Selim II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Selim II
28 mei 1524 - 12 december 1574
Selim II.jpg
Sultan
Periode 1566 tot 1574
Voorganger Süleyman I
Opvolger Murat III
Dynastie Ottomaanse sultans
Handtekening Handtekening

Selim II (Constantinopel, 28 mei 1524 - aldaar, 12 december 1574) was sultan van het Osmaanse Rijk van 1566 tot 1574. Hij was de zoon van sultan Süleyman de Grote en diens vrouw Roxelana. Tijdens zijn regering begon het verval van het Ottomaanse Rijk. In Arabisch schrift is zijn naam: سليم الثاني

Regering[bewerken]

Selim volgde zijn vader op als sultan, nadat die in 1566 stierf tijdens het beleg van Szigetvár. Hij kwam aan de macht door een aantal hofintriges en samenzweringen. Eerder had hij, nog tijdens het leven van zijn vader, met behulp van zijn moeder en de grootvizier Mehmet Sokullu afgerekend met zijn broer Bayezid en halfbroer Mustafa. Na sultan geworden te zijn trok hij zich terug in het Topkapi-paleis en liet de regering over aan de grootvizier. Hij gaf niet om staatszaken en bedeelde veel bestuurlijke macht toe aan zijn ministers. Zelf stortte hij zich op orgieën en drank; hij staat bekend als Selim de Dronkaard of Selim de Zotte. Hij was de eerste decadente sultan die zelf niet betrokken was bij militaire aangelegenheden en het bestuur overliet aan andere ambtenaren. Hierdoor nam de macht van de sultan af en die van de ambtenaren en janitsaren sterk toe, wat de positie van de sultan verzwakte en waardoor Selims zoon Murat III veel problemen met hen zou ondervinden tijdens zijn regeerperiode. Hij stond de Janitsaren ook toe om te trouwen. Tijdens Selims regering, die een sterk contrast vormde met die van zijn vader, kon corruptie geleidelijk aan zijn intrede doen. Het gevolg was een langzame achteruitgang van het bestuur en economische verzwakking. Hij liet de regering compleet over aan de grootvizier Mehmet Sokullu. Hij was verspillend en gaf veel geld uit aan zijn eigen genoegens en de grootvizier begon ook zijn positie te misbruiken. Hij perste ook veel geld af door hoge belastingen te heffen en hoge ambtenaren te chanteren.

In Selims opdracht bouwde de architect Sinan de Selimiye-moskee in Adrianopel.

Buitenlandse politiek[bewerken]

Tijdens zijn regering voerde het Osmaanse Rijk succesvol oorlog met keizer Maximiliaan II, waarbij Walachije en Moldavië door Maximiliaan als vazalstaten van de Turken erkend werden. Ook werd, minder succesvol, oorlog gevoerd met Rusland. In 1569 mislukte een poging Astrachan te veroveren en de Osmaanse vloot werd vernietigd in een storm op de Zwarte Zee. In 1570 werd de vrede tussen de sultan en de Russische tsaar Ivan de Verschrikkelijke getekend.

Ook werd de Osmaanse vloot vernietigd in de Slag bij Lepanto. De Spanjaarden werden in 1574 uit Tunesië verdreven. Deze gebeurtenissen waren tevens de eerste tekenen van niet alleen binnenlands maar ook buitenlands verval.

De oorlog tegen de Russen was uitgelopen op een nederlaag. De klap voor het Ottomaanse Rijk was op dat moment niet al te groot maar onder Selims opvolgers zouden de Ottomanen telkens meer het initiatief tegen de Russen verliezen. De Slag bij Lepanto was de grootste klap voor het rijk. Hoewel grootvizier Mehmet Sokullu de vloot snel liet herbouwen zou dit op de lange termijn het einde van de Osmaanse overheersing ter zee betekenen. De kosten waren ook een grote klap voor de schatkist. Tevens zorgde Selims decadente en slechte regering ervoor dat het rijk technologisch langzaam achter kwam te liggen op het Westen, wat de positie van het rijk verder verzwakte. Deze kleine problemen zowel intern als extern zorgden ervoor dat er tijdens Selims regering een einde kwam aan de bloeiperiode van het Ottomaanse Rijk.

Zaden van het verval[bewerken]

Lord Patrick Kinross' verslag over Selims regering is een hoofdstuk van zijn boek De Zaden van het verval. Hij ziet de grote onkosten voor de herbouw van de vloot na de Slag bij Lepanto als het begin van het langzame verval voor het rijk. Kinross stelt ook dat Selims reputatie van dronkenschap duidelijk werd in zijn beslissing Cyprus aan te vallen in plaats van de Morisco Opstand in Granada te steunen en in hoe hij stierf.

Bronnen[bewerken]