Seksuele selectie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een mannelijke pauw pronkt met z'n veren om een vrouwtje te imponeren. De grote staartveren kunnen niet met natuurlijke selectie, maar wel met seksuele selectie verklaard worden.
Mannetje (klein) en vrouwtje (groot) van de spin Argiope appensa.
Twee noordelijke zeeolifanten leveren een zwaar gevecht. De inzet is groot want de sterksten kunnen een harem van tot wel 100 vrouwtjes bevruchten.

Seksuele selectie is in de biologie de selectie van partners op grond van eigenschappen die als seksueel aantrekkelijk worden ervaren, maar die voor de overleving van het individuele dier geen of zelfs nadelige gevolgen hebben. Toch maken zulke eigenschappen het gemakkelijker om een partner te krijgen. Seksuele selectie is vergelijkbaar met natuurlijke selectie, omdat het ervoor zorgt dat dieren met deze eigenschappen meer nakomelingen kunnen krijgen. Het is daarmee een aandrijvend mechanisme achter biologische evolutie.

Bij sommige diersoorten is vooral bij de mannetjes het effect van seksuele selectie duidelijk waarneembaar, bijvoorbeeld bij de mannetjes van polygame soorten. Zeker als de harems, zoals bij zeeleeuwen, erg groot zijn, maakt het hebben of niet hebben van een harem een groot verschil voor het voortplantingssucces. Voor vrouwtjes, en voor mannetjes van monogame soorten, speelt seksuele selectie wel een rol, maar die is veel kleiner.

Twee hoofdmodellen[bewerken]

In het algemeen wordt er uitgegaan van twee 'hoofdmodellen' van seksuele selectie, namelijk strijd tussen mannetjes en vrouwelijke partnerkeuze.

Intraseksuele selectie (strijd)[bewerken]

Bij strijd tussen mannetjes, ook wel intraseksuele selectie genoemd, vechten de mannetjes onderling. Hierbij worden vaak speciale lichaamsdelen, zoals geweien gebruikt. In veel gevallen zijn deze gevechten gestandaardiseerd om verwondingen te voorkomen, maar bij sommige soorten kan het er in bepaalde gevallen ook veel bloed vloeien.

Interseksuele selectie (partnerkeuze)[bewerken]

Bij vrouwelijke partnerkeuze (interseksuele selectie) is het zo dat niet de mannetjes uitmaken wie de vrouwtjes krijgt, maar de vrouwtjes zelf. Bij soorten waar dit een rol speelt, gebruiken de mannetjes methoden om vrouwtjes te lokken, bijvoorbeeld door een mooi uiterlijk (zie bijvoorbeeld paradijsvogels), door hun stemgeluid, het tentoonstellen van een bouwwerk (prieelvogels) of door een paringsdans.

Het vóórkomen van seksuele selectie kan vaak worden afgeleid uit het verschil tussen de beide geslachten. Bij soorten waar weinig seksuele selectie plaatsvindt, zijn mannetjes en vrouwtjes erg gelijkvormig. Als seksuele selectie plaatsvindt, zijn vaak de mannetjes groter en sterker dan de vrouwtjes (bij strijd tussen mannetjes), of veel opvallender gekleurd (bij vrouwelijke partnerkeuze).

Extreme vormen[bewerken]

Een opvallende eigenschap van seksuele selectie is dat het aanleiding kan geven tot zeer overdreven eigenschappen, waarvan men op het eerste gezicht zou verwachten dat natuurlijke selectie ze wel weg zou selecteren. Vooral wanneer er geen natuurlijke vijanden zijn kan seksuele selectie de overhand krijgen. Een voorbeeld zijn de lange, bontgekleurde staarten van paradijsvogels. Het procedé hier is dat aanvankelijk de vrouwtjes bij voorkeur mee paarden met mannetjes met een langere of feller gekleurde staart. Door seksuele selectie werden vervolgens de mannetjes met steeds langere staarten en feller kleur bevoordeeld. Dat verminderde weliswaar de overlevingskans van het mannetje, maar dat verschil werd gecompenseerd door de grotere paringskans van de mannetjes die wel overleven met een langere staart. Zo werd de staart steeds langer in de evolutie, totdat er een evenwicht was tussen de natuurlijke en de seksuele selectie.

Een aantal voorbeelden[bewerken]

De hanestaartwidavink (Euplectes progne) is een vogel waarbij de mannetjes voorzien zijn van een zeer lange staart. Bij een onderzoek werden een aantal mannetjes van zulke lange staarten voorzien dat ze niet eens meer konden vliegen. Deze mannetjes bleken nóg aantrekkelijker voor de vrouwtjes maar ze bleken een gemakkelijke prooi voor roofdieren. Bij deze vogelsoort bestaat dus een zeer nauw evenwicht tussen natuurlijke en seksuele selectie.

Bij mensen speelt seksuele selectie een duidelijkere rol dan natuurlijke selectie. Mensen kiezen hun partner eerder op basis van uiterlijk, karakter, status, rijkdom en macht. De borsten van vrouwen zijn te groot om met natuurlijke selectie verklaard te kunnen worden. Dit is ook een extreem voorbeeld van seksuele selectie. Wat verder opvalt is dat bij mensen de vrouwen in sterke mate op hun uiterlijk geselecteerd worden door de man terwijl het bij veel andere zoogdieren juist de mannen zijn die om hun uiterlijk gekozen worden.

Over de lange nek van de giraffe zijn biologen het oneens. Deze kan zowel door natuurlijke als door seksuele selectie of een combinatie hiervan verklaard worden. Wat opvalt is wel dat zowel de mannetjes als de vrouwtjes lange nekken hebben.