Seinwachter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Overwegwachteres, eind 19e eeuw
Een baanwachterswoning of wachtpost in Hemmen

Een seinwachter, baanwachter of overwegwachter is verantwoordelijk voor de bewaking en beveiliging van een spoorweg, waaronder het bedienen van spoorbomen, seinen en wissels.

In Nederland zijn nog steeds overwegwachters. Ze zijn onder meer verantwoordelijk voor het op afstand bedienen van de lichten en spoorbomen van overwegen van het type elektrisch bediende overwegbomen. Ze zetten het sein op groen als de overweg ontruimd en afgesloten is.

Geschiedenis[bewerken]

In vroeger tijden bedienden de wachters de spoorbomen als er een trein in aantocht was. Ze werden voor de komst van een trein gewaarschuwd door een kloksein. Ze wisten dan dat ze de hekken of bomen moesten sluiten voor een naderende trein. Een baanwachter werd later ook verantwoordelijk voor de blokbeveiliging.

Een seinwachter was specifiek verantwoordelijk voor het bedienen van seinen. Vanuit een seinhuis kon de seinwachter met een hendel de wissels in de juiste stand zetten en de seinen op veilig zetten. Met een bel kon hij de volgende seinwachter erop attenderen dat vanuit zijn richting een trein aankwam. Vertragingen werden per telefoon doorgegeven.[1] Een overwegwachter was specifiek verantwoordelijk voor de bewaking van de veiligheid van een overweg.

Ze woonden meestal met hun gezin in een dienstwoning naast de spoorweg, een zogenaamde baanwachterswoning of spoorweghuisje. Bezoek was verboden om hem niet af te leiden.[1] Doorgaans deden ook hun vrouwen als wachteres dienst. Overdag bediende de vrouw de overweg en 's nachts deed de man het werk.

Wachters werden vanaf het begin van de spoorwegen gebruikt om het verkeer veilig te stellen. De eerste wachters gebruikten een vlag of lantaarn. Bij wit mocht de trein doorrijden, bij rood moest de trein stoppen.[1]

De Nederlandse spoorwegwet schreef tussen 1859 en 1922 voor dat alle openbare overwegen bewaakt moesten worden. Vanaf 1876 werd het blokstelsel ingevoerd, waarbij het spoor in blokken werd ingedeeld, die elk uit ongeveer 1 à 1,5 kilometer spoor bestonden. De seinwachters zagen er op toe dat er maar één trein tegelijk in een blok aanwezig was.[2]

Na de Tweede Wereldoorlog verdween het beroep omdat de meeste overwegen automatisch beveiligd werden. De laatste seinwachter bleef tot in de jaren 1970 actief.[1] De meeste baanwachterswoningen zijn inmiddels gesloopt omdat ze te klein zijn, of omdat ze vaak dicht bij het spoor liggen. Er zijn nog enkele exemplaren bewaard.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties