels.
Tunnelwachter
Beveiligde een tunnel.

Geschiedenis in Nederland[bewerken]

Al bij de eerste spoorwegen is er sprake van wachters die op de vrije baan de veilige doortocht van de treinen bewaken. Zo had de spoorweg van Amsterdam naar Haarlem, de eerste spoorweg in Nederland, langs de baan wachters die met vlaggen (bij nacht met lantaarns) aan de machinisten doorgaven of het volgende stuk spoorweg veilig bereden kon worden. Daarnaast waren er brugwachters bij de beweegbare bruggen, en wisselwachters bij de wisselplaatsen.

Communicatie tussen wachtposten vond aanvankelijk plaats met een optische telegraaf. Later werden elektrische telegraafinrichtingen aangelegd, en andere communicatielijnen. Vanaf toen kon op elektrische wijze werden gecommuniceerd, in de eenvoudigste vorm door bij de volgende post een bel te laten luiden ten teken dat een trein in aantocht was (een kloksein). Later kon men per telefoon communiceren.

Wachters langs de vrije baan woonden vaak met hun gezin in een dienstwoning naast de spoorweg, een zogenaamde baanwachterswoning of spoorweghuisje.

Overwegwachter[bewerken]

De spoorweg diende volledig afgesloten te zijn van de openbare weg, en voor dit doel waren barrière-wachters (overwegwachters) aangesteld bij de overwegen. Zij sloten de hekken of slagbomen als er een trein in aantocht was. Meestal woonden de overwegwachters bij de overweg in een wachtershuis en was de overwegwachterschap een bijbaan. Doorgaans deden ook hun vrouwen als wegwachteres dienst. Overdag bediende de vrouw dan de overweg en 's nachts deed de man het werk.

Blokwachter[bewerken]

Het blokstelsel werd ingevoerd om treinen dichter op elkaar te kunnen laten rijden zonder de veiligheid in gevaar te brengen. De spoorweg werd daartoe verdeeld in blokken van enkele kilometers lengte. In ieder blok mag maar één trein tegelijk aanwezig zijn. Bij de grens tussen de blokken werden blokposten ingericht, waar een blokwachter de naastliggende blokken bewaakte.

In Nederland werden aanvankelijk de functies van overwegwachter en blokwachter vaak gecombineerd. De wet vereiste dat iedere kruising met gewone wegen werd afgesloten bij nadering van een trein, en door de functies van blokwachter en overwegwachter te combineren, kon men (zolang er niet te veel treinen passeerden) met minder personeel volstaan. Toen in 1922 ook onbewaakte overwegen werden toegelaten, verdween dit voordeel, en ging men er langzaam toe over om de blokwachters overbodig te maken door invoering van het automatisch blokstelsel.

Seinwachter[bewerken]

Een seinwachter was specifiek verantwoordelijk voor het bedienen van seinen. Vanuit een seinhuis kon de seinwachter met een hendel de wissels in de juiste stand zetten en de seinen op veilig zetten. Met een bel kon hij de volgende seinwachter of blokwachter erop attenderen dat vanuit zijn richting een trein aankwam. Vertragingen werden per telefoon doorgegeven.[1]

Ook waren er seinhuiswachters en aansluitingswachters, die als beambten hoger in de rangorde stonden dan de seinwachters, die als werklieden golden.

Brugwachter[bewerken]

Een brugwachter bedient een spoorbrug en de seinen die daarbij horen. Tegenwoordig gebeurt dat laatste indirect: de seinen worden vanuit een centrale post bediend, maar de seinen kunnen niet eerder op veilig worden gezet dan dat de brugwachter aangeeft dat de brug weer gesloten is. Omgekeerd kan de brugwachter de brug niet openen voordat de verkeersleiding daar toestemming voor heft gegeven.

Verdwijnen[bewerken]

In de tweede helft van de twintigste eeuw verdwenen veel wachters omdat de beveiliging steeds verder werd geautomatiseerd en gecentraliseerd. De meeste overwegen werden automatisch beveiligd, de bediening van seinen ter plaatse verdween, en ook de seinhuizen werden verder gecentraliseerd tot verkeersleidingsposten. De laatste seinwachter bleef tot in de jaren 1970 actief.[1] De meeste baanwachterswoningen zijn inmiddels gesloopt omdat ze vaak te klein zijn, of dicht bij het spoor liggen. Er zijn nog enkele exemplaren bewaard.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties