Semjon Timosjenko

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Semjon Timosjenko

Semjon Konstantinovitsj Timosjenko (Russisch: Семён Константинович Тимошенко) (Furmanivka, Oblast Odessa, 18 februari 1895 - Moskou, 31 maart 1970) was een Sovjetgeneraal, de hoogste beroepsofficier van het Rode Leger aan het begin van de Duitse invasie in 1941.

Jeugd[bewerken]

Timosjenko zag het levenslicht nabij Odessa in Zuid-Oekraïne. Hij ging in het leger van het Russische Rijk in 1915. Hij was een cavalerist aan het westelijke front. Na het uitbreken van de Russische Revolutie in 1917, sympathiseerde hij met de revolutionairen, een jaar later ging hij bij het Rode Leger en in 1919 bij de Bolsjewistische Partij. Tijdens de burgeroorlog vocht hij op vele fronten, waarvan de belangrijkste Tsaritsyn was (later Stalingrad genoemd, nu Volgograd). Daar ontmoette hij Jozef Stalin en ze werden vrienden, waardoor zijn carrière in een stroomversnelling kwam.

Legerdienst[bewerken]

Van 1920 tot 1921 diende hij in het 1e Cavalerieleger onder Semjon Boedionny, en deze twee domineerden het Rode Leger lange tijd. Na de burgeroorlog en Pools-Russische oorlog werd Timosjenko opperbevelhebber van de Cavalerie van het Rode Leger. Later was hij ook succesvolle bevelhebber van een deel van het Rode Leger in Wit-Rusland (1933), Kiev (1935), de noordelijke Kaukasus (1937), Charkov (1937), Kiev (1938). In 1939 werd hij opperbevelhebber van de Westelijke Grenzen. Tijdens de bezetting van Polen in 1939 was hij bevelhebber van het Oekraïense Front. Op dat moment werd hij ook lid van het Centrale Partijbureau. In die tijd begon Stalin aan zijn Grote Zuivering, waarbij drie van de vijf maarschalken van de Sovjet-Unie werden geëxecuteerd omdat ze nog door Leon Trotski aangesteld waren en omdat hij een staatsgreep vreesde. De overblijvende maarschalken Semjon Boedionny en Kliment Vorosjilov waren beschermelingen van Stalin.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

In 1940 werd Timosjenko bevelhebber van de Sovjetstrijdkrachten die in Finland vochten. Deze veldtocht was aan het mislukken door het slechte commando van Kliment Vorosjilov. Onder het bevel van Timosjenko keerde het tij. De Sovjets braken door de Mannerheimlinie en in maart van dat jaar tekende Finland een vredesverdrag. Dankzij de overwinning werd hij benoemd tot minister van defensie en Maarschalk van de Sovjet-Unie. Timosjenko was een competente maar traditionele commandant die zag dat het Rode Leger dringend gemoderniseerd moest worden, wilde het winnen tegen nazi-Duitsland. Ondanks al het verzet uit traditionele hoek zorgde hij voor de mechanisatie van het leger en voor de productie van meer tanks. Ook zorgde hij voor een terugkeer naar de harde discipline van het tsaristische leger.

Duitse inval[bewerken]

Toen de Duitsers de Sovjet-Unie in juni 1941 binnenvielen, benoemde Stalin zichzelf tot minister van defensie. Timosjenko werd naar het Centrale Front gezonden, waar hij direct de terugtocht naar Smolensk beval. Hierbij vielen zeer veel slachtoffers, maar het grootste deel van zijn leger werd gered om Moskou te verdedigen. In september moest hij naar Oekraïne, waar het Rode Leger ongeveer 1,5 miljoen slachtoffers telde wegens de grote omsingelingen bij Oeman en Kiev. Hij slaagde erin om het front te stabiliseren.

In mei 1942 begon Timosjenko, samen met 640 000 manschappen, een flankoffensief bij Charkov, de eerste poging om het initiatief terug te nemen. Na enkele successen vielen de Duitsers Timosjenko’s zuidelijke flank aan. Het offensief moest halt houden met 200 000 slachtoffers. Hoewel het offensief de Duitse aanval op Stalingrad vertraagde, moest Timosjenko zich verantwoorden voor het mislukken van het offensief. Zjoekov slaagde erin om Moskou te verdedigen in december 1941. Dit overtuigde Stalin ervan dat hij een betere bevelhebber was dan Timosjenko. In 1942 verwijderde Stalin Timosjenko van frontdienst. Later kreeg hij rollen als: commandant van Stalingrad (juni 1942), commandant van het Noordwesten (oktober 1942), Leningrad, (juni 1943), de Kaukasus (juni 1944) en de Baltische landen (augustus 1944).

Post-Bellumperiode[bewerken]

Na de oorlog werd Timosjenko Sovjetbevelhebber in Wit-Rusland (maart 1946), de zuidelijke Oeral (juni 1946), en opnieuw Wit-Rusland (maart 1949). In 1960 werd hij inspecteur-generaal van het ministerie van defensie, een ereambt. Vanaf 1961 werd hij hoofd van het staatscomité voor oorlogsveteranen. Hij stierf tenslotte in Moskou in 1970. Hij was tweemaal Held van de Sovjet-Unie (1940 & 1965), hij kreeg verschillende onderscheidingen, waaronder de Orde van de Overwinning (1945), vijfmaal de Leninorde, de Orde van de Oktoberrevolutie, vijfmaal de Orde van de Rode Banier en driemaal de Orde van Soevorov.

Bronnen, noten en/of referenties