Seneca de Oudere

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Lucius of Marcus Annaeus Seneca (Corduba, ca., 55 v.Chr. - ca. 39 na Chr.) was een Romeins redenaar, schrijver, succesvol zakenman en ridder. Hij is bekend onder de namen Seneca de Oudere, Seneca Maior of Seneca Pater, ter onderscheiding van zijn zoon, schrijver en filosoof Lucius Annaeus Seneca, bijgenaamd Seneca Minor (± 1 v.Chr.-65 n.Chr.). Als auteur van werken over retorica kreeg hij de bijnaam Rhetor, al is dit onterecht (zie onder).

Biografie[bewerken]

Seneca Maior werd geboren rond 55 v.Chr. in Corduba (Spanje) uit een Spaans-Romeins riddergeslacht, en was de eerste vertegenwoordiger van een familie van intellectuelen. Toen hij nog jong was, trok hij hoogstwaarschijnlijk naar Rome en heeft hij hier een groot deel van zijn leven doorgebracht. Toen Seneca de oudere in Rome kwam ging hij ijverig retorica studeren. Hij vond literatuur helemaal het einde en vond filosofie maar niks. Seneca de oudere leefde streng en had een ouderwetse leefstijl. Hij was getrouwd met een landgenote, Helvia, die hem drie zonen schonk: de oudste, Gallio, werd proconsul van Achaea (waar hij rond 52 de apostel Paulus ontmoette), de tweede was de filosoof Lucius Annaeus Seneca (Seneca de Jongere), en de derde, Annaeus Mela, was de vader van de dichter Lucanus. De drie zoons van Seneca hebben allemaal een overheidsfunctie gehad. Gallio de oudste was proconsul, Lucius Annaeus Seneca was staatsman en de jongste zoon, Mela, was keizerlijke procurator.Seneca de oudere heeft zelf nooit een overheidsfunctie gehad. Zijn drie zoons hebben later allemaal zelfmoord gepleegd in de jaren 65-66 na Christus.

Seneca de oudere was de eerste auteur die uitvoerig verhaalde over de declamatie. Hij was getuige van het ineenstorten van de republiek en de opkomst van het principaat. Hij schreef aan het einde van zijn leven, onder keizer Caligula, een historisch werk over burgeroorlogen - dat helaas niet overgeleverd is - en twee retorische werken. Het laatste bestond uit een overzicht van tien boeken van de Controversia en een waarschijnlijk nog niet afgemaakt boek over de Suasoria. Hij maakte deze werken voor zijn drie zoons. Zij waren immers te laat geboren om de grote redenaars nog te hebben kunnen meemaken.

Seneca had een uitmuntend goed geheugen, en gebruikte dit dan ook om de declamaties van de redenaars op te schrijven. Naast dat het geheugen slechter was geworden, was ook zijn gehoor, gezichtsvermogen en spierkracht er op achteruit gegaan. Zie hieronder het volgende citaat:

Ik ontken niet dat het vroeger zo sterk was dat het niet alleen zijn normale functies perfect vervulde, maar zelfs tot wonderen in staat was. Als er tweeduizend namen werden voorgelezen was ik in staat ze in dezelfde volgorde te reproduceren, en als mijn medeleerlingen om beurten een versregel declameerden, herhaalde ik ze in omgekeerde volgorde, ook al waren het er meer dan tweehonderd. En mijn geheugen onthield niet alleen gemakkelijk wat ik wilde bewaren, maar behield ook gemakkelijk wat ik toevallig had opgevangen. Nu echter is het aangetast door mijn leeftijd en door langdurige verwaarlozing (wat zelfs voor jonge mensen funest zou zijn), zodat het misschien wel iets te bieden, maar niets te beloven heeft. - Seneca Maior -

Seneca Maior was de leerling van retorici. Hij was dus zelf geen retor, hoewel zijn bijnaam, de Rhetor, dit wel lijkt te beweren. Nog een reden waarom hij deze bijnaam kreeg is om het verschil duidelijk te maken tussen de twee Seneca's. Hij bewoog zich in de hoogste kringen van Rome, echter, er is niets bekend over zijn publieke activiteiten.

Seneca de Oudere overleed tussen 37 en 41 n.Chr.

Werk[bewerken]

Declamationes[bewerken]

Seneca de Oudere heeft een aantal historische werken geschreven, maar helaas zijn deze verloren gegaan. Echter, het aan zijn zoons opgedragen werk is gedeeltelijk nog bewaard gebleven. Dit werk heet Oratum sententiae, divisiones, colores. De letterlijke betekenis van deze titel is: Briljante gezegden van redenaars, inhoudsopgaven, speciale nuanceringen. Door dit werk kennen wij Seneca de oudere. Hij schreef dit werk aan het eind van zijn leven. Het werk bevat uittreksels uit voordrachten van declamatoren die hij gehoord had en goed had onthouden. Hij had namelijk de beschikking over een uitmuntend goed geheugen. De titel heeft ook een betekenis. Sententiën zijn puntige zinnen bedoeld om indruk te maken op de lezer. Deze zinnen zijn vaak bondig, zoiets als spreuken. Divisiones zijn de manieren waarop de spreker de juridische aspecten van de zaak verwoordt en colores zijn de stilistische kleuringen waarmee de sprekers hun karakters en situaties presenteren.

Seneca was als kritisch toehoorder goed op de hoogte van het retorische en declamatorische bedrijf te Rome. Hij beschikte over een formidabel geheugen: jaren nadat hij een retor aan het woord had gehoord, kende hij nog belangrijke delen van diens toespraak uit het hoofd. Deze gave stelde hem in staat om op latere leeftijd, puttend uit zijn rijke herinneringen, een overzicht samen te stellen van de verschillende retoren, hun scholen en de thema’s die men er behandelde.

Het werk bestaat uit elf boeken, waarvan er tien een overzicht geven van de "Controversiae". Dit zijn een zeventigtal fictieve pleidooien voor de rechtbank over allerlei rechtskwesties, door verschillende sprekers met voor- en tegenargumenten uiteengezet, gevolgd door een indeling van de rechtsvragen en een uiteenzetting van de retorische kunst om een zaak positief of negatief te belichten. Van deze tien boeken zijn er maar vijf overgebleven. De boeken die van Controversiae zijn overgebleven, zijn: Boek 1,2,7,9 en 10. Ook hebben we nog de beschikking over een samenvatting van het geheel door een onbekende auteur. Eén boek van het werk is gewijd aan de "Suasoriae". Dit boek heet Suasoriën. Daar staan zeven fictieve politieke redevoeringen in die bekende historische persoonlijkheden in de mond werd gelegd, om zich te beraden over moeilijke beslissingen in belangrijke conflictsituaties.Het boek Suasoriën is ook één van de overgebleven boeken van het werk.

Aan de hand van voorbeelden en citaten uit de schatkamer van zijn eigen geheugen geeft Seneca de stijlopvattingen van de afzonderlijke retoren weer. Hij voegde eigen op- en aanmerkingen toe, in het bijzonder in de voorwoorden op de boekdelen. Seneca’s eigen voorkeur ging uit naar de Ciceroniaanse traditie, en hij vergeleek de leerlingen van de eigentijdse retorenscholen met mensen die in het duister waren opgevoed en door de felle zon verblind raakten als ze met de praktijk te maken kregen. Als ruimte voor politieke en gerechtelijke welsprekendheid verloren is, wordt de burgerlijke functie van retoriek verloren. Retoriek was ooit het instrument bij uitstek voor de opleiding van toekomstige burgers. Nu neemt de kwaliteit van de retoriek af, door nutteloze oefeningen, de declamaties, die zich focussen op thema's en onderwerpen die fictief zijn. Ze zijn gekozen omdat ze een ongewoon of raar karakter hebben, enkel en alleen voor het publiek. De declamaties zijn nu eigenlijk een publiek spektakel geworden.

Seneca de oudere schrijft over twee soorten van oefening: de controverse, die behoorden tot het rechterlijke genre, en de suasoria, die behoorden tot het politieke genre.

De werken van Seneca zijn amuserend om te lezen, voor een deel door de anekdotes, voor een deel door de scherpzinnige kritiek van de auteur, en door de grappige uitspraken van de declamatoren die hij af en toe citeert.

Belang[bewerken]

Het werk is belangrijk voor onze kennis van de ontwikkeling van de retoriek: door voorbeelden van het werk van de beste redenaars van zijn tijd te verzamelen, heeft Seneca ons een goede indruk nagelaten van de Romeinse declamatiekunst, die op de Latijnse literatuur van de keizertijd sinds Ovidius grote invloed heeft uitgeoefend. Seneca Maior heeft een grote invloed gehad op de geschiedenis van de retorica in het begin van de keizertijd.

Bronnen[bewerken]

  • 'Klassieke letterkunde' van G.J.M. Bartelink, Utrecht 1964, 7e druk 2000

Pagina's: 222 en 223

  • 'Het feest van Saturnus' van Piet Gerbrandy, Amsterdam, 2007

Pagina's: 234, 235, 236 en 237

  •  : 'A Handbook of Latin Literature' van H.J. Rose, London 1936, oplage uit 1991 van de herziene en uitgebreide uitgave uit 1966

Pagina's: 316, 317, 318 en 319

  • 'Latin Literature' van Gian Biaggio Conte, 1987 (vertaald door Joseph B. Solodow in 1994), editie uit 1999.

Pagina's: 404 en 405

Bronnen, noten en/of referenties