Seleucidische Rijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ἀρχή Σελεύκεια
diadochenrijk
 Macedonische Rijk 311 v.Chr.–63 v.Chr. Grieks-Bactrisch koninkrijk 
Parthen 
Syria 
Hasmoneeën 
Magadha 
Osroene 
Kaart
Het Seleucidische Rijk ca. 300 v.Chr.
Het Seleucidische Rijk ca. 300 v.Chr.
Algemene gegevens
Hoofdstad Seleucia aan de Tigris
(305–240 v.Chr.)

Antiochië
(240–64 v.Chr.)
Talen Koinè-Grieks, Aramees, Perzisch
Religie(s) Oud-Griekse godsdienst, Babylonische mythologie, Zoroastrisme,
Regering
Regeringsvorm Koninkrijk
Dynastie Seleuciden
Staatshoofd Koning
Voorgaande en opvolgende staten
 Macedonische Rijk
Grieks-Bactrisch koninkrijk 
Parthen 
Syria 
Hasmoneeën 
Magadha 
Osroene 
De gebieden die -in verschillende tijdvakken- het Seleucidische Rijk vormden.

Het Seleucidische Rijk of Seleukidische Rijk (Oudgrieks: Ἀρχή Σελεύκεια / Arche Seleúkeia) is de naam van het grootste Diadochenrijk (opvolgersstaat van het Macedonische Rijk van Alexander de Grote) in het Nabije Oosten van 311 tot 63 v.Chr., ten tijde van het hellenisme.

Geschiedenis[bewerken]

Stichting (~320-305 v.Chr.)[bewerken]

Het koninkrijk werd gesticht door Seleucus I Nicator (Nicator betekent "de Overwinnaar") (ca. 358-281 v.Chr.). Hij was een van de generaals van Alexander de Grote († 323 v.Chr.), die na diens dood satraap (gouverneur) werd van Babylonië in 321 of 320 v.Chr. Tijdens de Tweede Diadochenoorlog werd Seleucus door Antigonos I Monophthalmos verdreven, en moest vluchten naar het Egyptische hof, waar Ptolemaeus I Soter hem onderdak bood en generaal in zijn leger maakte.

In de Derde Diadochenoorlog versloegen Ptolemaeus en Seleucus samen Antigonos' zoon Demetrios Poliorketes in de Slag bij Gaza (312 v.Chr.), waarna Seleucus spoedig zijn positie als satraap van Babylonië weer herwon. Deze gebeurtenissen werden daarmee het beginjaar van de Seleucidische jaartelling, die nog eeuwenlang in het Nabije Oosten zou worden gebruikt. Antigonos en Demetrios trachtten tijdens de Babylonische Oorlog (311-309 v.Chr.) hem opnieuw te verslaan, en betraden zelfs Babylon, maar moesten uiteindelijk de aftocht blazen. Ondertussen had Seleucus zich meester gemaakt van Perzië (310 v.Chr.).

Tijdens de Vierde Diadochenoorlog voegde Seleucus daar nog Baktrië aan toe en viel het Indiase Maurya-rijk binnen, maar trok zich na vredesonderhandelingen terug en kreeg van de vorst Chandragupta Maurya 500 krijgsolifanten ten geschenke (305 v.Chr.). Datzelfde jaar riep Seleucus zich uit tot koning, zoals ook Antigonos en Demetrios een jaar eerder hadden gedaan nadat zij Cyprus hadden veroverd op Ptolemaeus.

Bloeitijd (305-261 v.Chr.)[bewerken]

Seleucus stichtte verscheidene steden, waaronder Seleucia aan de Tigris in Babylonië (rond 305 v.Chr.), Antiochië en de havenstad Seleucia Pieria in Syrië.

Het definitieve einde van het Macedonische Rijk kwam met de Slag bij Ipsos in 301 v.Chr., waarbij Antigonos sneuvelde en Demetrios verloor van de tegen hen gesloten de diadochencoalitie, die de resten van Alexanders imperium onderling verdeelden. Seleucus voegde Syrië toe aan zijn grondgebied en had daarmee verreweg het grootste diadochenrijk gesticht. Later bevocht hij nog de Thracische diadoch-koning Lysimachus in de Slag bij Corupedium (281 v.Chr.), waarbij de laatste sneuvelde. Hiermee strekte zijn imperium zich uit van Thracië tot het huidige Oezbekistan.

Vanaf het begin had het enorme rijk al te maken met vele buitenlandse vijanden en binnenlandse opstanden van de vele verschillende volken binnen het territorium. Seleucus' opvolger Antiochus I Soter bestendigde een eeuw lang vrede met Macedonië door zijn zuster aan Antigonos II Gonatas uit te huwelijken. In 276 v.Chr. wist Antiochus binnenvallende Galaten te verslaan in de Olifantenslag, waardoor hij zijn naam Soter ("Redder") verwierf. Hij stichtte vele steden in de Oostgebieden van het Seleucidenrijk, wat leidde tot grote bloei. Antiochus verloor echter de Eerste Syrische Oorlog (274-271 v.Chr.) van de Ptolemaëen, en werd in 261 v.Chr. verslagen door Eumenes I van Pergamon, dat zich had afgescheiden.

Geleidelijk verval en herbloei (261-188 v.Chr.)[bewerken]

Rond 256 v.Chr. kwam Diodotus I, de Seleucidische gouverneur van de oostelijke provincie Bactrië, in opstand tegen zijn Seleucidische broodheren toen deze hun handen vol hadden aan een oorlog met het Ptolemaisch-Egyptische Rijk. Hij kroonde zichzelf tot koning van Bactrië, waarmee hij als de stichter wordt beschouwd van het Grieks-Bactrisch koninkrijk. De opeenvolgende Bactrische vorsten waren niet alleen in staat de meeste Seleucidische tegenaanvallen af te slaan, maar wisten ook hun koninkrijk flink uit te breiden, meestal ten koste van de Seleuciden in het Westen en de Indiërs in het Oosten. De Bactrische Koning Demetrius I trok zelfs met een groot leger naar het oosten, waar hij grote delen van het Indiase Sungarijk in het noorden van Hindoestan veroverde. In 250 scheidde ook Parthië zich af.

Het Seleucidische Rijk in 200 v.Chr. onder Antiochus de Grote.

Een verder verval deed zich voor onder de volgende vorsten, waaronder de elkaar bestrijdende broers Seleucus II Callinicus en Antiochus Hiërax (239-226), terwijl de Ptolemaeën en Attaliden delen van Klein-Azië inpikten. Pas onder Antiochus III de Grote werd het Seleucidische Rijk weer tot enige roem hersteld. Hij ondernam verscheidene veldtochten naar Parthië en Baktrië, maar kon ze niet heroveren. Wel veroverde hij Zuid-Syrië en Palestina op de Ptolemaeën. Antiochus' inmenging in de Macedonische Oorlogen tegen Rome was echter rampzalig: hij moest in 188 v.Chr. bij de Vrede van Apamea Seleucidisch Klein-Azië prijsgeven.

Gereduceerd tot Syrië (188-114 v.Chr.)[bewerken]

Na de dood van Antiochus IV Epiphanes in 164 was er onduidelijkheid over de opvolging, zodat ook de Parthen in 141 van de onrust gebruik maakten om de resterende oostelijke gebieden over te nemen (Perzië) en vervolgens hun territorium begonnen uit te breiden tot in Mesopotamië (129). Zo bleven van het Seleucidische Rijk tenslotte alleen Syrië en Palestina over.

Interne strubbelingen (114-83 v.Chr.)[bewerken]

In 114 v.Chr. ontstond er een dynastiek geschil tussen de halfbroers (en neven) Antiochus VIII Grypus en Antiochus IX Cyzicenus dat nooit meer echt beslecht zou worden. Eindeloze conflicten tussen deze twee linies van het vorstenhuis en tussen de vijf zonen van Grypus onderling bepaalden de laatste decennia. Ondertussen heroverden de Ptolemaeën in 98 Palestina en Zuid-Syrië.

De ondergang (83-64 v.Chr.)[bewerken]

De dynastieke onenigheden gaven een buitenstaander, de Armeense vorst Tigranes II, de gelegenheid het rijk te bezetten. Hij was zelfs in eerste instantie door de wanhopige Syriërs te hulp geroepen orde op zake te komen stellen. Omdat hij een bondgenoot van Rome's vijand Mithridates VI van Pontus was raakte ook Rome in de Syrische warboel betrokken. Zij dreven Tigranes terug naar de Armeense bergen en zetten nog een paar telgen uit het Seleucidenhuis op de troon, maar dit leidde uiteindelijk tot de definitieve ondergang in 64 v.Chr., toen de Romeinen door het optreden van Pompeius hun gezag vestigden in wat nog van het ooit machtige rijk resteerde: Syrië, voortaan de Romeinse provincia Syria.

Lijst van koningen uit het huis der Seleuciden[bewerken]

Moderne literatuur[bewerken]

  • O. Hoover, "Revised Chronology for the Late Seleucids at Antioch (121/0-64 BC)" in: Historia 65/3 (2007) 280-301
  • Amelie Kuhrt en Susan Sherwin-White, From Samarkhand to Sardis. A new approach to the Seleucid empire (1993 Londen)

Externe links[bewerken]