Senecio glastifolius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Senecio glastifolius
Senecio glastifolius
Senecio glastifolius
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Klasse: Magnoliopsida (Tweezaadlobbigen)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Campanuliden
Orde: Asterales
Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)
Onderfamilie: Asteroideae
Geslachtengroep: Senecioneae
Geslacht: Senecio (Kruiskruid)
Soort
Senecio glastifolius
L.f.
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Senecio glastifolius is een kruiskruidsoort die inheems is in Zuid-Afrika. De plant komt daar voor langs de zuidkust, in twee gescheiden gebieden in de West-Kaap en de Oost-Kaap[1]. In Australië en Nieuw-Zeeland is ze als tuinplant ingevoerd en wordt ze als onkruid, bedreigend voor de inheemse flora, gezien. Ze wordt vanaf 1986 erkend als voorkomend in het Albany-district van Australië. [2]. In Nieuw-Zeeland komt ze sinds de jaren zestig voor.

In het Afrikaans wordt deze soort waterdissel, oftewel waterdistel, genoemd.

Beschrijving[bewerken]

Deze eenjarige tot overblijvende plant wordt 30-200 cm hoog. De hoofdstengel kan onderaan tot 8 cm dik zijn. Het aantal bloemhoofdjes per plant kan variëren van 2 a 3 tot enkele honderden. De bloemhoofdjes tellen 12-22 witte/roze/paarse straalbloemen met een lengte van 12-25 mm. De bloemen bloeien in september - oktober. De buisbloemen zijn geel. In januari - februari kan een tweede bloeiperiode optreden.

De lancetvorminge bladeren zijn zo getand dat ze stekelig aanvoelen, iets waar de plant haar Afrikaanse naam waterdistel aan te danken heeft.[1]. De bovenste bladeren zijn 3-5 cm lang, de onderste bladeren 10-15 cm, en ongeveer anderhalf maal zo lang als breed. De grootste breedt valt iets boven het midden van het blad. .[3][4]

Ecologie[bewerken]

In Zuid-Afrika groeit het in het "fynbos", waar het op vochtige plaatsen groeit, samen met restio en protea. Ook in Australië en Nieuw-Zeeland komt het op vochtige plaatsen voor. De plant koloniseert gemakkelijk verstoorde grond.[1]

In Zuid-Afrika komt het voor in gebieden met een gematigde klimaat met winter of met regenval gedurende het gehele jaar. Het groeit zowel in de volle zon als in gedeeltelijke schaduw.[3]

Bronnen[bewerken]

  1. a b c african flowering plants database
  2. environment.gov.au
  3. a b CRC weed management
  4. Nieuw-Zeelands departement of conservation