Selië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Selië
Historische landstreek in Letland Vlag van Letland
Wapen van Semgallen en Selië
Latvija viki.PNG
Selië (auberginekleurig)
Portaal  Portaalicoon   Noord-Europa

Selië (Lets: Sēlija) is een historische landstreek in het zuidoosten van Letland. De streek dankt zijn naam aan een Baltische stam uit dit gebied, de Selen. De streek grenst in het zuiden aan Litouwen, in het westen aan Semgallen, in het noorden aan Vidzeme en in het oosten aan Letgallen. Historisch was het lang een deel van Semgallen.

De voornaamste stad in Selië is Jēkabpils.

Het historische Sēlija strekte zich gedeeltelijk uit over Litouwen. Selië is geen administratief deel in het moderne Letland, maar bevat momenteel de gemeenten Aknīste, Ilūkste, Jaunjelgava, Jēkabpils, Nereta, Salas, en Viesīte, de stad Jēkabpils, plus de gedeelten van Daugavpils gemeente en Krāslava gemeente op de linkeroever van de Daugava.

De Selische taal is uitgestorven, hoewel sommige van de bewoners nog steeds een Letgaals dialect spreken.

Geschiedenis[bewerken]

Kerk van Lasi

In de Mindaugas Donatie Akte van 1261 wordt het gebied van de Selonen nauwkeurig beschreven. Hun grens verliep van de Daugava bij Naujene, vlakbij Daugavpils , langs de Kopkelis en het Luodis meer , noordwaarts langs de Duseta rivier naar het Sartai meer, naar de bron van de Sventoji. Verder liep het langs de Latuva, Vašuoka en Viešinta rivieren, langs de Lėvuo rivier noordwaarts naar de Mūša (Mūsa), stroomafwaarts tot aan de monding van de Babyte.

Zich baserend op taalkundige gegevens, begrenst de Litouwse linguïst K. Buga het zuiden van hun grondgebied met de steden Salakas, Tauragnai, Utena, Svėdasai, Subačius, Palėvenė, Pasvalys en Saločiai.

De onderwerping en christianisatie van de Selen begon in 1208, toen Albert van Buxhoeveden Sēlpils (Latijn: Castrum Selonum) veroverde. De term "Selen" komt waarschijnlijk van de Duitse aanpassing van de Lijfse naam "Hooglanders". In het Lets wordt de regio ook wel Augšzeme of Hoogland genoemd. Dit leidt tot de hypothese dat de Letse Selonen en Litouwse Aukštaitiers tot hetzelfde volk behoorden.

De Kroniek van Hendrik van Lijfland beschrijft de Selonen als bondgenoten van de Litouwers.

In 1218 vormde de regio een Bisdom Selië, maar in 1226 werd een deel van dat bisdom gevoegd bij het aartsbisdom Riga en de rest bij het bisdom Semgallen.

Tegenwoordig wordt de regio voornamelijk bewoond door Letten, Russen en autochtone Litouwers.